Transpirinaika
De Transpirinaika (Spaans: Transpirenaica, m.a.w.: coast to coast door de Pyreneeën) is ons meest tot de verbeelding sprekende MTB-programma. De bekende, inmiddels helaas overleden Pyreneeëncoryfee Georges Véron heeft destijds aan de spreekwoordelijke wieg gestaan van deze gigant onder de onverharde trektochten. Voor menige Franse of Spaanse "die-hard" met betrekking tot mountainbiken geldt dat hij of zij minstens één maal in zijn of haar leven dit traject moet hebben volbracht. De door Col d’Extrême ontwikkelde variant van deze doorsteek kent een lengte van ongeveer 1200 kilometer en een totaal van circa 31.000 hoogtemeters en voert de enthousiaste, avontuurlijk ingestelde mountainbiker in 14 uitdagende, onderling perfect op elkaar afgestemde etappes van Atlantische Oceaan (Hendaye-Plage) naar Middellandse Zee (Argelès-sur-Mer).
Globale route: De eerste rit door het onder invloed van de Atlantische Oceaan frisgroene Frans Baskenland kent direct al beklimmingen met percentages tot boven de 20%. In tegenstelling tot voorgaande jaren rijden we vanaf Hendaye-Plage al vrijwel direct onverhard.
Wanneer we de volgende dag voor de eerste keer de grens oversteken, bestaat de kans dat we meteen al tot in of boven de wolken uitkomen. Na de passage door de grensrivier rijden we door het uitgestrekte, zo goed als ongerepte Bosque de Irati, vanaf de Alto Laza (1129) gevolgd door de magnifieke route op hoogte via de Collade de Zopotrea (1310) en de Portillo de San Miquel (1376). Een zinderende afdaling voert aan het eind van dag 2 naar de etappeplaats Urzainqui.
Hierna trekken we verder oostwaarts over de kammen en door de diep uitgesleten dalen van westelijk Aragón. De hoogste toppen reiken hier al tot ruim 2700 meter. Een avontuurlijk vervolg, met ondermeer de onverharde afdaling van respectievelijk de Puerto de Nabarra (1290) en de Coll de Ansó (1075), brengt de deelnemers tot in het hoofddal van de Rio Aragón Subordán. Er zijn deze tocht meerdere passages waarvan het zo goed als zeker is dat vrijwel geen enkele andere mountainbiker deze gedurende de rest van het jaar zal weten te vinden.
Na de enerverende doorsteek via het voormalige gletsjerdal van de Aguas Tuertas, gevolgd door de extreme afdaling vanaf de Puerto de Escale (1635) keren we voor korte tijd terug op Frans grondgebied. Via de technisch lastige afdaling over de weergaloze camino vanaf de ruim 1600 meter hoge Puerto de Somport dalen we af naar een sfeervolle albergue ten noorden van Jaca. Vervolgens steken we het massief over dat gelegen is ten zuiden van de 2230 meter hoge Collade d’Izas en klimmen op een zondermeer inspannende wijze naar de tunnel onder de Puerto de Cotafablo (1425).
Ten aanzien van het slot van de etappe naar Linas de Broto is er sinds 2009 sprake van een nieuwe onverharde route.
Vanaf 2008 maken we gebruik van de spectaculaire pista de muntaña tussen de bergdorpen Torla en Nerin, langs de zuidrand van de fameuze Cañon de Ordesa. De heftige klim vanaf Torla, gevolgd door de onbeschrijflijk fraaie passage over de imposante Sierra de las Cutas vormt zonder twijfel één van de hoogtepunten van de Transpirinaika. Het bereiken van het hoogste punt impliceert een initiële klim van bijna 1300 hoogtemeters. Superlatieven schieten te kort om de weergaloze aanblik van de vele honderden meters steil oprijzende bergwanden van het nationale park van Ordesa y Monte Perdido te beschrijven. De passage terug naar de “bewoonde wereld” via de opvallend smalle Desfiladero de Vellos, grenzend aan de fameuze Añisclo kloof, vormt direct daarop een volgende hoogtepunt.
Het ongerepte Valle de Gistau is hierna het decor voor de magistrale rit over de bijna 2000 meter hoge Piedra Blanca naar het pittoreske San Juan de Plan.
Om vervolgens de piste naar de Collade de Sahún (1930) te bereiken hebben we destijds een uitermate avontuurlijke route in kaart gebracht, waardoor deze dagrit zonder twijfel extra allure krijgt. Het is bij uitstek in dit gebeid dat we regelmatig indrukwekkende gieren op majestueuze wijze hoog in de lucht hun cirkels zien beschrijven. Na de opvallend onregelmatige afdaling van de Collade de la Cruz (1716) gaat het slot van dag 7 door de indrukwekkende Garganta de Ventamillo.
Een uitputtende etappe over ondermeer de Puerto de Bonansa (1380) kent vanaf de Collado de Perves (1325) een nieuwe, in 2008 in kaart gebrachte route naar het Vall Fosca, in het hogere deel waarvan we ons de volgende dag gaan opmaken voor de koninginnerit. Het massief van de Pallars Sobirà wordt daarbij bedwongen via een fanatieke klim naar bijna 2300 meter, gevolgd door een ruim 20 kilometer lange passage langs de zuidgrens van het nationale park Aïgues Tortes, ondermeer over de Collado de la Portella (2250) en de Collade de Rat (2015). Eenmaal afgedaald tot aan de oever van de Noguera Pallaresa maken we diezelfde dag onze borst nat voor de gemeen steile klim naar de Coll de So (1920) en de Creu de Bedet (1950), gevolgd door de minder lastige slotklim naar de berghut van Sant Joan de l’Erm.
Inmiddels zijn we al menig “pueblo deshabitado” (verlaten dorp) gepasseerd en via meerdere “vados” (doorwaadbare plaatsen) zijn we grotere en kleinere rivieren overgestoken. De traverse door het uitgestorven langlaufgebied van de Alt Urgell brengt ons tot onderin het hoofddal van de Riu Sègre, waarna we in de vorm van de Col d’Arnat (1280) één van de meest extreme beklimmingen van de hele Transpirinaika op ons pad treffen. Het vervolg richting het zo schitterend gelegen Tuixent gaat wederom door een magnifiek landschap, waarbij de slotklim naar de Collade de Jovell (1800) optioneel is.
Vanaf Tuixent rijden we de volgende dag een weergaloos fraaie route door het massief van de Sierra del Cadí, dat onderdeel uitmaakt van het Parc Natural Moixeró-Cadí. Het passeren van het zo uniek gelegen Josa del Cadí, de extreme klim naar El Collell (1845) en het lange tracé via achtereenvolgens de Coll del Torn (1920), de Coll de Bauma (1600) en de Coll de Bena (1460) vormen tot Bagà de hoogtepunten. De slotklim van deze etappe naar de zo magnifiek gesitueerde berghut van Rebost biedt schitterende vergezichten vanaf de Sierra de Colobre. Voor de fanatiekelingen kan deze etappe een extra zwaar kaliber krijgen door ook nog de Coll de Molla (1865) in het routeschema op te nemen.
De eerste de beste mogelijkheid om het massief van de Cadí van zuid naar noord te doorkruisen wordt benut,
waarna we vanaf de Coll de Pal (2070) afdalen over skipistes van Super Molina. De daarop volgende klim naar de exact 1800 meter hoge Collade Toses is niet al te zwaar en het zelfde geldt voor de route rond de Cap de Ginebrar (1984), waarbij we in oostelijke richting een fantastisch uitzicht hebben, ondermeer op de Sierra de Montgrony. In plaats van de alberg nabij Planoles gaan we (vanaf 2010 voor het eerst) overnachten in een beduidend comfortabeler hotel in Ribes de Freser. Dit heeft tot gevolg dat de volgende etappe minder lang is, hetgeen de mogelijkheid biedt om in eerste instantie voor een alternatieve route te kiezen, waarbij de Collet de la Gralle (2060) en de Collade de Meianell (1960) de te overbruggen obstakels zijn. Dergelijke opties, waarvan elke editie van de Transpirinaika sprake is, geven het pioniersgehalte van de tocht een extra dimensie, waardoor de avontuurlijk ingestelde deelnemers bij uitstek aan hun trekken komen. De reguliere route tot Camprodòn gaat over de 1595 meter hoge Collade Verde. Tijdens het tweede deel van de voorlaatste dagrit keren we terug naar Franse bodem. De heftige passage via de 1369 meter hoge Col de la Bernadeille is zonder twijfel een volgend hoogtepunt van de Transpirinaika en het zelfde geldt voor de overnachting in de volledig “remote”gelegen gîte-auberge ten zuiden van Prats-de-Mollo. De veranderende vegetatie leert ons ondertussen dat we meer en meer te maken krijgen met de Mediterrane invloedssfeer.
Om de volgende dag de Middellandse Zee te bereiken resten dan nog ruim 100 kilometer.
Ondanks het feit dat we deze laatste dag onmiskenbaar een terugkeer ervaren in de bewoonde wereld zal er sprake zijn van een zeer gevarieerde etappe, met her en der scherpe contrasten. Zo gaat het eerste deel van de rit wederom door uitermate dunbevolkt gebied, waarbij de spectaculaire afdaling door de indrukwekkende Gorges de Ribera eindigt in het kuuroord Amélie-les-Bains. Via een opvallend smalle, secundaire weg passeren we achtereenvolgens de route nationale en de snelweg naar Barcelona, waarna we door een uitgestrekt bos van kurkeiken klimmen naar de top van de ruim 900 meter hoge Col de l’Ouillat. Vervolgens dalen we in één keer af tot bijna zeeniveau, waarna de laatste pedaalslagen richting Middellandse Zee het einde inluiden van deze grandioze coast to coast.
Deze "off road coast to coast" is bij uitstek weggelegd voor de meer avontuurlijk ingestelde bikers, die naast een uitstekende fysieke conditie beschikken over degelijk, robuust materiaal en een gezonde dosis doorzettingsvermogen.
Minstens zo belangrijk is het sociale aspect. We trekken ruim 14 dagen met elkaar op en dit betekent dat men bij voorkeur dient te beschikken over een kameraadschappelijke instelling. De praktijk wijst uit dat sociaal vaardige deelnemers mede verantwoordelijk zijn voor een niet te onderschatten meerwaarde. De bescheiden omvang van het deelnemersveld (maximaal 20 personen), waarvoor bewust is gekozen, heeft een gunstig effect op de sociale component van de tocht.
Bovendien is er het zondermeer unieke aspect van het grotendeels ongerepte, her en der zo goed als uitgestorven (Spaans) Pyreneese berggebied.
De tocht is bij uitstek geen wedstrijd. De praktijk wijst uit dat dit, gelet op de lengte en zwaarte van het programma (14 opeenvolgende, niet te onderschatten dagritten), ook niet nodig is. Je gaat op gedoseerde wijze de strijd aan met jezelf, met als "heilig" doel het bereiken van de vloedlijn op het strand van Argelès-Plage aan de Middellandse Zee. Met het oog op onvoorziene omstandigheden, van welke aard dan ook, kent elke etappe een minder zware variant. Aldus is het ook voor fysiek minder capabele broeders én zusters mogelijk aan de Transpirinaika deel te nemen.
Op basis van eerder opgedane ervaring en nieuw uitgevoerde research vinden er elk jaar opnieuw interessante aanpassingen plaats ten aanzien van het routeschema, de overnachtingsadressen en diverse logistiek getinte zaken.
Het bagagetransport tussen de verschillende etappeplaatsen wordt verzorgd door het ervaren begeleidingsteam, waarvan 2 leden vrijwel dagelijkse op een strategisch gekozen plek een uitgebreide lunch verzorgen.
Waar we destijds gebruik maaakten van de fietsbus, reizen de deelnemers tegenwoordig op zowel heen- als terugreis beduidend comfortabeler met de trein. Daartoe verzorgt Col d'Extrême relatief goedkope groepstickets. Ook verzorgen wij het vervoer van de fietsen op heen- en terugreis.

Tijdens vrijwel alle tot nu toe georganiseerde edities van de Transpirinaika was er steeds sprake van een gemengd Nederlands-Belgisch deelnemersveld. Het feit dat relatief veel deelnemers aan de Transpirinaika besluiten de tocht voor een tweede keer te rijden stimuleert ons om op de destijds ingeslagen weg voort te gaan.
Op aanvraag kunnen tot de verbeelding sprekende presentaties worden verzorgd. En wanneer men de persoonlijke ervaringen wil vernemen van deelnemers aan eerdere edities van de Transpirinaika, dan bestaat die mogelijkheid.
Zie voor een aantal reisverslagen van deze uitdagende tocht de pagina Reisimpressies.
Op verzoek kan een uitgebreid informatieformulier van de Transpirinaika worden toegezonden.
Zie voor foto's >

