Transfrontière
De plaats van vertrek is gelegen aan de Garonne, vlakbij de grens op Frans grondgebied. Voorafgaande aan de eerste rit strijken we hier neer in de opvalland sfeervolle gîte d’étape, gerund door een fanatieke buitensporter. Na de eerste overnachting trekken we direct al Spanje in, waarbij we in eerste instantie de GR-211 volgen in zuidwestelijke richting. Vanaf Pont d’Arros gaan we serieus klimmen en wel naar de top van de 2050 meter hoge Coret de Varradòs.
Omdat het de eerste etappe is en deze klim niet te onderschatten steile passages bevat, beperken we de te leveren inspanningen enigszins en dalen vanaf de top de reguliere piste af naar Salardú, waar we 2 opeenvolgende dagen zullen verblijven.
Vanuit Salardú beginnen we de volgende dag met een enigszins technische passage via een sendero (singletrack) langs de bovenloop van de Riu Garona. Vervolgens staat de inspannende klim naar de top van de Coret de Pruedo (2125 ) op het programma, waarbij we een aantal ongenadig steile passages voor de wielen krijgen. Deze route loopt gedeeltelijk langs de noordelijke periferie van het beroemde nationale park Aigues Tortes, hetgeen garant staat voor een magnifiek landschappelijk decor. Een 16 kilometer lange afdaling voert de bikers uiteindelijk terug naar de gezellige alberg de muntanya in Salardú.
De volgende dagrit begint met de klim naar Bagergue, een dorp ten noorden van Salardú. Van hieraf rijden we in oostelijke richting via een tamelijk uitdagende pista naar het Pla de Beret. Inderdaad uitdagend, omdat destijds een deel van de track als gevolg van een aardverschuiving is weggevaagd.
Vanaf het skigebied van Pla de Beret, waar nog wel eens de aankomst plaatsvindt van een Tour- of Vuelta-etappe, volgens we een enerverende route ten noorden van de ruim 2700 meter hoge Tuc de Bonabé. We komen daarbij langs het fameuze Montgarri en de oorsprong van de Noguera Pallaresa, de beroemde wildwaterrivier. Uiteindelijk volgt er een lange afdaling, waarna we ter hoogte van Alos d’Isil op het asfalt uitkomen. Vanaf Esterri d’Aneu volgt tenslotte de slotklim naar het zo fraai gelegen Son del Pi. Optioneel vandaag is een extra lus van 26 kilometer, die ondermeer voert langs de op ruim 2000 meter hoogte gelegen “refugi guardat” Pla de la Font.
Rit nummer 4 brengt ons terug de grens over. In eerste instantie voert een technisch lastige singletrack afdaling ons terug naar het hoofddal van de Noguera, waarna we een piste volgen via de noordelijke oever van de rivier. Na Alos d’Isil begint de serieuze klim naar de top van de Port de Salau (2090), waarbij al gauw de camino overgaat in een smalle sendero. De keuze om van zuid naar noord de Salau over te trekken is een strategische en wel vanwege het feit dat het in omgekeerde richting een urenlange klauterpartij zou zijn geworden. Eenmaal op de top van de Port de Salau (tevens grensovergang)
wacht desalniettemin een zondermeer enerverende afdaling, waarbij in amper 4 kilometer weglengte 600 hoogtemeters teniet worden gedaan! Uiteindelijk vlakt het toch af en gaat het smalle pad over in een bredere piste forestière.
Na de overnachting in een sfeervol familiehotel beginnen we de volgende dag met een volgend hoogtepunt van deze rondtocht. De beklimming van de Port d’Aula (2260) is ronduit sensationeel: vanaf Couflens stijgen we bijna 1600 meter in amper 18 kilometer weglengte, waarbij we niet minder dan 50 bochten voor de wielen krijgen! De Port d’Aula staat dan ook met name in Frankrijk bekend als een klassieker. Vervolgens kan gekozen worden voor een avontuurlijke, vrij extreme afdaling via een qua techniek veeleisende singletrail, die ruim 1500 meter lager overgaat in een onverharde piste. Ten aanzien van het slot van de etappe volgen we een niet te zware, onverharde route door het bosrijke gebied ten zuiden van Seix, waarna een korte, pittige slotklim volgt naar het volgende overnachtingsadres. Deze op een landschappelijk gezien bijzondere plek gelegen gîte, nabij het alleen in de zomermaanden bewoonde dorpje Aunac, is het punt van vertrek voor de niet te onderschatten voorlaatste etappe, die direct al een heftige passage kent via de GR-10 (de beroemde coast to coast wandelroute) richting de top van de Col de la Core (1395), een bekende berg uit het ruime spectrum van Tour de France cols. De iets minder extreme afdaling voert naar Castillon, waar ons een opvalland gastvrije ontvangst te wachten staat in een tamelijk luxe chambre d’hôte.
Na het uitgebreide ontbijt maken we ons de volgende dag op voor de laatste rit, terug naar Fos.
In eerste instantie rijden we een fraaie secundaire route rond Castillon, waarna een gemeen steile klim volgt, die uitmondt op de piste forestière de Bellongue Nord. We volgen dit pad in westelijke richting en dalen uiteindelijk af naar de Col de Portet d’Aspet (1069), de Tour de France col waar destijds Olympisch kampioen Fabio Cassartelli op zo tragische wijze het leven liet. Via het asfalt dalen we dan de col af en klimmen vervolgens weer grotendeels onverhard naar de Col d’Artigascou (1351). In plaats van rechtstreeks af te dalen naar het dal van de Garonne, steken we door naar de top van de Col de Menté (1349). Na een paar verharde kilometers, beginnen we met de onverharde finale van deze enerverende Pyreneeënweek. Er volgt een uiterst gevarieerde afdaling, met her en der percentages van tegen de 20%. Vanaf Argut-Dessous volgen we tot slot een uitdagende singletrack, die uitmondt aan de noordzijde van Fos, waar de sympathieke gastheer van de gîte-auberge waar we een week eerder de tocht zijn begonnen, ons wederom gastvrij zal ontvangen.
Zie voor foto's >

