Semi-standplaats

In tegenstelling tot de andere mogelijkheden uit ons spectrum van uitdagende MTB-vakanties, betreft dit geen meerdaagse trektocht. Kenmerkend voor deze formule is dat men aan het eind van de dagrit steeds terugkeert bij het overnachtingsadres, waar men ’s ochtends de etappe is begonnen. Op relatief korte afstand van elkaar bevinden zich een aantal uitgelezen locaties (één op Franse bodem, de overige op Spaans grondgebied), van waaruit steeds een aantal zondermeer enerverende dagtochten kan worden ondernomen. Aldus kan men zich steeds, na het rijden van een paar etappes, met eigen vervoer verplaatsen naar de volgende “uitvalsbasis”.

Plaats van handeling is in eerste instantie het gebied rond Saint Béat, aan de bovenloop van de Garonne. De uit de Tour de France bekende Col de Menté en Col du Portillon markeren het “werkterrein” van de eerste twee dagen. Daarnaast zijn er de minder bekende (maar daarom niet minder zware) “scherprechters” als de Col d’Artigascou en de het traject rond de 1900 m. hoge Pic du Cagire. Na verplaatsing naar het volgende overnachtingsadres aan de oostkant van de ruim 2000 meter hoge Puerto de Bonaigua volgen wederom een tweetal niet te onderschatten dagtochten. De schermutselingen vinden in dit geval plaats in het gebied grenzend aan het beroemde Parc Nacional de Aigues Tortes. De beklimmingen zijn lang en zwaar, het landschap magistraal en de uitzichten fenomenaal. We komen tot ruim 2200 meter, hetgeen voor Pyreneese begrippen (met een maximale hoogte van ruim 3400 meter) naar verhouding hoog is. Een onmiskenbaar karakteristiek onderdeel van het onherbergzame landschap op grotere hoogte zijn de majestueus rondcirkelende gieren waarmee men ongetwijfeld in visuele zin zal worden geconfronteerd. We wisselen vervolgens de sfeervolle refugi nabij Esterri d’Aneu in voor een gastvrije berghut onder de top van de ruim 2400 meter hoge Pic d’Orri, pal ten zuiden van Andorra. Hier staan wederom een tweetal spectaculaire etappes op het programma. Het gebied is zeer gevarieerd en de routes lopen dan ook over zware gravelpistes en zeer onregelmatige bospaden, door al dan niet verlaten dorpjes en via doorwaadbare plaatsen door riviertjes. De beklimmingen zijn wederom pittig, maar eenmaal boven zijn de uitzichten eens te meer “om je vingers bij af te likken”. De in de routebeschrijvingen aangegeven drinkwaterbronnen (“fuentes”) worden veelal dankbaar gebruikt om de bidons of camelbacks bij te vullen. De ultieme bekroning van dit semi-standplaats programma vindt plaats in de vorm van twee dagritten in het schitterende Parc Natural Moixeró-Cadí, waarvan het landschap gelijkenissen vertoont met dat van menig (spaghetti-)western. Na de beklimmingen van respectievelijk de Coll de Mola (1865 m.), El Collell (1870 m.) en de Coll de Jovel (1800 m.) vindt de laatste overnachting plaats in de albergue de muntaña in het zo fraai gelegen Tuixent.