Peña Montañesa
Als resultaat van uitgebreide research maakte deze enerverende tocht in 2006 voor het eerst deel uit van ons programma-aanbod. Een jaar later is de tocht voor de eerste keer ook als groepsreis georganiseerd, inclusief bagagetransport tussen de opeenvolgende overnachtingsplaatsen. In het voorjaar van 2010 heeft er een serieuze upgrade plaatgevonden, met ondermeer als resultaat een substantiële afname van de hoeveelheid asfalt.
Plaats van handeling is het gebied dat gemakshalve is te omschrijven als “Alta Aragon”, oftewel de hogere delen van de vrij westelijk gelegen provincie Aragon.

Deze uitdagende, gevarieerde tocht begint in het bergdorp Saravillo, gelegen in één van de meest ongerepte dalen van de Aragonese Pyreneeën. De eerste dag gaan we er meteen al flink tegenaan. De ouverture van deze meerdaagse trektocht wordt gevormd door de inspannende klim, direct vanuit Saravillo, naar het op bijna 2000 meter hoogte gelegen Basa de la Mora, volgens kenners één van de mooiste natuurlijke meren van de Pyreneeën.
De laatste kilometers tot het meer gaan via een tamelijk onregelmatige singletrack. Terug omlaag volgen we gedeeltelijk een andere route, waarna we andermaal gaan klimmen, nu naar Plan, een centraal in het Valle de Gistain gelegen dorp. Tijdens de volgende dagrit klimmen we meteen weer naar een hoogte van circa 2000 meter. De aanvankelijk nog verharde klim naar het dorpje Sin kent direct al niet te onderschatten stijgingspercentages. Tegelijkertijd kunnen we echter genieten van een weergaloos landschap, waarbij de imposante Peña Artiés het landschap hier zo domineert. Vanaf Sin gaan we onverhard verder en volgt de passage over de bijna 2000 meter hoge Piedra Blanca en een kilometers lange afdaling die in eerste instantie eindigt in Gistain, waarna een heftige singletrack ons verder omlaag voert. Er resten dan nog circa 500 te overbruggen hoogtemeters naar de fraai gelegen berghut van Viados, onze tweede overnachtingslocatie.
Na een korte afdaling gaan we de volgende dag opnieuw pittig klimmen. De ongemeen steile pista de muntaña aan de oostzijde van de Rio Zinqueta voert naar een maximale hoogte van bijna 1900 meter, waarna een zinderende afdaling volgt richting San Juan de Plan.
Echter, nog voordat we terug in de bewoonde wereld komen, verlaten we de camino voor een vrij extreme passage die uiteindelijk uitmondt op de pista naar de 1930 meter hoge Collade de Sahún. De route over de Sahún is te omschrijven als vrij regulier en om die reden verlaten we, nog voordat we de top hebben bereikt, het gravelpad voor een beduidend uitdagender vervolg over de Collade de la Cruz (1725). Het onregelmatige pad, dat constant op en af gaat (maar per saldo omlaag) gaat ter hoogte van Barbaruens over in asfalt, waarna we vliegensvlug afdalen tot aan de oever van de Rio Esera. De imposante Congosto de Ventamillo is daarna de indrukwekkende kloof waar doorheen vandaag de laatste kilometers worden afgelegd.
Na de overnachting in Castejon de Sos bereiken we op een gevarieerde wijze het meest oostelijke punt van deze meerdaagse, waarna er een gemeen steile afdaling volgt terug naar de oever van de Rio Esera. We gaan nu serieus terug in westelijke richting en volgen daarbij een uitdagende route ten zuiden van de majestueuze, 2912 meter hoge Cotiella. In eerste instantie beklimmen we de Collade de Cullibert (1471) en rijden daarna via singletrack door uiterst “remote” gebied naar de doorgang tussen de 2300 meter hoge Peña Montañesa (waar dit programma zijn naam aan ontleent) en z’n iets lagere broertje, de Peña Solana. Vanaf La Collada (1548) dalen we het steile pad af naar Ceresa en gaan verder omlaag tot diep in het hoofddal van de Rio Cinca.
Wat nu volgt is één van de hoogtepunten van deze tocht: de passage door de adembenemend fraaie Desfiladero de Vellos, de extreem smalle kloof waar doorheen ook de gelijknamige rivier zich (ogenschijnlijk met moeite) een weg baant. Wanneer de kloof zich opent treffen we al snel de afslag naar het dorpje Nerin, waar we in de opvallend sfeervolle albergue gaan overnachten.
Nerin is de perfecte uitvalsbasis voor het absolute hoogtepunt van deze enerverende “vuelta de BTT”. Direct na het ontbijt de volgende dag klimmen we naar de imposante Sierra de las Cutas. Met een hoogte bijna 2300 meter bereiken we hier het spreekwoordelijke “dak” van deze meerdaagse, met als apotheose het uitzicht in de bijna 1000 meter lager gelegen Cañon de Ordesa. De nu volgende afdaling, die vooral aan het eind een aantal behoorlijk steile passages kent, brengt ons in één keer bijna 1300 meter lager. Alvorens te beginnen met de slotklim naar de albergue de muntaña in Linas de Broto rijden we nog een fraai traject langs de bovenloop van de Rio Ara, waarna we vanaf de berghut van Bujaruelo terug afdalen naar Torla.
De vijfde etappe begint met een in 2009 voor het eerst in kaart gebracht traject. Daarna klimmen we via de verharde weg naar de zich op ruim 1400 meter bevindende doorgang onder de Puerto de Cotafablo.
Wanneer we de tunnel hebben verlaten gaan we vanaf Yeseró onverhard verder omlaag. Met name de smalle, wat betreft ondergrond zeer onregelmatige track steil omlaag naar Oros Baja is vanuit technisch oogpunt lastig. Vanaf het iets verderop gelegen dorpje Oliván begint de niet te onderschatten klim naar het markante Cruz de Basarán. We trekken vanaf hier verder in zuidelijke
richting, passeren menig “pueblo deshabitado”, en klimmen uiteindelijk richting de imposante Oturia. We bevinden ons hier in extreem onherbergzaam gebied. Na de passage over de Collade de Tres Cruzes
(1515) treffen we de restanten van het al vele jaren niet meer bewoonde dorp Sasa. De extreme passage door een rivierbedding onderstreept eens te meer het avontuurlijke karakter van deze etappe en in feite van deze gehele tocht. Een zinderende afdaling luidt tenslotte het eind in van deze relatief lange etappe.
Vanuit het gezellige en comfortabele hostal in Fiscal (tevens dorpscafé) rijden we de volgende dag de laatste etappe.
We volgen in eerste instantie een secundaire route via de zuidelijke oever van de Rio Ara.Uiteindelijk voert een heerlijk onverharde route naar het dorp Janovás, dat destijds moedwillig is ontvolkt met het oog op de aanleg van een stuwmeer (hetgeen overigens nooit is gerealiseerd). Na terugkeer naar de andere oever (via een hangbrug) wordt de pittige doorsteek gemaakt naar de fameuze Añisclo-kloof.
Omdat we eerder deze week de passage van oost naar west door de Desfiladero de Vellos reeds hebben gereden, kiezen we nu voor de route bovenlangs, met ondermeer een magnifiek uitzicht op de imposante Peña Montañesa, die we een paar dagen geleden vanuit oostelijke richting zijn gepasseerd. Na een lange afdaling rijden we vanaf Puyarruego via een singletrack en een rivierpassage naar Escalona. Tot Badain rijden we andermaal over een pittige gravelpiste, waarna de imposante Desfiladero de las Devotas ons stroomopwaarts voert tot aan begin van het Valle de Gistain. Na een handvol kilometers licht omhoog volgt dan de slotklim, terug naar Saravillo.

