Peña Montañesa
Als resultaat van uitgebreide research is deze enerverende tocht in 2006 voor het eerst georganiseerd. Plaats van handeling is het gebied dat gemakshalve is te omschrijven als “Alta Aragon”, oftewel de hogere delen van de vrij westelijk gelegen provincie Aragon. In 2007 is deze tocht voor de eerste keer ook als groepsreis georganiseerd, inclusief bagagetransport tussen de opeenvolgende overnachtingsplaatsen.

Deze uitdagende, uitermate gevarieerde tocht begint in het bergdorp Saravillo, gelegen in één van de meest ongerepte dalen van de Aragonese Pyreneeën. De eerste dag gaan we er meteen al flink tegenaan. De aanvankelijk nog verharde klim naar het dorpje Sin kent direct al niet te onderschatten stijgingspercentages. Tegelijkertijd kunnen we echter genieten van een weergaloos landschap, waarbij de imposante Peña Artiés het landschap hier zo domineert.
Vanaf Sin gaan we onverhard verder en volgt de passage over de bijna 2000 meter hoge Piedra Blanca, waarvan de afdaling eindigt in San Juan de Plan. Er resten dan nog circa 500 te overbruggen hoogtemeters naar de fraai gelegen de berghut van Viados, onze tweede overnachtingslocatie.
Na een korte afdaling gaan we de volgende dag opnieuw pittig klimmen. De ongemeen steile pista de muntaña aan de oostzijde van de Rio Zinqueta voert naar een maximale hoogte van bijna 1900 meter, waarna een zinderende afdaling volgt richting San Juan de Plan. Echter, nog voordat we terug in de bewoonde wereld komen verlaten we de camino voor een vrij extreme passage die uiteindelijk uitmondt op de pista naar de 1930 meter hoge Collade de Sahún. De route over de Sahún is te omschrijven als vrij regulier en om die reden verlaten we, nog voordat we de top hebben bereikt, het gravelpad voor een beduidend uitdagender vervolg over de Collade de la Cruz (1725).
Het onregelmatige pad, dat constant op en af gaat (maar per saldo omlaag) gaat ter hoogte van Barbaruens over in asfalt, waarna we vliegensvlug afdalen tot aan de oever van de Rio Esera. De imposante Congosto de Ventamillo is daarna de indrukwekkende kloof waar doorheen vandaag de laatste kilometers worden afgelegd.
Na de overnachting in Castejon de Sos bereiken we op een gevarieerde wijze het meest oostelijke punt van deze meerdaagse, waarna er een gemeen steile afdaling volgt terug naar de oever van de Esera. We gaan nu serieus terug in westelijke richting en volgen daarbij een uitdagende route ten zuiden van de majestueuze, 2912 meter hoge Cotiella. In eerste instantie beklimmen we de Collade de Cullibert (1471) en rijden daarna door uiterst “remote” gebied naar de doorgang tussen de 2300 meter hoge Peña Montañesa (waar dit programma zijn naam aan ontleent) en z’n iets lagere broertje de Peña Solana. Vanaf La Collada (1548) dalen we het steile pad af naar Ceresa en gaan verder omlaag tot diep in het hoofddal van de Rio Cinca. Wat nu volgt is één van de hoogtepunten van deze tocht: de passage door de adembenemend fraaie Desfiladero de Vellos, de extreem smalle kloof waar doorheen ook de gelijknamige rivier zich (ogenschijnlijk met moeite) een weg baant. Wanneer de kloof zich opent treffen we al snel de afslag naar het dorpje Nerin, waar we in de albergue gaan overnachten.
Nerin is de perfecte uitvalsbasis voor het absolute hoogtepunt van deze enerverende “vuelta de BTT”. Direct na het ontbijt de volgende dag klimmen we naar de imposante Sierra de las Cutas. Met een hoogte bijna 2300 meter bereiken we hier het spreekwoordelijke “dak” van deze meerdaagse, met als apotheose het uitzicht in de bijna 1000 meter lager gelegen Cañon de Ordesa.
De nu volgende afdaling, die vooral aan het eind een aantal behoorlijk steile passages kent, brengt ons in één keer bijna 1300 meter lager. Alvorens te beginnen met de slotklim naar de albergue de muntaña in Linas de Broto rijden we nog een fraai traject langs de bovenloop van de Rio Ara, waarna we vanaf de berghut van Bujaruelo terug afdalen naar Torla.
De vijfde etappe begint met een kort, in 2009 voor het eerst in kaart gebracht traject. Daarna klimmen we via de verharde weg naar de zich op ruim 1400 meter bevindende doorgang onder de Puerto de Cotafablo. Wanneer we de tunnel hebben verlaten gaan we vanaf Yeseró onverhard verder omlaag. Met name de smalle, wat betreft ondergrond onregelmatige track naar Oros Baja zal indruk wekken. Een gevarieerde, secundaire route via de oostelijke oever van de Rio Gállego, die we nog een keer door middel van een authentieke hangbrug oversteken, voert ons verder zuidwaarts.
Ter hoogte van Sabiñánigo richten we het vizier dan weer in oostelijke richting en na een paar kilometer volgt de magnifieke klim naar de Collade de Tres Cruzes (1515). We bevinden ons in extreem onherbergzaam gebied. Zo treffen we in dit gebied menig “pueblo deshabitada” (verlaten dorp) op onze route. Een uitdagende passage door de bedding van een rivier onderstreept eens te meer het avontuurlijke karakter van deze etappe en in feite van de gehele tocht. Een zinderende afdaling luidt tenslotte het eind in van deze relatief lange etappe.
Vanuit de gezellige albergue in Fiscal rijden we de volgende dag een vrij korte etappe. Een gevarieerde route via kleine, pittoreske dorpjes en met niet al te zware hellingen voert naar de hangbrug over de Rio Ara. Na het oversteken van de rivier, gevolgd door een paar kilometer asfalt, beginnen we aan de magnifieke klim naar het zich in de “middle of nowhere” bevindende dorpje Yeba. Vlak voor het dorp slaan we echter af voor een mogelijk nog extremer vervolg, met name omdat destijds een deel van de pista de muntaña door een aardverschuiving is weggevaagd. We passeren wederom een verlaten dorp en na het passeren van de bijna 1600 meter hoge Punta del Zapatero dalen we af naar Vio.
Iets ten zuidoosten van dit nog net bewoonde dorp treffen we het voorlaatste overnachtingsadres, gesitueerd in een onwaarschijnlijk fraai en gevarieerd landschappelijk decor. Zo is het magnifieke uitzicht richting de beroemde Añisclo kloof amper onder woorden te brengen.
Na het opvallend comfortabele verblijf in de “casa rural” in Buerba vertrekken we de volgende ochtend voor de laatste dagrit, terug naar Saravillo. Als alternatief voor de schitterende route “bovenlangs” met fantastisch uitzicht op de Peña Montañesa is er in eerste instantie de lager gelegen route door de Desfiladero die we eerder in tegenovergestelde richting hebben gereden. Vanaf Laspuña gaan we dan weer onverhard verder, waarbij de pittige beklimming van de westflank van La Collada optioneel is. Als alternatief kan ook worden gekozen voor de inspannende klim vanaf Saravillo naar het op bijna 2000 meter gelegen Basa de la Mora, volgens kenners één van de mooiste natuurlijke meren van de Pyreneeën.
Zie voor foto's >

