Pallars Sobirà
Dit programma heeft in 2009 een serieuze gedaanteverandering ondergaan. Op basis van intensieve research en aldus nieuw vergaarde kennis kon een uitdagende tocht worden samengesteld met ondermeer een aantal nieuwe overnachtingsadressen.
Bovendien is de opeenvolging van de verschillende dagritten zodanig dat bagagetransport mogelijk bleek bij een substantieel kleiner aantal deelnemers dan voorheen.
Vanaf Sant Joan de l’Erm dalen we bij het begin van de eerste etappe eerst een paar kilometer en gaan daarna in oostelijke richting min of meer een cirkel beschrijven, via de 1865 meter hoge Col d’Ares en de Collado de Ras de Conques (1930) terug naar Bordes de Civis. Na een maximale hoogte te hebben bereikt van 1950 meter rijden we via een lange, fraaie afdaling terug naar de bewoonde wereld. Vanaf Llavorsi volgen we kort de hoofdweg stroomopwaarts met de Noguera Pallaresa, waarna we afslaan voor de korte slotklim naar de gastvrije alberg in het fraai gelegen Arestui.
De volgende dag volgen we vanaf Arestui de doorgaande route omhoog. De uitputtende pista de muntaña voert ons in eerste instantie naar de Coll de Rat (2015). Nadat het enigszins afvlakt verlaten we de doorgaande route voor een heftige afdaling, die ons terugvoert naar de hoofdweg Llavorsi – Esterri d’Aneu, waarna we andermaal gaan klimmen en wel richting het skioord Espot. Voordat we dit plaatsje hebben bereikt slaan we af voor een secundaire route hoog langs de zuidelijke flank van het dal van de Noguera. We kiezen vervolgens voor de uitdagende lus via de schitterend gelegen berghut Pla de la Font.
De route komt uiteindelijk uit in het zo fraai gelegen Son del Pi, etappeplaats voor menig mountainbiker tijdens zijn of haar trektocht rond het nationale park Aigues Tortes.
Dag 3 beginnen we weer meteen met klimmen en wel vanuit westelijke richting terug naar Pla de la Font. Ten opzichte van gisteren rijden we deze beginroute nu in omgekeerde richting. Bovendien volgen we in de daarop volgende afdaling grotendeels een ander, tamelijk avontuurlijk parcours. We gaan daarna weer klimmen, in eerste instantie naar Espot en vervolgens naar Super Espot. Onze weg volgt een gemeen steile route door het skigebied van Super Espot. Op de splitsing ter hoogte van een onbemande refugi gaan we een magnifiek tracé volgen met ondermeer de passage over de Collade de la Portella (2250). Deze track eindigt in het op 1400 meter hoogte gelegen Lesssui, een voormalig skistation. Van hieraf dalen we in zinderende vaart af om na 9 kilometer rechtsaf te slaan voor de laatste 7 secundaire kilometers.
Vanaf de comfortabele alberg volgen we op dag 4 de smalle doorgaande weg in zuidelijke richting. Aanvankelijk blijven we nog even op hoogte, maar daarna dalen we af naar de hoofdweg ten zuiden van Sort.
We volgen deze weg over een bescheiden afstand tot Baro. De nu volgende klim, die vooral aanvankelijk erg steil is, eindigt op de ruim 1700 meter hoge Collade de Sant Quiri, een kruising van pistas. We dalen af, in eerste instantie naar het uiterst remote gelegen Ancs, dat in feite niet veel meer is dan een verzameling ruïnes. De smalle track komt na een lange afdaling iets ten noorden van Gerri de la Sal uit op de hoofdweg, die we andermaal over een bescheiden afstand volgen in zuidelijke richting om daarna de rivier over te steken. Direct kunnen we nu flink op de pedalen gaan staan voor de imponerende slotklim naar een bijzonder gastvrije refugi, geïsoleerd gelegen in het centrale deel van de landschappelijk zo gevarieerde Sierra de Boumort.
De volgende etappe voert ons verder oostwaarts. We volgen aanvankelijk een uitdagende route langs de noordflank van hetzelfde zijdal van de Noguera Pallaresa, dat we gisteren omhoog zijn gereden naar Cuberes. Vanaf Taús gaan we verder over een kilometerslange track, die vanuit oostelijke richting amper te rijden is. Omdat we echter vanuit tegenovergestelde richting (en dus op hoogte) beginnen, ervaren we normaalgesproken geen serieuze problemen. Eenmaal terug in de “bewoonde wereld” is het nog slechts een handvol kilometers naar het volgende overnachtingsadres in Organyà.
Op dag 6 wordt er een zogenaamde niet-verplaatsingsetappe gereden. Vanuit Organyà gaan we direct omhoog naar Montanissell, waarbij we halverwege kunnen kiezen voor een interessante pionierspassage. Het vrijwel loodrechte massief ten noorden van Montanissell vormt daarna een ogenschijnlijk onneembare barrière. Toch blijkt er een mogelijkheid te bestaan en is er een pad omhoog. Eenmaal tot in het massief doorgedrongen draaien we naar links en klimmen verder tot een maximale hoogte van bijna 1700 meter.
Na Els Prats benutten we een uitsparing in het massief en keren geleidelijk aan terug in oostelijke richting. We komen daarbij ondermeer langs de op één na langste waterval van Catalunya en een vindplaats van dinosauruseieren. Vlak voor Coll de Nargó komen we terug op het asfalt, waarna we de pittige klim volbrengen terug naar Montanissell en vervolgens in vliegende vaart omlaag naar Organyà.
Op de laatste dag beginnen we met de uitdagende klim naar Montan de Tost, opgebouwd uit een serie ruime haarspeldbochten. Hoe hoger we raken, des te imposanter het uitzicht. Aan het ogenschijnlijke eind van de klim draaien we van het hoofddal weg en klimmen verder naar een hoogste punt van 1350 meter. Een bescheiden aantal kilometers verder verlaten we ter hoogte van de Coll d’Arnat (1280) de hoofdpiste en dalen heftig af naar Castellar de Tost en verder door naar de hoofdweg La Seu – Organyà. Vanaf Noves de Segre gaan we nu een secundaire route rijden tot halverwege de Coll del Cantó. Na kort deze hoofdweg te hebben gevolgd, gaan we ter hoogte van Canturri onverhard naar rechts voor de laatste ruim 9 kilometer terug omhoog, ondermeer via de Coll de Leix (1710), naar Sant Joan de l’Erm.

