Coast to Coast / Oost naar West (Randonneur)
Dit uitdagende programma heeft destijds een serieuze gedaanteverwisseling ondergaan. Na zorgvuldige overwegingen is het besluit genomen, mede op basis van de toegenomen kennis en ervaring, de aanvankelijk ruim 2 weken in beslag nemende tocht om te vormen tot een programma van 22 dagen. De praktijk wees namelijk steeds meer uit dat de fietsers, gelet op het aantal beschikbare dagen, gedwongen waren de meest interessante passages letterlijk en figuurlijk links te laten liggen. .jpg)
Door de nieuwe opzet is er sprake van een zondermeer magnifiek programma. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in het feit dat er maar liefst 12 maal sprake is van een grenspassage. Door de verandering in de programmering van de fietsbussen en tevens door de toename van de mogelijkheden die trein (TGV) en vliegtuig bieden, bestaan er meerdere mogelijkheden ten aanzien van heen- en terugreis. Gerelateerd hieraan zijn er ook verschillende mogelijkheden wat betreft de invullig van het routeschema van deze magnifieke fietstocht. Vrijwel alle sportieve, landschappelijke als ook culturele aspecten, die de Pyreneeën rijk zijn, komen bij deze tocht aan bod. Na de pittoreske weggetjes door de mediterrane Pyreneeën volgt de geleidelijke klim naar de hoogvlakte van de Cerdagne, waarna we met de Riu Sègre afdalen op Spaans grondgebied. Links en rechts van de rivier volgen we landschappelijk interessante routes, waarbij we al tot ruim 2200 meter hoogte komen. Zuidelijk van Andorra wordt vervolgens via een uitdagende route het bosrijke langlaufgebied rond de refugi van Sant Joan de l’Erm doorkruist en voert een onverharde “piste de muntaña” ons naar de westflank van de Puerto de Bonaigua. Vanaf Salardú mijden we zoveel als mogelijk de doorgaande hoofdweg stroomafwaarts met de bovenloop van de Riu Garonna, waarna we de grens met Frankrijk weer oversteken. De uit de Tour de France bekende Col du Portillon en de Col de Peyresourde zijn daarna serieuze kuitenbijters op weg naar het pittoreske dorp Azet, dat de uitvalsbasis vormt voor de klim naar de 2215 m. hoge Col de Portet. Het bijzondere van deze col is niet alleen het feit dat we tot 1600 meter hoogte gebruik kunnen maken van een kabelbaan. Vanaf de top van de Portet bestaat bovendien de mogelijkheid onverhard af te dalen, waarna via het onwaarschijnlijk fraaie merencomplex van Néouvielle kan worden terug gereden. Tijd om terug te keren naar Spaanse bodem en dat doen we via de tunnel van Bielsa, die in noord-zuidelijke richting met 5% afloopt.
Eenmaal weer in Spanje vallen in meerdere opzichten de verschillen op met het gebied aan de noordzijde van het massief. We overnachten in eerste instantie in het betoverend mooie Vall de Gistau, waar de tijd reeds decennia lijkt te hebben stilgestaan. Eén van de absolute hoogtepunten is daarna de passage bovenlangs de zuidflank van de imposante Ordesa Canyon, onderdeel uitmakend van het nationale park van Ordesa y Monte Perdido We komen hierbij tot een hoogte van ruim 2200 meter. Na de Puerto de Cotafablo volgen we een avontuurlijke route naar Villanúa, gelegen aan de beroemde Camino de Santiago.
Deze pelgrimsroute voert ons, ondermeer via de passage over de ruim 1600 meter hoge Col du Somport, terug naar Frankrijk, waar we in het sfeervolle Accous in de plaatselijke gîte-auberge een gastvrij onthaal ervaren. De etappe op dag 19 is een korte maar pittige en eindigt in de sfeervolle berghut van La Piere-Saint Martin. Na het ontbijt de volgende dag wacht een bijzonder gevarieerde rit. Vanuit de refuge steken we direct terug de grens over en doorkruisen het betoverend mooie kalkplateau van Larra, dat gekenmerkt wordt door de bijzondere vegetatie en de talloze, sommige meer dan 1000 meter diepe gouffres. Tussen de ruim 1000 meter hoge Alto Laza en Ochagavía volgen we weer een avontuurlijke route over een onverharde, maar prima te berijden pista de muntaña, waarna de beklimming volgt van de 1340 meter hoge Paso Tapia en de slotpassage langs de oevers van het embalse de Irabiako. De voorlaatste etappe brengt de fietsers in eerste instantie via een doorwaadbare plaats in de grensrivier terug naar Franse bodem, waarna een magnifieke route volgt door een uitgebreide “zône pastorale”, over smalle, verstilde weggetjes.
Voordat we op de laatste dag de Atlantische Oceaan bereiken kent het programma nog vier maal een grensovergang, waarbij ondermeer de voor plaatselijke begrippen imposante, maar niet steile Col d’Ispéguy wordt beklommen. Samenvattend: een optimale mix van landschappelijk verantwoorde routes, uitdagende cols, een weergaloos landschap en de mogelijkheid tot het opsnuiven van diverse cultureel getinte zaken.

