Cerdagne – Val d’Aran

Uitvalsbasis van deze enerverende fietsvakantie is Caldégas, een dorp in het oostelijke deel van de Franse Cerdagne, het gebied met de meeste dagen zon van het Franse vasteland.Vrijwel direct na de start van de eerste dagrit gaan we over onverharde ondergrond rijden, waarna de overnachting direct al plaatsvindt in een gastvrije berghut op ruim 2100 meter hoogte. We bevinden ons nu direct al op Spaans grondgebied en tot La Seu d’Urgell volgen we de Riu Sègre stroomafwaarts, waarbij zoveel mogelijk de hoofdweg wordt gemeden. Magnifieke onverharde pistas de muntañas en verstilde smalle asfaltweggetjes voeren uiteindelijk naar het middeleeuws aandoende Arsèguell.
Vervolgens trekken we nóg dunner bevolkt gebied binnen, waarbij we door een enkel zo goed als verlaten dorp fietsen. De enerverende passage via de ermita van Santa Magdalena en de bijna 2000 meter hoge Creu de Bedet wordt de volgende dag gevolgd door het traject langs het schilderachtige Montgarri, een gehucht dat uit niet meer bestaat dan een kerk, een tweetal berghutten en wat ruïnes. Na de rustdag in Salardú vindt de volgende overnachting weer plaats op Franse bodem, waarna we via de secundaire Col d’Artigascou en de gemeen steile Portet d’Aspet terug in oostwaartse richting trekken. Tijdens de enerverende klim naar de top van de Artigascou hebben we daarbij, in geval van goede weersomstandigheden, een fraai uitzicht op de Pic de Aneto, de hoogste top van het gehele Pyreneeënreliëf. Inderdaad wordt een enkele Tour de France col afgewisseld met een minder befaamde (maar landschappelijk gezien niet minder interessante) beklimming. Bovendien gaan we de meer avontuurlijke, onverharde passages niet uit de weg. Zoals gebruikelijk bij dit type door Col d’Extrême georganiseerde fietsvakanties zijn de passages over gravelpistes veelal optioneel; vrijwel elke dagrit kent immers een ten opzichte van de standaardroute minder zware variant. Na de overnachting in Aulus-les-Bains wacht de magnifieke beklimming van de niet te onderschatten Col d’Agnes, die met name wordt gekenmerkt door het adembenemende uitzicht vanaf de top. We bevinden ons in zeer dun bevolkt gebied en mogen ons aldus gelukkig prijzen met het etablissement ter hoogte van het étang de Lers, waarin je je bij onverhoopt minder gunstige weersomstandig-heden kunt opwarmen bij de open haard.
Het is vervolgens een bescheiden “wippertje” naar de top van de Port de Lers, waarna we het Pays Cathare binnentrekken. Halverwege de noordelijke flank van het hoofddal van de Ariège loopt “en balcon” de befaamde “Route des Corniches”. Zoals deze naam reeds doet vermoeden garandeert deze weg een fraai uitzicht wanneer we op weg zijn naar het kuuroord Ax-les-Thermes, waar de tweede rustdag is gepland. Mocht daar behoefte toe bestaan dan kan deze dag worden aangewend voor de beklimming van een bekende Tour de France col, zoals het Plateau de Bonascre of het Plateau de Beille. Ten aanzien van de daaropvolgende rit naar Comus kan andermaal gekozen worden tussen een zwaardere en een minder zware variant. Het Plateau de Sault voert ons via schitterende ‘rurale” weggetjes verder oostwaarts, waarna we vanaf Axat afbuigen in zuidelijke richting. De omhoog lopende route door de Gorges de l’Aude is niet zwaar en doorgaans is er ook hier sprake van een beperkte verkeersfrequentie. Na de overnachting in de gastvrije chambre d’hôte in Les Angles verlaten we via de Coll de Llose de noordelijke Capcir. Rest nu nog een slotetappe door de Cerdage via andermaal heerlijke secundaire weggetjes. Vanaf de bijna 1600 meter hoge Col de la Perche dalen we “grosso modo” af naar Caldégas, waar gastheer en -vrouw benieuwd zullen zijn naar de ervaringen.