Luz-Ardiden – Portet d’Aspet

Deze uitdagende tocht wordt reeds een aantal opeenvolgende jaren succesvol als maatwerkprogramma georganiseerd. Tussen de bekende aankomstplaats bergop Luz-Ardiden (een Pyreneeën-equivalent van Alpe d'Huez) en de legendarische Portet d’Aspet (waar Olympisch kampioen Fabio Cassartelli destijds zo tragisch om het leven kwam) ligt een keur aan gerenommeerde Tour de France cols, zoals de Aspin, Portillon, Peyresourde, Menté, Azet, Superbagnères, Piau-Engaly, Pla-d’Adet en Tourmalet. De ongenaakbare, 1755 meter hoge Port de Balès, in 2007 voor het eerst opgenomen in het schema van de Tour de France, kan eveneens onderdeel uitmaken van het programma. Op basis van eind 2008 uitgevoerde research en mutaties met betrekking tot een tweetal hotels, zijn we in staat geweest het programma in westelijke richting uit te breiden, zodat ondermeer de Col du Soulor en de Col d'Aubisque nu ook onderdeel uitmaken van deze uitdagende rondtocht. Reeds bij een deelnemeraantal van 6 kan dit programma worden georganiseerd met de service van bagagetransport. Het aldus ontwikkelde weekprogramma biedt een uitgelezen mogelijkheid op enerverende wijze kennis te maken met een aanzienlijk aantal giganten uit de Tourhistorie.
Uitvalsbasis is tegenwoordig Bagnères-de-Luchon (kortweg Luchon), strategisch gelegen aan de oostelijke voet van Col de Peyresourde. De eerste etappe gaat in westelijke richting en we krijgen direct al een tweetal bekende cols voor de wielen. Na de beklimming van de Peyresourde (1569) dalen we niet af naar Arreau maar volgt vanuit het Val Louron de passage over de Col d’Azet (1580). De hierop volgende afdaling voert ons tot in het hoofddal van de Neste d’Aure, waar overnacht wordt in een fietsershotel met zwembad. Optioneel deze eerste dag is de pittige klim naar Pla d’Adet (1680), een van de Tour de France bekende aankomst bergop. 
De volgende dag staan 4 cols op het programma. Alvorens te beginnen met de beklimming van de Col d’Aspin is er sprake van een magnifieke ouverture. Een schitterende “route de corniche” voert de renners in eerste instantie hoog via de oostflank van het Vallée d’Aure in zuidelijke richting. Achtereenvolgens de Col de Lançon (1120) en de Col de Ris (1110) zijn de te nemen obstakels naar Arreau, waar de reguliere klim een aanvang neemt naar de top van de Col d’Aspin (1489). Halverwege de daarop volgende afdaling verlaten we de hoofdweg voor de passage over de Sarat de Bon (1221), een onbekende, maar volgens ingewijden niet te versmaden parel uit het ruime pallet van uitdagende Pyreneeëncols. 
De derde dag begint direct met de beklimming van de Col du Tourmalet (2115), de fameuze col “hors catégorie”. Na op de top even te hebben gerecupereerd volgt de zinderende afdaling naar Luz-Saint Sauveur, waar we vrijwel meteen weer op de pedalen kunnen voor de klim naar Luz-Ardiden (1720). Een interessant aspect van deze klim is het feit dat je grotendeels via een andere route weer kunt afdalen tot diep in het hoofddal van de Gave de Gavarnie. Optioneel vandaag is de klim naar Hautacam (1615). Ten aanzien van het slot van de etappe volgen we een fraaie secundaire route, waarbij we het vervelend drukke Argelès-Gazost in figuurlijke zin links laten liggen. De overnachting vindt plaats in een opvallend gastvrije gîte-auberge, gesitueerd aan de oostelijke voet van de Col du Soulor.
Op dag 4 is er sprake van een zogenaamde niet-verplaatsingsetappe. Na het ontbijt beginnen we direct met de opvallend regelmatige klim naar de top van de Col du Soulor (1474). Vervolgens dalen we een weinig en fietsen over de imposante Cirque du Litor naar de Col d’Aubisque (1709). Laruns is de plaats waar de heftige afdaling van de Aubisque eindigt en waar prima aandacht kan worden besteed aan de inwendige mens. Het vervolg van de etappe is minstens zo bijzonder als hetgeen we vandaag reeds achter de wielen hebben. Via de oostelijke oever van de Gave d’Ossau rijden we in eerste instantie in noordelijke richting, waarna we afbuigen voor een magnifieke, secundaire route naar het dal van de Ouzon. We maken daarna gebruik van het bijzondere aspect van de Col du Soulor (die immers van 3 kanten beklommen kan worden) en rijden deze col nu omhoog vanuit noordelijke richting. Eenmaal op de top dalen we de oostelijke flank af. Voor de liefhebbers bestaat vandaag de mogelijkheid de etappe extra allure te geven door te kiezen voor de passage over de Col de Spandelles (1378), befaamd om de zo onregelmatige en met talloze bochten gelardeerde westflank.
We gaan nu in het kader van deze rondtocht terug in oostelijke richting. Na de fraaie route over de Col des Bordères (1156) steken we via de voormalige spoorbrug de Gave de Pau over en rijden een pittig, maar landschappelijk schitterend tracé ten noorden van de Col du Tourmalet. Smalle, bochtige en rustige wegen, die constant op en af gaan in combinatie met pittoreske dorpjes karakteriseren dit traject.
Eenmaal aangeland nabij Bagnères-de-Bigorre kent deze etappe een waardig slot in de vorm van de beklimming van de Col de la Courade (1319), waarna we wederom gaan overnachten in een hotel met zwembad. De Col d’Aspin kent als interessant alternatief de weliswaar minder bekende, maar minstens zo uitdagende Hourquette d’Ancizan (1564). Het is dan ook deze col die we de volgende dag in eerste instantie op ons pad treffen. Vervolgens staat de grillige oostelijke klim naar de top van de Col d’Azet (1580) op het programma. Om het gezamenlijk begin- en eindpunt van deze rondtocht te bereiken rest dan enkel nog de passage over de Col de Peyresourde (1569). De afdaling van de Peyresourde gaat overigens gedeeltelijk via een andere route dan de weg die we eerder deze week vanuit Luchon hebben gevolgd.
Op de laatste dag van deze enerverende week in de Hautes Pyrénées verplaatsen we ons niet naar een ander hotel. Na de niet al te imposante Col d’Ares (797) volgt de relatief korte, maar uiterst heftige (15%) klim naar de Portet d’Aspet (1069), bekend van de fatale valpartij van Olympisch kampioen Fabio Cassartelli. De weg terug gaat grotendeels via een andere route waarbij we, na de passage over de Col de Menté (1349) een korte afstand op Spaans grondgebied fietsen. Via de Col du Portillon (1293) steken we terug de grens over en dalen af naar Luchon. Deze dag kent overigens een aantal andere interessante opties, zoals de uitdagende klim  naar Superbagnères (1804), de magnifieke passage over de Port de Balès (1755) en de wat betreft lengte bescheiden beklimming van Artigue (1240). In principe is het mogelijk om met het oog op deze opties het programma met een dag te verlengen.