Corbières – Cadí
Dit programma onderscheidt zich duidelijk van de doorsnee cyclosportieve tochten. Waar bij de overige programma’s voor de racefiets zoveel mogelijk de bekende cols worden beklommen, ligt bij deze tocht het accent ook op de minder of totaal niet bekende bergen en wegen. Daarnaast neemt, ten aanzien van de invulling van het
routeschema, het landschappelijke aspect een prominente plaats in. Eén en ander wil overigens niet zeggen dat het sportieve gehalte van dit programma te wensen over zou laten. Integendeel: in feite is er duidelijk sprake van een belangrijke meerwaarde ten opzichte van de doorsnee cyclosportieve tochten. De tocht begint en eindigt in de zuidelijke Corbières.
Vanuit het tamelijk “remote” gelegen, maar zeer rustieke La Bastide krijgen we “vanaf acquit” al direct een hoogtepunt voor de wielen en wel in de vorm van de passage door de adembenemende Gorges de Galamus. De smalle weg lijkt hier welhaast aangeplakt tegen de loodrechte wanden van deze imposante kloof. De hierop volgende Fenouillèdes is een gebied met lekker rustige weggetjes en (vooralsnog) geen extreme hellingspercentages. Eenmaal het hoofddal van de rivier de Têt overgestoken, volgt de slotklim naar Valmanya.
Heerlijk soepel lopende weggetjes door het bosrijke gebied van de zuidelijke Aspres voeren achtereenvolgens naar de Col Palomère (1036), de Col Xatard (752) en de Col Fourtou (646) . Vervolgens dalen we terug af naar het dal van de Têt, waarna via een heerlijk secundaire route de definitieve oversteek wordt gemaakt naar het hoofddal van de rivier de Tech. De slotklim naar Mas-Pagris vormt zonder twijfel de apotheose van deze tweede etappe.Op dag 3 verlaten we tijdelijk Frans grondgebied.
Na de indrukwekkende klim naar Super Las Illas steken we de grens over voor een korte passage op Spaanse bodem. Via ondermeer Coustouges en La Forge-del-Mitg bereiken we de bovenloop van de Tech, waarna vanaf het kuuroord Prats-de-Mollo de slotklim begint naar de volgende overnachtingsplaats, vlak onder de top van de ruim 1500 meter hoge Col d’Ares.
Na het ontbijt de volgende dag keren we voor langere tijd terug in Spanje. Na de afdaling van de Col d’Ares (1513) volgen we vanaf Sant Joan de les Abadesses een voor slechts weinigen bekende verharde, secundaire route richting Vallfogona. Ripoll is de grotere en drukkere plaats op onze route westwaarts. Eenmaal de rivier over, is het meteen al weer gedaan met het wat drukkere verkeer en iets voorbij Gombrén slaan we rechtsaf voor de op menig overzichtskaart ontbrekende, uiterst fraaie weg naar Castellar de N´Hug. Dag 5 begint met een lange afdaling richting La Pobla de Lillet, gevolgd door een zuidelijke doorsteek via het pittoreske Sant Jaume de Frontanya. Eenmaal afgedaald gaan we in westelijke richting verder. Het grote en minder interessante Berga laten we letterlijk links liggen, waarna we andermaal op een aangename wijze verder pedaleren tot Sant Llorenç de Morunys. Vanaf hier kunnen we de keuze maken tussen een langer en een korter slot van deze etappe, die eindigt in het zo magnifiek gelegen Tuixent. Tussen Tuixent en La Seu d’Urgell liggen de volgende veertig bijzonder fraaie kilometers. 
Hierna volgen we stroomopwaarts de Riu Sègre. We overnachten op 1470 meter; optioneel is de verdere klim (heen en terug) naar de op 2000 meter hoogte gelegen berghut van Cap del Rec. De volgende dag keren we terug naar Franse bodem, maar niet voordat we een uitermate gevarieerde route hebben gevolgd door de Cerdanya. Vanaf het Franse equivalent klimmen we naar de top van 1920 meter hoge Col de Puymorens. Omdat vrijwel alle auto’s door de tunnel gaan, bereiken we de top op een heerlijk rustige wijze. Een afdaling van meer dan 25 kilometer brengt ons naar Ax-les-Thermes, de voorlaatste overnachtingsplaats. De laatste etappe begint met een niet te onderschatten krachtsinspanning: de 2001 meter hoge Port de Pailhères is een kuitenbijter van jewelste. Via de Col de Moulis (1099) en de Col de Garavel (1262) bereiken we Axat, waar vandaan we pal oostwaarts verder rijden. De doorgaande Route Nationale wordt al gauw weer verlaten en via de Col de St. Louis (687) en de Col du Linas (680), die de betoverend mooie Corbières hier domineren, bereiken we de uitvalsbasis van deze zo gevarieerde tocht.

