“Voor geen goud willen missen”

Ik heb wel een ATB, maar deze gebruikte ik alleen aan het einde van het fietsseizoen voor een strandrace en een enkele ATB-tocht. Daarna koos ik als voorbereiding voor het nieuwe wegseizoen toch weer voor de baanfiets.
Het was een foto bij een verslag van een Belg die de Transpirinaika had gefietst, die destijds mijn aandacht trok.

Avontuurlijk
Ik zie de foto nóg voor mij: een mountainbiker, in zijn eentje fietsend over een gravelpad op grote hoogte en met een weids uitzicht op de hem omringende en deels besneeuwde bergtoppen.
Ook het verhaal bij de foto sprak mij aan. Het was geen eendaagse cyclo maar een trip, verdeeld over veertien fietsdagen. Het was ook geen ronde met start en finish op dezelfde plaats, het was van Coast to Coast! Verder schreef deze persoon over de afwisselende (fiets)omstandigheden en het avontuurlijke karakter van deze trip.
Toen wist ik het: deze tocht wil ik een keer rijden.
Ik las dat artikel ongeveer zes jaar geleden. Ik was nog volop bezig met het rijden van wegcyclo's en gaf de Transpirinaika een plaats op mijn verlanglijstje tussen de vele buitenlandse wegcyclo's die daar al op stonden.
Gezondheidsredenen (luchtwegproblemen) maakten echter een einde aan het rijden van voor mijzelf acceptabele tijden (was altijd goud!) van cyclo's. Ik fietste eerst een tijdje zonder trainingsdoel rond. De motivatie was daarbij soms ver te zoeken. Na verloop van tijd haalde ik weer eens mijn oude fietsverlanglijstje te voorschijn. De aantekening 'Transpirinaika' was een goed alternatief; het was tenslotte geen race tegen de klok. Via Internet kwam ik bij de organisatie Col d'Extrême uit. Hun site zag er goed uit en verslagen van deelnemers aan voorgaande edities spraken mij aan. Ook via de telefoon klikte het: de keuze was gemaakt.
Na twee kennismakingstochten door de bossen bij Nijmegen ontmoette ik de overige deelnemers (17 in totaal) opnieuw in de trein naar Spanje.

Off road
De Transpirinaika gaat van het westen naar het oosten. De eerste dag begon met een groepsfoto aan de Atlantische Oceaan. Daarna moesten we wegkomen uit de bewoonde wereld met de daarbij behorende drukte. Het was ook een dag waarbij we nog redelijk veel over asfalt reden. De groep splitste zich vanzelf op in subgroepjes die de rest van de trip min of meer gehandhaafd bleven.
Vanaf dag twee werden het asfalt en de invloed van de bewoonde wereld snel minder. We reden veelal klimmend over kleine landweggetjes en gravelpaden door een steeds weer veranderend landschap.
De dagen daarna werd het alleen maar mooier en het off road gehalte serieuzer. De bergen werden hoger en de hellingen steiler We moesten zelfs enkele passages te voet afleggen. Opvallend was hoe elke dag weer het landschap en de te fietsen route veranderden. Van heftige singletracks, omhooglopende pistes met een matig stijgingspercentage tot rotsachtige en technisch steile klimmen tot wel 26 procent. Degenen die het een dag of dagdeel wat rustiger aan wilden doen, konden dikwijls een minder zwaar alternatief fietsen.
Met het veranderen van de omgeving veranderde ook het klimaat. Het weer werd grimmiger. Maar we zaten inmiddels ook al flink op hoogte en kwamen nauwelijks nog onder de 900 meter. Er stonden elke dag wel enkele flinke beklimmingen op het programma, waarvan enkele boven de 2.000 meter.
Stonden we aan het begin van deze tocht 's ochtends nog naar de lucht te kijken om te bepalen welke kleding we moesten aantrekken, enkele dagen later en mede door de ervaring van een hele dag in de regen fietsen namen we nu elke dag zowel zonnebrandcrème en regen- en winterkleding mee in onze camelbacks.

Gletsjerdal
Vooral de keren dat we na een lange beklimming boven de 2.000 meter op een plateau fietsten, kon het koud zijn. Maar ook na het omhoog rijden van de piste naar Aquas Tuertas, een voormalig gletsjerdal waar we boven een fantastisch uitzicht hadden over een moerassige grasvlakte. Deze werd doorkruist door enkele stroompjes en omringd door bergtoppen met boven deze vlakte cirkelende gieren die wachtten op een nieuwe prooi. Het was mistig. De wind had op deze vlakte vrij spel. Onze voeten en de rest hielden we tijdens de oversteek van dit moerassige grasland niet droog. Door de grote hoogte en het bezweet zijn na de klim was het een koude maar ook een bijzondere ervaring om weer een vlak stuk tegen te komen, nadat we dagen over pistes, stenen, rotsen en door bossen hadden gereden. Het zien van de daar liggende leeggevreten kadavers deed ons des te meer realiseren hoe desolaat het hier is.

Teamspirit
Omdat we soms te ver van een (doorgaande) weg zaten, was de organisatie niet altijd in staat om onze lunch te verzorgen. Daarbij bevestigde de geringe keuze uit overnachtingsplaatsen dat we ver van de bewoonde wereld zaten.
We maakten vaak gebruik van bemande berghutten (albergues de montaña) en hotelletjes. We sliepen meestal in kamers met meerdere stapelbedden en soms op slaapzalen met bedden van driehoog en driebreed, met daarbij soms geringe douche- en toiletgelegenheid. Was dat de eerste nachten misschien onwennig en aftasten, uiteindelijk werkte dat wel mee aan een goede teamspirit. De bedden werden door iedereen gebruikt als wasrek. Iedereen ging vrijuit zijn eigen gang zonder dat dat irritatie bij anderen opwekte.
De onderlinge sfeer was erg goed. Na dag twee waren er twee groepen: de eerste of snellere groep van zes man (later moest Eric na een val helaas afhaken) en een tweede groep van elf man met de naam Gruppo Tony. Dat was omdat Tony de man van de GPS was. Dat werkte erg goed, want deze groep kon blindelings op Tony's route vertrouwen.
Ook al zagen beide groepen elkaar soms een hele dag niet, 's avonds aan tafel zaten we weer door elkaar om onze ervaringen van de dag uit te wisselen. Maar daar ging een elke dag terugkerend ritueel aan vooraf: bagage uit de auto halen, kamer zoeken (deze waren inmiddels van naambordjes voorzien) en kleding uitspoelen (en maar hopen dat het de volgende dag droog zou zijn). En daarna de fietspreparatie, waaronder het plakken van de vele lek gereden binnenbanden.

Koninginnenrit
Na de avondmaaltijd was het tijd voor de uitgebreide routebespreking van de komende dag, inclusief het tonen van een kaart met de hoogteprofielen. Ook konden de GPS-gegevens overgenomen worden. Voor mensen zonder GPS lagen elke dag weer mooie geplastificeerde kleine routekaartjes klaar voor aan het stuur. Vooral in het begin werd het voor de meeste deelnemers na de routebespreking nog wel eens laat voordat ze hun bed opzochten. Later in de trip waren de meeste bedden om tien uur 's avonds wel gevuld.
Het waren vooral de hoogtemeters en de duur van deze veertiendaagse trip die erin hakten. Zijn het bij wegcyclo's het aantal kilometers en de hoogtemeters die tellen, hier waren het voornamelijk de hoogtemeters en de stijgingspercentages die onze energie opeisten.
We hadden dagafstanden die varieerden van 55 tot 120 kilometer. We hoopten op de dag met de kortste afstand te herstellen, maar deze bestond bijna alleen uit steile rotspaden. Op de snelheidsmeter zag je dat je met zo'n vijf kilometer per uur omhoog kroop, bij een verzet van 22 x 34. Met daarbij een hartslag die omhoog leek te gaan met het aantal verreden hoogtemeters. De langere routes hadden soms weer wat mooiere omhooglopende pistes die je dan in een goede cadans omhoog kon rijden.
Er was ook een zogenaamde koninginnenrit in de route opgenomen. Deze rit van ruim 100 kilometer begon met klimmen van 1.100 meter hoogte via een heftig rots- en gravelpad naar 2.280 meter. Boven bleven we twintig kilometer lang ruim boven de 2.000 meter en genoten we van een fantastisch uitzicht. Na een lange gravelafdaling begonnen we dan weer aan een volgende klim.

Champagne
We trapten in totaal bijna 33.000 hoogtemeters weg. Dat was aan het einde van de trip goed te merken. Het duurde 's ochtends steeds langer om op gang te komen en je fietsritme te vinden. Mijn hartslag wilde de laatste dagen maar erg moeizaam naar hogere waarden gaan. Desondanks was er de laatste dag, toen we terugkwamen in de bewoonde wereld met de daarbij behorende drukte, nog een (asfalt)slotklim van zo'n twaalf kilometer waarin in de 'eerste' groep de rangorde andermaal bevestigd moest worden.
Boven wachtten we in de zon, op een terrasje met uitzicht op de weg, op de leden van Gruppo Tony die net als wij afgepeigerd maar voldaan binnenkwamen. Met soms grote tussenpozen.
In één groep reden we de laatste 25 kilometer om aan het strand van Argelès-Plage onthaald te worden met champagne en een groepsfoto.
De benen voelden als staalkabels. Er was weinig energie meer over in mijn lichaam; de champagne kwam aan als een mokerslag. Maar de Transpirinaika was een feit.

Kanjers
Over de organisatie heb ik niets dan lof. Zij zetten een mooie tocht uit waarbij de verzorging meer dan uitstekend was. We hadden goede maaltijden en waar mogelijk goed verzorgde lunches. En anders wel goede lunchpakketten die we zelf mee konden nemen.
Elke morgen lagen bij het ontbijt, naast de borden, behalve de bekende routekaartjes voor elke deelnemer minimaal een energiereep, een banaan en een pakje Kanjers (twee stroopwafels in een pakje die we vaak ook onderweg kregen) klaar. En dat alles met de goede informatie, support en humor.

De Transpirinaika was soms zwaar en lang, maar hij was alle inspanningen dubbel en dwars waard. Ik had deze trip voor geen goud willen missen.