“Una mas” (MTB-Programma Semi-standplaats 2005)
Na vorig jaar de alpen in Oostenrijk te hebben bedwongen, hadden we de smaak
te pakken gekregen voor wat betreft het hooggebergte. Al langer liepen we met het idee om de Pyreneeën een keertje te gaan verkennen op de mountainbike. Eerdere ideeën voor een fietsweek liepen spaak op de lange afstand van Nederland naar Spanje. Dit jaar kwam het er toch echt van en achteraf was het ook zeer zeker de moeite waard. Col d’Extrême had voor ons een custom-made roadbook met afwisselende tochten gemaakt in het gebied ten (zuid)westen van Andorra, de Pallars Sobira.Na de lange reis met de auto naar Son del Pi hadden we een paar stramme benen gekregen, en stonden dus te popelen om de volgende dag de fiets te pakken en te genieten van de bergen.
Dag 1
De eerste fietsdag was gelijk een flinke beproeving. Naar later bleek, was het ook de zwaarste rit van de week. Gewend aan de Nederlandse temperatuur van 18 graden vertrokken we vanuit Son met koude benen gelijk over de Col de Jou naar de refugi Pla de la Font naar een hoogte van 2015 meter. Na deze beklimming een heerlijk lange afdaling, waarna we een stukje konden freewheelen, omdat we ongeveer op dezelfde hoogte bleven. Daarna kwamen we uit in het hoofddal in Espot. Na een bakkie koffie in Espot begonnen we met de 10 km lange klim naar Super-Espot, tot voorbij de skiliften naar een hoogte van 2250 m. Eerst in de verzengende hitte over het dampende asfalt, later kregen we wat meer schaduw doordat we van de verharde weg afgingen en in het bos terechtkwamen.
Het venijn zat hem hierbij in de staart, want het laatste gedeelte tot de top werd nog even flink steil. Gelukkig werd het wat frisser, naarmate het hoger werd. Boven op de top werden we verrast door een flinke wind, zodat we snel maar weer de afdaling naar beneden waagden. Het eerste stuk, genietend van het mooie uitzicht, langs de kam van de berg. Daarna begon het serieuzere werk, want nu werd het ook naar beneden flink werken. Steil ging het naar beneden, maar steeds moest de vaart er uit gehaald worden door obstakels in de vorm van allerlei soorten scherpe keien. Nadat ik een stukje gedaald had, was ik opeens iedereen kwijt. Wat bleek…. al weer 2 lekke banden, flinke snakebites.
Gelukkig werd ik gezelschap gehouden door een familie aangeschoten Catalanen die de middag in een berghutje lekker in het zonnetje doorbrachten. Ze boden me ook wat van hun fruitige wijn aan, dat begreep ik nog wel, maar wat ze verder brabbelden, is me tot op heden nog een raadsel. Ja…., Madrid was maar “caca”. Nadat het bandenleed weer was verholpen vervolgden we onze weg weer voor 5 minuten, want toen was het weer raak…en later nog een keer. Patrice had zo binnen 10 minuten 3 lekke banden, geen goede reclame voor een Franse bandenfabrikant! Na dit incident bereikten we verder zonder problemen het dal. Het enige gevaarlijke was nog dat op het laatste stuk asfalt een waterrooster van een halve meter breed ontbrak en zo voor een gapend gat in de weg zorgde, maar gelukkig had iedereen het op tijd door.
De eerste nacht in de refugi Casa Masover van Son del Pi was niet zo’n succes. We sliepen samen met een grote groep wandelaars die het lumineuze idee hadden om de volgende ochtend om 5 uur op te staan. Hier waren zelfs de herriestoppers die we hadden meegekregen niet tegen bestand.
Dag 2
Kapot van de eerste dag, hebben we de tocht van de tweede dag een stukje ingekort en ’s middags heerlijk gezwommen in een meertje in het dal bij Esterri d’Aneu . ’t Is tenslotte ook vakantie. Na de tweede dag verplaatsten we ons ’s avonds naar Sant Joan de l’Erm.
Dag 3
Deze ochtend werden we gewekt door koeiebellen, vlak voor ons op het open veld voor het huisje. Maar het waren geen koeien: een kudde wilde paarden stond al vroeg van het ontbijt te genieten. Dat voorbeeld gingen we dus ook maar meteen volgen en zo begonnen we vroeger dan anders aan onze tocht van 66 km.Het eerste stuk was een heerlijke opwarmer, een beetje glooiend op en neer. Nadat de benen weer gewend waren aan het fietsritme begonnen we met de afdaling richting het dal naar Llavorsi waar je ook prachtig kan raften.
Nadat we het dorpje achter ons hadden laten liggen, klommen we meteen weer hoog op uit het dal. We merkten gelijk weer, dat bij klimmen het toch een stukje warmer wordt dan bij afdalen. Wat een hitte…! Even verderop werden we gepasseerd door een vrachtwagen, dus heel erg technisch kon het niet worden. De verleiding bestond voor een heel klein moment om achterop de bak van de wagen te springen met fiets en al. Maar dat zouden we thuis natuurlijk niet kunnen verkopen. Bovenop de top gekomen weer een verdwaalde auto, erg uitzonderlijk, want de rest van de week kwamen we geen kip tegen.
What goes up must go down, dus we gingen weer dalen, dit keer over een heerlijke snelle, overzichtelijke afdaling. Dit was toch wel weer een fantastische beloning na zo’n pittig klimmetje.Vol van de adrenaline fietsten we het laatste stuk terug omhoog naar San Joan, waar ons een heerlijk koud biertje stond te wachten.
Dag 4
De 4e dag deden we een redelijke korte tocht van 46 km, maar zoals al eerder was gebleken, geven het aantal kilometers niet altijd het juiste beeld over de zwaarte. Aangezien Sant Joan de l’Erm hoog op bijna 1700 meter ligt, was het dus eerst weer afdalen. Verderop bleek de weg opgebroken, en was er nu een perfect geprepareerde racebaan voor de bmx. Geweldig driftend naar beneden, met de stofwolken hoog oplaaiend. Daarna weer verder over de weg, snoeihard naar beneden over gloednieuw asfalt.
Aangekomen in het dorp hadden we wel weer trek in lunch. Er was alleen weinig horeca gelegenheid. Toch wel, bij een huis hing iets wat leek op een uithangbord. We konden direct aanschuiven, bij het hele gezin welteverstaan.
Met een volle buik nog een laatste klim naar Sant Joan, deels verhard deels onverhard, met het laatste stuk over de (met de auto) slecht berijdbare toegangsweg naar La Bassetta. Omdat het de laatste inspanning van de dag was, en om toch even te laten zien wie zich het best had voorbereid, reed ik me het laatste stuk helemaal leeg en eindigde met een voorsprong van 3.50 minuut op nummer 2.
Dag 5
Rustdag, wasdag, verplaatsing naar Tuixent
Dag 6
Vanuit Tuixent begonnen we onze laatste tocht door de Pyreneeën, door de imposante Sierra del Cadí over 70 km en 3 lange collen. We waren nog geen 5 minuten vertrokken, of een enorme stortbui met onweer verraste ons. Onder een paar bladerloze bomen probeerden we wat te schuilen, maar het bleek gelukkig van korte duur. Met natte kleding vervolgden we onze beklimming, eerst over een slecht berijdbare, onverharde weg, maar later werd het gelukkig beter. Patrice, die ondertussen een abonnement had genomen op lekke banden, kreeg er nog eentje, maar voor de rest verliep het allemaal op rolletjes. Boven aangekomen konden we ons verademen op een fantastisch uitzicht op de Pedraforca, een prachtig massief met een top als een vork. De afdaling was natuurlijk weer genieten, alhoewel het wel uitkijken geblazen was, vanwege de gladde, gravelachtige ondergrond.
Vervolgens maakten we door het dal een rondje om de Pedraforca, die we nu van alle kanten konden bewonderen. Daarna volgde een col omhoog met de meest fantastische rotspartijen en vergezichten, waar we ons als mountainbikers ontzettend nietig voelden. De afdaling aan de andere kant van de berg was listig, langs een drooggevallen rivierbedding, omdat het ook naar de zijkant afliep. Dit leverde me een kleine valpartij en een scheur in de fietsbroek op. Dit was meer het gevolg dat we te dicht op elkaar fietsten, dan dat het te gevaarlijk was. Dat net op de laatste dag… Enigszins geschrokken fietsten we daarna het laatste gedeelte van de tocht terug naar de refugi. Het avontuur zat er weer op.
We hebben ontzettend genoten van deze week, alles was perfect geregeld, de routekaartjes, de gastronomie (“una mas” slaat op de obers die elke keer vroegen: “nog een fles?” / “nog een schaal?”), de onderkomens (op een paar snurkers na)…. Col d’Extrême bedankt! Wellicht volgend jaar voor het echte werk, de Transpirinaika!
Hermen ter Harmsel (ook namens Aad, Johan en Chris)
november 2005

