De Pyreneeën op z’n mooist

De Pyreneeën op z’n mooist: Transpirinaika individueel (11 – 26 juli 2009)

Het idee
René en ik fietsen wel vaker samen. Soms heel vaak. En elk jaar proberen we een doel vast te leggen. Dat kan een tocht op de racefiets zijn (ik hoor hem nu opvallend vaak over Parijs-Brest -Parijs praten, 2011) of op de mtb. Zo hebben we vorig jaar de Transalp gedaan. En omdat dat naar meer smaakte, gingen we op zoek naar een meerdaagse mtb-tocht voor 2009. Lange tijd zou dat de Great Divide Race worden. Maar om verschillende redenen hebben we daar vanaf gezien. Een zeer goed alternatief leek de Transpirinaïka. Maar ja, dat is een georganiseerde tocht die in september gehouden wordt en dan kan René niet. Omdat de tocht wel erg leuk leek, hebben we contact opgenomen met Col d’Extrême. Met de vraag of we de tocht ook zélf zouden kunnen fietsen? Op basis van beschikbaar te stellen kaartmateriaal en routebeschrijvingen (gps)?
We zijn een avond in Wageningen op bezoek geweest. Na vastgesteld te hebben dat wij klasgenoten zijn geweest op de lagere school in Breda, hebben we afgesproken dat George de tocht zou organiseren en dat wij vervolgens op eigen houtje een variant van de Transpirinaika konden gaan fietsen.

De reis
Nadeel van zo’n tocht van punt naar punt zonder bagagetransport is dat je alles in je rugzakje mee moet nemen. Dat beperkt je in de mogelijkheden om op het vertrekpunt (Hendaye) te komen. Want om daar nou je auto te laten staan en die dan na afloop weer op te halen ….., nou nee! Dus óf de trein óf het vliegtuig. In beide gevallen geldt dat je je fiets goed moet inpakken en het inpakmateriaal bij de start achterlaat.
Wij hebben gekozen voor het vliegtuig. Ryanair bleek (via Londen) te vliegen op Biarritz. Daar kom je dan om 15:00 uur aan, waarna je mooi de tijd hebt voor de proloog naar Hendaye (40 km). De vluchten gingen volgens schema en de fietsen waren nog heel bij aankomst. Gelukkig merkten ze bij de veiligheidscontrole niet dat ik een scheermes en een grote pot uierzalf in mijn (enige en dus) handbagage had. Kun je dus beter bij je fiets verpakken.
In Biarritz eerst naar het strand. Daar wat trappetjes en rolstoelbanen genomen. Zoveel mooie bikini’s gezien dat ik zin kreeg om snel naar de Middellandse Zee te fietsen!
Iets ten zuiden van Biarritz begint een kustpad (Sentier Littoral), dat grotendeels gefietst kan en mag worden. Maar niet overal. René moest onder toezicht van een boswachter te paard zo’n 20 minuten teruglopen. Ik was zo verstandig geweest al eerder de verharde weg te kiezen.
Nadat René mij ervan weerhouden had om in volle vaart op een peloton ME in te rijden (die klaar stonden om een Baskische demonstratie tegen te houden) bereikten we onze eerste overnachtingplaats. Hotel Santiago in Hendaye. De eigenaar wachtte ons op en maakte meteen een foto voor op zijn site. Een echte fietsliefhebber. Hier bleek voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst, dat gasten van Col d’Extrême zeer welkom zijn (en vertrouwd worden).

De terugreis was een andere uitdaging, die we overigens zeer elegant hebben opgelost. Want daar sta je dan in Argelès-Plage, moe maar voldaan. Met een fiets en een rugzak vol smerige kleding. Hoe krijg je dat door de douane en in een vliegtuig? Onze oplossing was eenvoudig. Ik wilde nog wel met mijn gezin wat vakantie vieren in de Pyreneeën. Dus kwamen vrouw en kinderen met de auto naar Argelès. Met in de auto een doos voor de fiets van René en wat schone kleren. En Ryanair bleek ook te vliegen vanaf Girona, zo’n 90 km vanaf Argelès.

Bagage
We hadden allebei een rugzakje van zo’n 25 à 30 liter bij ons. Daar moest alles in. De meeste plek wordt ingenomen door zakjes met poeder voor sport- en hersteldrank. Maar dat wordt gelukkig elke dag minder. Opvallend is dat je erg weinig ruimte lijkt te hebben, maar toch nog snel teveel meeneemt. Achteraf had ik kunnen volstaan met één ipv twee setjes fietskleding. Regenkleding hebben we niet nodig gehad, maar ik zou die toch maar meenemen. Onze rugzakjes zaten erg vol en dat leverde nog problemen op. Col d’Extrême had geregeld dat we (meestal) een lunchpakket meekregen. En goedgevulde ook. Maar ja, die inhoud moet er in je rugzak bij gepropt worden. Nu heb ik er geen moeite mee om een stokbrood dubbel te vouwen. Met een perzik of sinaasappel ligt dat anders. Oplossing: laat bij vertrek wat ruimte over in je rugzak. Gaat me de volgende keer lukken.

De bergen
Elk gebergte is anders. Open deur. Maar het maakt ook nog wel wat uit hoe je er doorheen trekt. Op een racefiets wordt de zwaarte vooral bepaald door stijgingspercentages en hoogtemeters. Op de mtb komt daar nog iets bij: de ondergrond. Als ik de Alpen met de Pyreneeën vergelijk, dan vallen twee dingen op. De Alpenhellingen zijn redelijk gelijkmatig. In de Pyreneeën zijn ze wisselvalliger, met vaak sterke stijgingen meteen de eerste kilometers vanuit het dal. Daarnaast is de ondergrond “slechter”. Meer losliggende stenen, meer gruis, dus lastiger fietsen. En dat noem ík dan slechter. Sommigen zijn er dol op….

Op de Transpirinaïka fiets je van west naar oost door een gebergte dat van noord naar zuid niet erg omvangrijk is. Dat betekent dat je regelmatig wisselt van fietsen naar het noorden, met uitzicht op de “echte” bergen (de hoge, ruige toppen) naar fietsen naar het zuiden. En dan rijd je richting de lagere, groene bergen. Het gaf mij regelmatig het weemoedige gevoel dat ik de bergen uitfietste. Ik hou nu eenmaal van de ruige hoogtes.

Overigens ben ik wat dat betreft voldoende aan m’n trekken gekomen. Er zitten prachtige stukken in waarbij je klimmend door kloven en rivierdalen langs massieve rotspartijen uitkomt bij schitterende, vaak zeer afgelegen hoogvlaktes. Stukken waar je op een andere manier niet snel zult komen.
Wat opviel was dat er op veel afgelegen plekken hard gewerkt wordt aan de asfaltering van bergwegen. Ogenschijnlijk gaat het om wegen die van niks naar nergens lopen. Maar ja, met de nodige Europese subsidie wordt er blijkbaar op gegokt dat een asfaltweg leidt tot ontwikkeling. Jammer.

Het weer
Menigeen was vreselijk jaloers op ons. Niet zozeer vanwege het fietsen (dat lijkt toch niet iedereen aan te trekken) maar omdat we zulk prachtig weer hadden. Tis maar wat je prachtig noemt. De eerste dagen ruim boven de dertig graden, later iets minder ruim boven de dertig. Zelfs op hoogte (boven de 2000m) was het warm. En elke dag de zon op ons kop. Ideaal voor het strand (als je daar van houdt), maar voor mij zeker niet ideaal om te fietsen. Als je niet dol bent op die hitte, kun je deze tocht beter niet in juli doen. Dat geldt in ieder geval voor mij.
Ik had op verschillende dagen onvoldoende capaciteit in m’n bidons (1,5 liter) om de afstand tussen waterbronnen te overbruggen. Dat heeft zeker te maken met de enorme hoeveelheden zweet die ik verlies, maar ben gewaarschuwd.

Overnachten
Zoals gezegd heeft Col d’Extrême alle overnachtingen voor ons geboekt. En dat was heel prettig. Niet alleen voorkomt het dat je na een lange zware dag nog op zoek moet naar een bed, op elke plek waren ze op de hoogte van onze komst en werd er ook met eten op ons gerekend. Daarbij weten de meeste eigenaren dat fietsers veel eten en graag pasta hebben als entree.
Verder varieerden de overnachtingsplekken van een grote bedbak in een Refugio tot de bruidssuite in een omgebouwd klooster. Met alles daartussenin. Belangrijk voor ons was dat we er overal in slaagden om onze fietsschoenen buiten te laten overnachten. Ik geloof niet dat het gezond is als je de nacht doorbrengt in dezelfde kamer als je schoenen. Niet die van ons in ieder geval. Verder was het voor een deel aan het weer te danken dat we elke dag met kleren en al onder de douche gingen staan. Het zweet moet er weer uit. En zo was het mede dankzij het weer mogelijk om elke ochtend (redelijk) fris ruikende droge kleren aan te doen. Met af en toe de mogelijkheid om de kleren te laten wassen, bleek één setje kleding voldoende. 
 
De top 3
Als ik dan moet kiezen kom ik op de volgende top–ervaringen:
1. De Aguas Tuertas. Dag 4. En dan vooral het eerste deel. Je klimt door een rustig dal met een kronkelende rivier af en toe pittig omhoog. Tot aan een koeienhek. Dan moet je even van de fiets af en kom je in een prachtig dal. Daar “tuerten de aguas” dat het een lieve lust is. Veel koeien en paarden. Enkele cowboys. Idyllisch.
2. Dag 6. Door het Nationale Park Ordesa. En dan niet de eerste 4 km, want die zijn a. vreselijk steil en b. veel door het bos. Maar daarna heb je prachtige vergezichten. De Pyreneeën op z’n mooist. En dan op de fiets mogen zitten!
3. Dag 12. Van Tuixent naar Refugi del Rebost. Met name het stuk vanaf El Collel, op hoogte, in de slagschaduw van de Piedraforca. Heerlijk!

De flop 3
Herman Stok had het goed gezien. De top bestaat slechts dankzij de flop.
1. Etappe 1. En dan vooral het tweede deel. Als je eenmaal over de kick heen bent dat je écht onderweg bent, valt de hoeveelheid asfalt tegen. Nu hielp het ook niet dat het 35 graden was, maar toch. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet weet of er alternatieven zijn, maar het lijkt me de moeite ze te zoeken.
2. De derde dag. En dan het stuk van Ansó naar Hecho. Van de klim van 5 km moest ik ongeveer 4,5 km lopen. En dat is te veel (zelfs voor mij). Eerlijk is eerlijk. George heeft me gewaarschuwd in de routebeschrijving: “omdat op dit traject toch wel vrij lang gelopen moet worden, zou je kunnen overwegen om de Coll d’Ansó via het asfalt te beklimmen.” Dat had best iets dwingender opgeschreven mogen worden.
3. Dag 11. De beklimming van de Coll d’Arnat. Tot aan Castellar de Tost had ik er nog wel lol in. Maar daarna was de lol er snel vanaf. Een typisch voorbeeld van steil en een kl@#<* pad. Niet mijn ding, zal ik maar zeggen.

Samenvattend
We hebben een fantastische tocht gehad. We kennen beide de Pyreneeën behoorlijk goed, maar zijn nu op vele plaatsen geweest waar je anders nooit komt. En wanneer krijg je in je jachtige leven nu de kans om twee weken alleen maar met een fietstocht bezig te zijn? Dat wil niet zeggen dat alles altijd leuk was. Je wilt niet weten waar ik George allemaal voor uitgemaakt heb (sorry George, zal het niet meer doen..). Het dieptepunt was het moment waarop ik in de laatste (asfalt)beklimming van de dag op één kilometer van de top afstapte en de schaduw opzocht in de berm. Daar een hersteldrank mixte en opdronk. Zo wanhopig kun je zijn….. Maar daar staan vele hoogtepunten tegenover. Zoals de vele leuke mensen op al de verschillende plaatsen waar we hebben overnacht. Ik denk aan Perro, die ons hielp een fraaie alternatieve route te fietsen. Aan onze overnachting in Notre Dame du Coral. Veel dichter bij de hemel kun je hier op aarde niet komen.
Zou ik het weer doen? Jazeker, maar dan niet in de maand juli!

Ton Oudenhuijsen, Apeldoorn
juli 2009