Transpirinaika 2006 (door Emiel Bockting)

“Kan ik het fysiek wel aan en heb ik wel ervaring genoeg ?” 14 dagen, 1200 km, zonder rustdag, hoog in de bergen…. Ik was amper een jaar serieus aan het fietsen en nog niet verder gekomen dan de Ardennen. Aan de andere kant waren alle ingrediënten die ik zocht voor een fietsvakantie aanwezig. Uiteindelijk hakte ik de knoop door. “No Guts no Glory”: reis boeken en trainen! Na 4 maanden trainen, uitrusting uitzoeken en het vervangen van zo’n beetje alle onderdelen van de mountainbike, stap ik in Utrecht op de bus op weg naar Hendaye.

Etappe 11: Tuixen – Refugi de Rebost

Na 2 slopende dagen heb ik gisteren het laatste deel van etappe overgeslagen. We waren wederom laat bij de lunch (de “eenvoudigere route” bleek toch erg zwaar en ook nog eens 10 km langer), de route vervolgen zou betekenen dat we laat aan zouden komen. Zelfs de korte onverharde route bleek geen optie omdat mijn achterwiel een beetje teveel speling vertoonde. Gelukkig was er ook nog een andere alternatieve route over asfalt beschikbaar en aldus stond ik een half uur later bij de herberg in Tuixent. Nu eerst maar het achterwiel repareren. Al snel was de oorzaak gevonden: een conus was losgelopen en veel vet was er niet meer te vinden. De weersomstandigheden van de afgelopen dagen beginnen blijkbaar langzaam maar zeker het materiaal te slopen.

Om vandaag zeker te zijn wél op tijd de lunch te halen voorafgaande aan het tweede deel van de rit, besluiten we met een deel van de groep de eerste klim over te slaan. Via een mooie, slingerende asfaltweg en onder begeleiding van een Spaanse medestrijder (met bagage aanhanger achter zijn fiets!) bereiken we al snel het plaatsje Josa del Cadí en de voet van de klim naar “El Collel”. Het eerste deel is nog wel te fietsen, maar al snel worden de stenen groter en het pad wordt langzaam maar zeker onbegaanbaar. Diepe geulen zorgen er samen met het hellingspercentage voor dat we al lopend de klim moeten vervolgen. Het uitzicht op de col is adembenemend, op de achtergrond schittert de 2500 meter hoge “Pedraforca”. Bij niemand komt het idee op om meteen door te fietsen, het is hier zo mooi dat er uitgebreid de tijd wordt genomen om wat te eten en te drinken.

Ondanks dat de col is bereikt, klimmen we nog een stukje door. Pas na de “Col del Torn” begint de afdaling. Al snel verschijnt er van oor tot oor een brede grijns; de afdaling is eindeloos lang (van 1918m naar 977m !), bezaaid met springbulten en de ondergrond is niet al te grof, waardoor de snelheid aardig oploopt. Na veel discussie over de te volgen route (zo te zien is de oude bewegwijzering onlangs vervangen door nieuwe bordjes, maar komen de aanwijzingen niet meer overeen) bereiken we Sant Marti del Puig. Net zoals veel gehuchtjes hier bestaat het dorp uit een paar huizen en een kerk. Er is geen mens te bekennen en het heeft er alle schijn van dat dit nog een tijdje zo blijft. Via een smalle en technische single track bereiken we als eersten de lunch. Het feit dat we de snelle groep zijn voorgebleven zorgt uiteraard voor de nodige hilariteit. De stokbroodjes met aardbeienjam, de gezouten taartpuntjes van gebakken ei en aardappel en een yoghurt toetje worden naar binnen gewerkt. Met de voorsprong op zak hebben we zelfs tijd om even lekker in de zon aan het water te gaan liggen.

Gesterkt door de lunch vertrekken we voor de laatste kilometers. Tijdens de dagelijkse briefing bij het ontbijt is al duidelijk geworden dat dit nog een aardig slot gaat worden. Vanuit Bagà op 780 meter gaat het geleidelijk over het asfalt omhoog naar 1250 meter. Zo op het einde van de rit hakt deze klim er inderdaad aardig in. Op de splitsing kan gekozen worden om het asfalt te vervolgen of onverhard verder te gaan naar 1640 meter. We kiezen de onverharde variant (door schade en schande wijs geworden!) en gaan gelijk steil omhoog het bos in. Na 54 kilometer verschijnt uit het niets de “Refugi de Rebost”. Een unieke herberg op een unieke plek. Vanaf het terras is in de verte de imposante “Pedraforca” nog te zien. De keuze voor de onverharde variant blijkt de juiste te zijn, we zijn ruim voor de andere groep binnen. Niet lang daarna druppelen ook de fietsers uit de snelle groep binnen, de extra kilometers en hoogtemeters netjes in de achterzak (had ik maar een klein beetje meer talent…)

Op het terras van de “Refugi” staan blikjes bier, cola en een schaaltje pindas klaar en iedereen begint aan het dagelijkse ritueel: gezamenlijk de tassen uit de auto pakken en op de slaapzaal het juiste bed kiezen; uit de buurt van de snurkers en met voldoende plek om de was op te hangen. Op weg naar de douche sla ik nog een kruisje, hopen dat vandaag het water warm is! Fietskleren uitspoelen, met alle kracht uitwringen en ophangen in de laatste zonnestralen van de dag; waarschijnlijk zijn ze morgen weer nét niet droog.

Na de prachtige zonsondergang verhuist iedereen naar binnen voor het avondeten, zoals elke dag weer een groot spektakel. Grote schalen pasta, gevolgd door kip met patat. Het is bijna niet te geloven dat binnen no time alles naar binnen is gewerkt, inclusief een paar toetjes en een heerlijke “cafe con lecce”. Het roadbook komt te voorschijn en de rit van morgen wordt alvast bekeken. 55 km en 1200 hm staan op het programma: een halve rustdag (de term “halve rustdag” weten we inmiddels aardig op waarde in te schatten…). Een enkeling zet nog de belevenissen van vandaag op papier, voordat deze vervagen. Om half elf gaat de stroom eraf (generatoren en zonnecollectoren zorgen op deze afgelegen plek voor de stroomvoorziening !) en duikt iedereen met behulp van een zaklamp het bed in, het grootste stapelbed van Spanje: 6 personen breed en drie verdiepingen hoog!

Eenmaal terug in het vlakke Nederland kan ik niet anders dan terugkijken op een geweldig avontuur. Ik heb uiteindelijk in 14 dagen 1100 km gefietst en gelopen, zonder noemenswaardige problemen. Niet in de laatste plaats door de perfecte begeleiding van George en Frans en het gezelschap van: Peter (nog bedankt voor de Tantum), Marcel (wat zal het stinken onder die brug), Paul (sterkte met je knie), Patrick (wat doen die luidsprekers in de schoorsteenmantel?), Martijn (mooi fietsen in de Piereëen en vele andere teksten), Leo (ik heb geen goesting meer), Hemke (glimt de fiets alweer?), Marcel (niet meer de route afsnijden hè), Björn (sla met rups, jammie), Minne (lange halen, snel thuis), Arnold (met een “12-27” kan het dus ook), Aad (prachtig zadel), Theo (mooie foto’s en filmpjes), Jeroen (nog bedankt voor het boek), Jan (zangles zou niet verkeerd zijn), Marten (met stuurtas), Wilco (ga je het dagboek uitgeven?), Arnold (al een nieuw zadel?), Marcel (zijn de shirtjes al te bestellen?), Bert (van de zagerij), Frits (met “reserve” fiets en “reserve” wielen) en Arthur (wanneer komen we in het nieuws?)

 Emiel Bockting

Oktober 2006

De tip van 2006: vergeet vooral niet om een goede regenjas en een paar extra remblokjes mee te nemen (spreek met je fietsenmaker af dat je niet gebruikte setjes weer kan inleveren!)