Transpirinaika 2005 (Erica Werner)

Met hoge snelheid flitsen beelden achter mijn gesloten ogen voorbij. Ik kan het bos weer ruiken, voel de zon weer op mijn gezicht en vooral de vermoeidheid in mijn benen en merk dat ik begin te lachen. Wat een ontzettend goede vakantie was dat, de Transpirinaika 2005. In Spanje bekend als een zware MTB tocht dwars door de Pyreneeën, was hij mij nog onbekend tot enkele dagen voor vertrek. De Pyreneeën kende ik voornamelijk van wandelvakanties en oude Romaanse kerkjes; de beloofde 1200 km fietsen met ruim 28 km hoogteverschil, dat zou anders worden.
En zo zaten we elkaar af te tasten in het wegrestaurant in Frankrijk op weg naar Hendaye. Wielrent veel, doet meerdaagse MBT-tochten, traint vanaf maart. Gelukkig was niemand getraind in 14-daagse tochten; noch al die mannen, noch ik als enige vrouw.
Terwijl het licht wordt ontbijten we in een in onbruik geraakt stationnetje, rekken de tijd nog een beetje met groepsfoto’s op het strand en moeten er dan toch aan geloven, de eerste kilometers. Onverhard pas op dag twee, eerst maar eens een beetje los- en infietsen.
Het bezembusje verzorgt goede lunches en ladingen aan energie repen en sportdrank. Ongemerkt vormen we een soms wisselende kopgroep en een gematigdere “bus”, zoals de achterhoede in de volksmond heette.
En al gauw vloeien de beelden in elkaar over, colletje, gravelpiste, route forestière, mooie steile klimmetjes voor degenen met een beetje extra energie (of geldingsdrang??), af en toe verhard, maar niet te veel.
De tocht voert door schitterend gebied en langzaamaan komen we steeds verder de Pyreneeën in. De dagen bestaan uit fietsen, eten, slapen en ontzettend mooi landschap.
’s Avonds is er tijd voor fietsonderhoud en wordt in ieder geval mijn kennis over mijn trouwe stalen ros aardig opgevijzeld.
Soms toch behoorlijk bikkelen, zorgt voor een goede groepsband; al worden sommige gesprekken pas voortgezet als de top van een col bereikt is. First things first.
De een gelooft in cola voor afziemomenten, de tweede in gelletjes en de derde in brood en bananen. Wat betreft die gelletjes heb je believers en non-believers, vooral over de onbegrensde toepassingen, puur, als toevoeging in je camelbag, als richtingaanwijzer, enkel niet voor zadelpijn geschikt.
Naarmate de reis vordert neemt de vermoeidheid toe. Overal komen ook smeerseltjes tevoorschijn voor gepijnigde lichaamsdelen; het saamhorigheidsgevoel groeit… De mooie tochten en routes wegen echter ruimschoots tegen alle pijntjes op en ’s avonds aan de maaltijd in de hut of albergue zijn er veel voldane gezichten.
Mijn doel was het uitrijden van de tocht, geen mens die me daarna zou vragen of ik telkens als eerste op de top had gestaan (waarschijnlijk omdat ze het antwoord op die vraag van te voren al wisten).
Het idee te fietsen van de ene plas, de Atlantische oceaan, naar de andere, de Middellandse zee, spreekt tot de verbeelding. Helaas voor mij bleef het een beetje bij die verbeelding, eerder gemaakte afspraken zorgden ervoor dat ik twee dagen voor het einde moest afhaken. Geen champagne, geen duik in zee, maar met alle routes en kaarten in mijn bezit gaat dat er nog wel van komen.
Het is moeilijk meer dan een sfeer te schetsen in een tekst als deze. Maar als je van ATB’en in de bergen houdt en de uitdaging met jezelf aandurft, dan bevat deze tocht wel heel veel goede ingrediënten.

Erica Werner, Enschede
Oktober 2005