Transpirinaika 2004, volgens Chris Schornagel

Van het strand van Hendaye aan de Atlantische kust naar het Mediterrane zand van Argelès-Plage dwars door de Pyreneeën. Dat is de Transpirinaika in twee weken nazomer.
Met nog vers de Swiss Bike Masters 2004 in de benen, had ik het idee een ontspannen vakantie tegemoet te gaan en dacht ik dit varkentje wel even te wassen. Maar, vergis je niet. Gedurende twee weken iedere dag in het zadel, gaat je niet in de koude kleren zitten. De dagetappes variëren in lengte waarbij een korte etappe niet per definitie een lichte etappe betekent. Het zijn de hoogtemeters die het ‘m doen. De categorie zwaardere etappe laat zich beschrijven in 100+ km met ongeveer 2700HM. Ter vergelijk: de korte varianten van de Swiss Bike Masters en Grand Raid Cristalp zijn respectievelijk 75km/3000HM en 76km/2800HM.
Saillant detail is verder dat de zwaarte van de zeer gevarieerde routes sterk afhankelijk is van het vermogen om te kunnen gaan met kaart en kompas. En dat is nou net datgene dat deze tocht onderscheidt van vele andere. In plaats van allemaal achter een gids aan te rijden, is het de bedoeling zelf met een routebeschrijving de juiste weg te vinden door een uitgestrekt gletsjerdal, langs verlaten dorpjes, om verdwaasde koeien heen (sommige iets minder geamuseerd door onze aanwezigheid) en over zo goed als onbegaanbare, overwoekerde oude paden.
Het idee is dus dat je al sturend en obstakels ontwijkend ook nog op een plastic kaartje op het stuur de routebeschrijving in de gaten houdt, vergelijkend met de kilometerstand en eventueel de hoogtemeter.
Prachtig! En de genius achter de routebeschrijvingen zich iedere avond maar weer verwonderen hoe we het toch weer voor elkaar hebben kunnen krijgen om dat kleine paadje na die ene dode boomstronk te kunnen missen: “Dat stond toch duidelijk aangegeven!” (die boomstronk die vervolgens in het afgelopen jaar verwijderd bleek te zijn).
Er werd dus een aardig beroep gedaan op het eigen initiatief en een avontuurlijke instelling hoort daarbij. Maar dat maakte het echt alleen maar leuker. Wat het nóg interessanter maakte, was dat iedereen er ook nog eens een eigen mening op na hield, dus aan het eind van elke etappe was het weer afwachten wanneer iedereen weer binnen was op het volgende overnachtingadres, wat bij de organisatie zelfs een enkele keer tot een bijna zenuwinzinking leidde (ja, wij waren gelukkig niet de enigen die het zwaar hadden, haha).
Reden was dat een stel argeloze, uitermate ontspannen toertochtrijders het presteerde om al keuvelend na de zoveelste zelf geïntroduceerde routevariant in het schijnsel van een knipperlichtje, de kilometerslange slotafdaling in het donker te doen. En zo was daar de nachtelijke variant, hoewel ik sterk m’n twijfels heb of die volgend jaar weer in het programma zal zitten.

Net als de etappes was elke slaapplaats weer anders. Van karakteristieke berghutten tot luxe pensionnetjes en van een oud tochtig klooster tot een warme, sfeervolle herberg. Afhankelijke van het eindpunt van de route: hoog afgelegen in de bergen of iets dichter bij de “beschaafde” wereld gesitueerd. Na een lange dag van fysieke inspanning was een overnachting-accommodatie al gauw naar tevredenheid en in het algemeen hebben we elke nacht goed gebivakkeerd. Dat neemt niet weg dat er op een avond toch onder hartgrondig gevloek een bed naar buiten werd gewerkt.
Over het algemeen werden de grote plaatsen en de verkeersdrukte gemeden (uitsluitend indien noodzakelijk) en bestonden de etappes uit ware MTB-routes. Van technisch lastige single-tracks waarbij de fiets regelmatig op de schouders moest, tot heftige afdalingen waarbij het uiterste van het materiaal geëist werd. Niet teveel nadenken over wat er allemaal fout kan gaan, maar voluit naar beneden denderen en daar aangekomen met hartslag 180+ weer even bij zinnen komen. Dat was het urenlange klimmen dan weer dubbel en dwars waard!
Net als de tocht zelf varieerde het deelnemersveld. Om en nabij 15 individuen, van allerlei verschillende pluimage, maar die gemeen hadden dat ze door het thuisfront in meer of mindere mate allemaal wel eens voor gek waren verklaard om aan zo’n onderneming te beginnen.
En toch allemaal met dezelfde sportieve instelling, maar met een eigen manier van het verwerken van frustraties van het dagenlange gehobbel, lekke banden, pijnlijke achterwerken en fout rijden. En met dezelfde dosis enthousiasme na het noodlot tartende afdalen en het bereiken van de goed verzorgde lunch-post.
En zo kwamen de verhalen aan het eind van iedere dag los onder het genot van een welverdiend potje bier. Het blijft natuurlijk wel vakantie. We deden het namelijk voor ons plezier hielden we ons stug voor. “Vergeet niet te genieten” was iedere dag ook wel weer het motto. Gelukkig was dat niet zo’n probleem. Dat mag duidelijk zijn.
Tsja, en wat voel je je dan verwend als je weer terug bent in ons vlakke landje, waar je om het gemiddelde hoogteverval van één dag Pyreneeën, zo’n beetje alle quasi heuveltjes die Nederland telt, (inclusief die in Limburg) bij elkaar moet optellen.
Nee, dat was weer weinig opwindend, het eerste zondagochtend toertochtje over de Amerongse Berg deze herfst. Ik kijk weer met spanning uit naar het volgende bergseizoen in 2005!
En voor een ieder die nu nieuwsgieriger is geworden, zit er maar één ding op……….

Chris Schornagel
December 2004