Reisverslag Holland – België, Transpirinaika 2003

Van 23 augustus tot en met 6 september 2003 heb ik samen met twee andere Nederlanders (Maarten Bikker en Taco van Ooijen) en 13 Belgen de vijftiendaagse “Transpirinaika” gemountainbiked. Dit is een off-road trektocht van Hendaye in Frankrijk (aan de Atlantische kust) naar Perpignan, eveneens op Franse bodem (aan de Middellandse Zee). De tocht voert echter bijna geheel over Spaans grondgebied.

Op zaterdagmorgen vroeg komen de drie “Ollanders” met de fietsslaapbus van Cycletours aan in Hendaye. We worden door Ad en George van de reisorganisatie Col d’Extrême meteen getrakteerd op een provisorisch maar stevig ontbijt met de woorden “dat zullen jullie vandaag wel nodig hebben”. Wat dat inhield bleek al snel.
Deze eerste dag wordt al meteen 100 km afgelegd, deels verhard, met een prachtige klim van wel 22% (nabij de beroemde Pas de Roland). Wat een begin!! ’s-Avonds voegen zich de dertien Belgen uit Aalst en omstreken bij ons. Een prima groep zo bij elkaar.
De afspraak luidt dat we zoveel mogelijk off-road gaan fietsen, met natuurlijk ultieme single-tracks. En we hebben ze gevonden hoor! Het voordeel hierbij was dat de organisatie voor iedere dag alternatieve routes beschikbaar had; aldus hadden we volop keus. Hieronder volgt een aantal hoogtepunten van de tocht.
Op de derde dag rijden we een prachtige rit door het “Bosque de Irati” langs de Rio Urtxuria en vervolgens vanaf de top van de Alto Laza naar de albergue in Urzainqui .
Op de vijfde dag krijgen we een enerverende passage door de “Aguas Tuertas” (de “kronkelende wateren”) voor de wielen, gevolgd door de fanatieke afdaling vanaf de Puerto de Escale via een smal wandelpad. Wat heet wandelpad! Het wordt klauteren met de fiets op je nek!! De “Tuertas” is een wonderschone dessa/gletsjerdal, dat we moeten oversteken met aan het einde van het dal een flinke klauterpartij. In het gletsjerdal zien we veel gieren, waarvan sommigen zich tegoed doen aan de kadavers van koeien!!
Dag zeven wordt voor mij de Koninginnerit, langs de zuidflank van het Ordessa-massief. Vanaf Torla (1080 meter) samen met Maarten over de Sierra de Las Cutas via het hoogste punt Punta Diaz (2248 meter) en vervolgens verder afdalen naar Nerin. Een prachtige piste, steil maar o zo de moeite waard. Het Ordessa-gebied doet een beetje denken aan de Grand Canyon in de USA, een uitzicht om nooit te vergeten. Bij aankomst in Saravillo staan Ad en George klaar met een koud biertje, natuurlijk olijven en vertellen we uitgebreid over onze belevenissen.
De tiende dag blijkt zondermeer de zwaarste. Tijdens deze etappe moet ruim 100 km overbrugd worden van La Plana de Mont-Ros naar Sant Joan de l’Erm. We klimmen gelijk fel omhoog naar 2200 m. waar we “bovenlangs”, langs de periferie van het “Parc Nacional de Aïgues Tortes”, richting Super Espot gaan. Na een mooie afdaling volgt weer een klim naar de bijna 2000 meter hoge Creu de Bedet, waarbij we de gehuchten Tirvia en Farrera passeren. Vervolgens weer onverhard afdalen naar de Ermita de Santa Magdalena en als toetje de slotklim naar de refuge van Sant Joan de l’Erm, waar we zullen overnachten. Als je na zo’n dag 3000 hoogtemeters (!!!) hebt overwonnen, dan smaakt ‘s-avonds de pasta en de rode wijn prima.
De volgende etappe doen we het iets rustiger aan, waarna de dag daarop de rit van Tuixén naar de Refuge de Rebost ons onder andere voert over de 1918 m. hoge “Coll del Torn”.
Op dag dertien doorkruisen we het skigebied “Super Molina”. Na een flinke klim (Coll de Pal, (2110 m.) krijgen we een fantastische afdaling over de skipiste. We maken er een slalomwedstrijd van tussen de op de piste grazende koeien. De voorlaatste etappe is er ook een om van te likkebaarden. Veel “off road” waarbij we de grens passeren na een flinke klauterpartij naar de top van de Col de la Bernadeille (1370 m.). De grens blijkt vervolgens te bestaan uit niet meer dan een prikkeldraadje!! Hierna dalen we in de dichte mist/laaghangende bewolking af naar onze laatste overnachtingsplaats, “Notre Dame du Coral”, een idyllisch kerkje annex gîte uit 1300 waar we heerlijk eten en slapen.
De laatste dag kenmerkt zich door veel afdalen, onder via “Amélie-les-Bains”, waar we weer terug in de “bewoonde wereld” komen, uiteindelijk naar de Middellandse Zee.
Na 1150 km en een fantastische ervaring rijker, springen we zeer voldaan bij Argelès-sur-Mer de Middellandse Zee in.

Paul van den Brink
29 september 2003