Programma Transfrontière 2005

Dag 1: Fos – Salardú                         52 km, 1800 hoogtemeters

We hebben een korte nacht achter de rug. Gisteravond zijn we met de auto rond achttien uur vanuit Hamme vertrokken. Het is pas half zes ’s morgens als we in Fos aankomen.
Philippe, de eigenaar van de refuge, heeft de deur opengelaten en de bedden gedekt, zodat we toch nog enkele uurtjes kunnen slapen. Na het ontbijt staan we om elf uur startklaar.
Al snel fietsen we de vermoeidheid uit de benen stroomopwaarts langs de Garonne. Na vier kilometer rijden we op Spaans grondgebied. We biken op en af langs verschillende landweggetjes, dwars door enkele typische grensdorpjes.
Na deze opwarming krijgen we de ‘Coret de Varados’ voorgeschoteld. Het eerste deel van de klim tot 2050 meter loopt over asfalt. We bevinden ons onmiddellijk midden in de Pyreneeën, er is geen teken meer van bewoning. Enkel een frisse bries waait het zweet van onze pompende lijven. Eens we halfweg op het grint komen, fietsen we langs bergweiden. Af en toe springen er vale koeien en robuuste paarden, verbijsterd door onze plotse aanwezigheid, over de weg. Hun bellen klinken hol in de stilte zoals je die enkel in de bergen treft.
Er volgt een prachtige afdaling langs een piste richting Salardú. De laatste kilometers kronkelen langs een uitgebreid net aan skipistes. We stoppen aan ‘Refugi Rosta’ en checken in als enige gasten. We krijgen een nette kamer en douchen snel het stof weg.
Op het plein tegenover het hotelletje is een rustiek restaurant. In ons beste Spaans kiezen we op de kaart een ‘menuutje’ van het huis. Het extra karafje rode wijn maakt dat we ’s nachts vast slapen.

Dag 2: Salardú – Salardú                        61 km, 1900 hoogtemeters

Vandaag laten we de bagage achter in ons hotelletje. We starten de rit met een korte afdaling langs de Riu Garona. Er volgt een ‘bescheiden’ klim over gravel met zeshonderd hoogtemeters naar bijna 1600 meter. We hebben een prachtig zicht over het ‘Val d’Aran’ en het stadje Vielha. We dalen terug af langs de GR-211 stroomafwaarts langs de Garona. Op de singeltrack moeten we toch enkele keren van de fiets. In het dorpje Arties vullen we op een terrasje van een ‘restaurante’ onze magen voor de volgende klim. Het is er eentje van eerste categorie, naar de top van de ‘Coret de Preudo’. We zijn verplicht onze kleinste versnellingen aan te spreken. We beuken twaalf kilometer over rotsige weggetjes die enkel door schaapherders gebruikt worden. Eens boven de boomgrens hebben we een adembenemend zicht over de pieken van Aigüestortes, één van de wildste natuurparken van de hele Pyreneeën. We nemen onze tijd om boven even te genieten in het altijd aanwezige zonnetje. Voor de afdaling raadplegen we ons lunchpakket. Naar Catalaanse gewoonte bestaat het ondermeer uit enkele boterhammen gesmeerd met een tomaat, kaas en gedroogd vlees.
De piste naar beneden langs verschillende watervallen bezorgt ons een kick van jewelste. Michel zijn ketting slaat vast door het voortdurende schokken. Gelukkig stopt hij tijdig en kunnen we de fiets weer rijklaar maken door een scheve schakel er tussenuit te halen. Het is half zes als we terug aan de refuge staan. We geven de fietsen een klein nazicht. ’s Avonds zoeken we natuurlijk ons gezellig restaurantje op.

Dag 3: Salardú – Son del Pi            75 km, 2100 hoogtemeters

Weer bepakt starten we om half tien de nieuwe trip. Het zonnetje is volop van de partij, toch is het nog ijzig kil als we in een schaduwplek rijden. Er volgt onmiddellijk een stevige klim tot 1870 meter langs de skigebieden van Bagergue. De afdaling langs de wildstromende Noguera Palaresa is prachtig. We slalommen langs een jeeptrack naar beneden, dwarsen enkele riviertjes en moeten af en toe de remmen dichtknijpen voor overlopende koeien en paarden. Deze piste, de ‘Chemin de la Liberté’ was tijdens de tweede wereldoorlog een vluchtroute van het bezette Europa naar Spanje. Het laatste deel van de weg gaat verhard naar Esterri, waar we even bij een bakker stoppen. Er volgt een stevige klim tot ons hotelletje in het pittoreske dorp Son del Pi op 1390 meter.
Het is pas drie uur in de namiddag en we hebben nog ruim de tijd om een extra lus van vijfentwintig kilometer richting de ‘Refugi Pla de la Font’ te maken. We zijn maar al te blij dat we de bagage achtergelaten hebben, want we vergissen ons van weg en komen op een drassige bergweide terecht. We zakken tot onze knieën in het ven en sleuren de fietsen enkele honderden meters bergop tot op het goede pad. Op de koop toe breekt één kant van de brug van Michel zijn zadel, even verder slaat zijn ketting vast en vervolgens krijg ik een platte band. Boven is de refuge gesloten, toch genieten we intens van het prachtige uitzicht over de omliggende toppen. We kiezen er voor om af te dalen langs een wandelroute. Na wat technisch stuntwerk komen we net voor zonsondergang weer aan bij ons hotelletje. Zoals steeds heeft Col d’Extrême voor een uitstekend adres gezorgd. De waard bereidt ons een stevige biefstuk.

Dag 4: Son del Pi – Pont del la Taule                        58 km, 1500 hoogtemeters

Vandaag staat de oversteek naar Frankrijk op het programma. Deze ‘traverse’ van de ‘Port de Salau’ moet zowat de cruciale etappe van de hele rondrit worden. We starten de dag met een afdaling terug in de richting van Esterri. Vanuit dit dorp klimmen we weer stroomopwaarts langs de Noguera Palaresa tot we dertig kilometer op onze teller hebben. We nemen de tijd om iets te eten en genieten languit een uurtje in de deugddoende zon. Als we weer starten krijgen we onmiddellijk een helling van twintig percent voorgeschoteld! Tijdens de stevige klim, langs ondermeer zes haarspeldbochten, druppelt het zweet werkelijk van ons lijven. We fietsen door vele watervalletjes die van de bergflanken klateren en houden onze schoenen amper droog. Het zicht op de omliggende bergen en het groene dal is adembenemend mooi. De laatste kilometers gaat de piste over in een smal pad. We moeten afstappen en duwen onze fietsen naar de top op 2090 meter. Boven hangt een dichte mist over de imposante ruïnes van een houtzagerij. We doen warme kleren aan en nemen de tijd om het uitgebreide lunchpakket te verorberen. Daarna is het zoeken naar de gele stippen die het wandelpad aangeven voor de afdaling. De nevel maakt dat het steile rotspaadje glibberig is, aan onze rechterzijde gaapt een kloof van enkele honderden meters. Het is vaak onmogelijk te fietsen en een verkeerde stap zou serieuze gevolgen kunnen hebben. We zien amper drie meter ver en prijzen ons gelukkig als we na een uur weer op de fietsen kunnen zitten. Met de oversteek naar Frankrijk hebben we vaarwel gezegd aan de zon. We blijven als het ware in de wolken rijden en eindigen de rit op 560 meter hoogte aan een hotel. We zijn smerig door de modder die tijdens de afdaling op ons is beland. De Nederlandse eigenaren Erik en Ingrid schenken ons een dampende tas ‘café au lait’ uit. Weer bij onze positieven wassen we de mountainbikes in één van de riviertjes die naast het hotel stromen. We nemen een heet bad en laten de kledij opdrogen aan een elektrisch vuurtje op de kamer.

Dag 5: Pont de la Taule – Aunac                        48 km, 2000 hoogtemeters

Als we door het venster kijken, vrezen we het ergste. Toch lijken de donkere wolken stilaan te verdwijnen. Na een stevig ontbijt starten we met nieuwe moed de rit naar de ‘Port d’ Aula’ op 2260 meter hoogte. Eens we uit het donkere dal komen, fietsen we als het ware het zonnetje tegemoet! Het is een etappe in twee delen, we klimmen eerst steil naar de ‘Col de Pause’ op ruim vijftienhonderd meter. Bijna onmiddellijk kronkelt het verder tot de top van de ‘Port d’Aula’. We spreken onze kleinste versnellingen aan om de tweeduizend hoogtemeters te overwinnen. We rijden langs helgroene bergweiden, een tweetal glinsterende meren en biken als het ware in de schaduw van met sneeuw bedekte pieken. Eenmaal boven, vangen we ver beneden ons nog een glimp op van het kerkje van Montgarri.
We blazen voldaan uit en leggen ons, net zoals de marmotten die hier leven, een uurtje te zonnen. Het is mogelijk langs dezelfde weg naar beneden te rijden, toch verkiezen we de optie om langs de GR-10 af te dalen. Al vrij snel blijkt het een bijna onmogelijke opgave. We dalen af langs een met keien bezaaide singletrack die langs een stenen gletsjer loopt. Naast ons gaapt een steile afgrond. Michel heeft een rugzakje en zet zijn zadel lager om zo zijn evenwicht beter te kunnen bewaren. Hij heeft klikpedalen met een kooi rond en heeft zo meer steun. Ik schuif verschillende keren van mijn klassieke klikpedalen, zodat ik toch grote stukken te voet moet afleggen.
De verdere technische afdaling langs een wildstromende rivier is op zijn minst adembenemend. Even schrikken we op als er midden op de weg een stier van bijna een ton staat. Hij kijkt ons loens aan en weigert van de singletrack af te stappen. Als ik Michel de raad geef om beneden langs de donderende rivier een omwegje te maken, zegt hij lachend dat ginds al een schoen van een voorganger ligt! Uiteindelijk kiest de stier ervoor om zich bij zijn vrouwelijke soortgenoten te voegen en kunnen we snel verder.
De dag eindigt bergop in de idyllisch gelegen ‘Gîte de la Souleille’. Michel sprint voor de dagzege en wordt beloond met een beet boven de enkel door één van de kleine waakhonden.
We worden weer gastvrij ontvangen door de twee eigenaren Claudine en François. Zij hebben maar liefst tweeënveertig ezels waarmee ze begeleide tochten in de Pyreneeën organiseren. ’s Avonds bespreken we met François de verdere route. Hij kent immers de omliggende bergen als zijn broekzak. Hij wijst op een alternatief wegje dat over de kam gaat naar de ‘Col de la Core’, waar we morgen passeren. We zullen dan wel eerst drie kwartier steil naar boven moeten klauteren.

Dag 6: Aunac – Sentein                        45 km, 1300 hoogtemeters

Het is inderdaad labeur om het eerste uur de fietsen op het ezelspad langs de heuvelwand te moeten duwen. Eens boven volgt een prachtige bospiste die op ongeveer duizend meter blijft. We hebben een prachtig zicht over het bosrijke dal, waar de eerste herfstkleuren al te voorschijn komen. De laatste kilometers tot de ‘Col de la Core’ op 1395 meter gaan over asfalt. Op het wegdek staan verschillende namen van renners uit de Tour geschilderd. We dalen even af en klimmen dan verder langs een ‘route forestière’ tot de ‘Col de l’Arrech’.
In de dichte loofbossen horen we voortdurend geweerschoten, het jachtseizoen is weer volop bezig. Tijdens de opwindende afdaling heeft Michel het gevoel dat zijn achterwiel niet echt stabiel meer is. Na een grondige inspectie blijkt dat er een scheur boven de hieldraad van de buitenband is. De binnenband komt er zelfs door piepen! Zo goed als mogelijk plakken we de band en vervolgen de tocht. De relatief gemakkelijke rit eindigt met een korte klim naar het plattelandsdorpje Sentein, waar we overnachten in een hotelletje waar de tijd enkele tientallen jaren heeft stilgestaan. De rode wijn en de stevige biefstuk met frieten smaken er daarom niet minder om.

Dag 7:  Sentein – Fos                        67 km, 1850 hoogtemeters

Weer krijgen we het lunchpakket amper in onze tassen, zo groot is het. Vandaag zitten er naast enkele belegde boterhammen, kaas, een literfles cola, zelfs drie stukken fruit bij. We zullen het nodig hebben, want het heeft deze nacht gesneeuwd op 1500 meter hoogte. We pakken ons goed in en starten de rit in een miezerige regen. We zijn nog maar drie kilometer ver of we schrikken van een enorme knal. De binnenband van het achterwiel van Michel is door de gescheurde buitenband gedrongen. Reparatie en dus verder doorfietsen is onmogelijk. We staan in een klein dorpje met een dertigtal inwoners en spreken enkele mensen aan in de hoop dat iemand een mountainbike heeft én een buitenband wil afstaan. Uiteindelijk is er een jongen die er in een schuur één heeft staan bedekt met een dikke laag stof. Fier toont hij zijn fiets tot zijn moeder er bij komt en verbiedt de band er af te halen.
We stappen drie kilometer verder tot het iets grotere Castillon. Een fietsenwinkel hoeven we hier niet te zoeken, we spreken dan maar weer enkele Fransen aan. Uiteindelijk verwijst er iemand naar de dorpsdokter. Hij zou een fervent fietser zijn. We bellen aan en hebben geluk. De man heeft minstens tien fietsen van beste kwaliteit staan. In een handomdraai vindt hij een reserveband, zodat we weer op weg kunnen. We hebben ondertussen heel wat tijd verloren en door de regen is de ondergrond van de bossen herschapen tot een echte modderpoel. Het is werkelijk onmogelijk om off-road verder te fietsen en we kiezen voor de doorgaande weg in de richting van de befaamde ‘Col de Portet d’Aspet’.
Tijdens de kille afdaling stoppen we toch even aan het monument van de in 1995 verongelukte Fabio Casartelli. Er volgt een laatste klim die gedeeltelijk over een piste gaat tot de top van de ‘Col d’Artigascou’ op 1365 meter. Ondanks de onophoudende regen genieten we van de prachtige vergezichten over het bosrijke dal. De rit eindigt met een adembenemende afdaling tot Fos, waar we een week terug onze rit zijn gestart. We doen snel onze natte kleren uit en zijn blij weer een warme douche te kunnen nemen.
‘s Avonds volgt een stevig avondmaal en bespreken we met enige voldoening onze toffe ervaringen van de voorbije week.
We danken George van Col d’Extrême; zijn kennis van de Pyreneeën is uitzonderlijk. Hij weet er de beste fietsweggetjes, de mooiste plekjes en de gezelligste pensionnetjes als geen ander te vinden!

26 september – 2 oktober 2005
Wim Tollenaere
Michel Saeys
De Fietser (www.defietser.be)  Opwijk, België