Pallars Sobirà 2005 (22 t/m 29 juli)

“En, volgend jaar weer?” Het is de meest gestelde vraag tijdens onze tocht door de Pyreneeën. Het meest gehoorde antwoord? Ja… nee… en alles wat er tussen ligt; waarbij het vraagmoment geen onbelangrijke rol speelde.

Het plan om de Pallars Sobirà te rijden, ontstond eind 2004. Dat nog 3 van de 6 man een fiets moesten kopen en iedereen de randverschijnselen die bij het fietsen horen moest aanschaffen, zegt waarschijnlijk genoeg over onze ervaring.
En de voorbereiding? Een weekend Ardennen, een dag Zuid Limburg en verder ieder voor zich en op zijn eigen manier. Of het genoeg is? Dat moest maar blijken.

Dag 1
Een onrustige nacht in Sant Joan de l’Erm. Kleine jongens die, alsof ze morgen jarig zijn, niet kunnen slapen van de spanning. Ongeduldig om op de fiets te klimmen. Daar zijn we toch voor gekomen! Wat staat ons te wachten? Daar komen we snel genoeg achter.
Een schitterende eerste dag en een prachtige bosrijke omgeving om in te starten. Een start waarin we al snel 2x natte voeten halen. Maar ook een dag die eindigt met de klim naar Pla de la Font, een klim die achteraf misschien niet de zwaarste blijkt te zijn, maar op dat moment wel zo voelt. De hongerklop slaat zelfs toe en iedereen is voor de rest van de week gewaarschuwd. Het devies is dan ook: eten, eten en nog ’s eten, tot je er niet meer bij neervalt.

Dag 2
Waar we ons op dag 1 nog afvroegen of de beschrijving in het roadbook en op de kleine routekaartjes ons wel de juiste weg zouden wijzen, twijfelen we daar vandaag geen seconde meer aan. Als papier kon praten, zou het met recht een modern navigatiesysteem genoemd mogen worden. Alles klopt en we zijn eigenlijk geen enkele keer fout gereden. Hoewel je wel hoopt dat de beschrijving fout is als je staat aan te hikken tegen een 3 km lange klim van – voor het oog – wel 20%, naar het hoogste punt van de week. “Moeten we hier omhoog?” Ja dus. Maar de top wordt gehaald en achter die top ligt een machtig mooi natuurgebied op ons te wachten dat volledig boven de boomgrens ligt. De uiteindelijke afdaling naar Tacita is welkom, maar helaas gaat één van ons in een van de eerste bochten onderuit, waarbij zijn arm uit de kom schiet. Ach, een wandeling naar beneden is op zijn tijd ook best rustgevend. Het gaat overigens weer goed met de persoon in kwestie.

Dag 3
Een dag van ruim 94 km die begint met een afdaling over het asfalt van meteen 28 km geeft de burger moed. Momenten waarop je je km-teller liefkoost. De klim die volgt, is weliswaar verhard, maar de omgeving is zo gruwelijk indrukwekkend dat je geen seconde nadenkt of je nu over een onbegaanbare piste aan het klunen bent of over een glad stukje zoab. Alhoewel: de piste die dan uiteindelijk toch volgt is ruw zat en laat in de afdaling de schroefjes uit je frame rammelen. Het laatste deel van de etappe naar Organya is wat minder spannend, maar de afdaling op het eind is een fijn cadeautje.

Dag 4
Het lijkt voor een groot deel ‘an other day at the office’ te zijn. En dat zou het ook zeker zijn als je zwicht voor de mogelijkheid die het roadbook geeft om er eens een lekkere korte etappe van te maken…. “George, deze opties mag je in geval van een eventuele tweede keer dat we meedoen, weglaten. Verkorte routes zijn voor ons namelijk geen opties.” En deze instelling wordt beloond, want bovenop Col de Jovell is het genieten van alles om je heen. We zijn hier zelfs enkele minuten stil geweest en iedereen die ons clubje kent, zal zich dit niet voor kunnen stellen. Na de afdaling naar Tuixent, ligt een uitstekend terras op ons te wachten bij albergue ‘Can Cortina’.

Dag 5
Vast en zeker wederom een prachtige route, maar alleen de twee uitersten van deze dag zijn blijven hangen: de hel en het paradijs (gelukkig ook in deze volgorde trouwens). De laatste klim van deze dag begint verhard, waarna op gegeven moment de keuze gemaakt moet worden tussen verhard verder of de ‘meest fanatieke’ onverharde optie… oftewel, het engeltje of het duiveltje. Voor ons geen discussie, we gaan de duivel achterna op het onverharde. Onze wielen hebben nog geen twee omwentelingen gemaakt, of we rijden met 2 dikke banden volle bak in de hel. Een steile muur met hier en daar een nagenoeg onbegaanbaar pad. Na veel geworstel komen we toch boven en zoals het in een mooie boeketreeks hoort, wacht het paradijs na de hel. Zo ook hier. Refugi de Rebost heeft een uitzicht waarvan menig vakantiebrochure een afbeelding op zijn cover zou willen hebben.

Dag 6
Was dit nou wel of niet de Koninginnerit? Wij vinden nu in ieder geval van wel. Het duiveltje van de vorige dag heeft de nacht voor de deur van Refugi de Rebost doorgebracht en stond ons direct weer op te wachten om ons in 3 km en 314 hoogtemeters meteen even wakker te schudden. En dat is hem gelukt. Maar het is zeker niet de enige klim van de dag met zoveel hoogtemeters.
We moeten er in totaal 2300 overwinnen vandaag. En dat neemt een hoop tijd in beslag. Tussen het vertrek en de aankomst op dat fijne terras van Tuixent ligt 12 uur. Een flinke klus. En dat geldt niet alleen voor het klimmen, want de etappe heeft ook de zwaarste afdaling van de week in zich. De downhill vanaf El Collel begint nog met een onschuldige Milka Alpenweide, maar al snel gaat deze over in een vrij extreme afdaling waar we tot 2x toe enkele tientallen meters hebben moeten lopen om niet verstrengeld te raken tussen al die stenen van hunebedformaat die kriskras door en over elkaar liggen.

Dag 7
Je ruikt bij de start het honk Sant Joan de l’Erm al. Dus de regenbui in de ochtendklim (de enige deze week overigens) interesseert ons niet zoveel. Ook de vrij pittige afdaling die erop volgt, doet ons geen pijn meer. En dat we door domweg niet goed lezen zo’n anderhalve km verkeerd rijden op het laatste stuk, mag geen naam meer hebben. We hebben genoeg koeien, geiten, herten en wilde zwijnen gezien. De fietsen beginnen meer en meer te piepen en te kraken. Wij trouwens ook. De bruin-witte scheidslijn op onze Duo-Penotti armen en benen is nu echt voldoende zichtbaar. En onze kont doet pijn! Maar we redden het. En na 5 minuten uitpuffen op het grasveld van Sant Joan de l’Erm en een biertje in de hand stellen we elkaar de vraag nog 1 keer:

“Volgend jaar weer?” Het antwoord is een volmondig JA!

"Wouter Tazelaar & Friends", augustus 2005