Hoezo steil? (Transpirinaika 2005)


……. hoezo steil… Ik kijk omlaag en zie dat ik nog één versnelling kleiner kan. Ik ontkom er niet aan, de ketting loopt er makkelijk op. Gelukkig is het pad droog. Het gesteente is grijs/wit en staat min of meer op z’n kant, waardoor de banden grip blijven houden. De lichte kleur kaatst echter ook de warmte terug, zout zweet prikt in m’n ogen. Het is buitengewoon inspannend maar echt zwaar hijgen doe ik niet, wel worden de longblaasjes met iedere ademhaling tot onderaan gevuld met de zuivere berglucht
. Ik schuif naar de punt van het zadel om het voorwiel op de grond te houden. De druk op het wiel is echter marginaal en het is dan ook moeilijk om het stuur bij deze omvalsnelheid recht te houden. De teller geeft rond de 5 km/u aan. Ik probeer de grote losse steen voor me te ontwijken, maar op een werkelijk onverklaarbare manier stuur ik er precies op af. Het voorwiel krijg ik er nog net overheen, de steen blokkeert echter het achterwiel en ik sta stil. Waarom, denk ik bij mezelf, rijd ik nu over die steen heen, terwijl ik er langs heen had willen rijden? Het is niet de eerste keer dat het gebeurt. Afstappen betekent even rustig om me heen kijken, een slok water; jeetje, wat is gewoon water toch lekker! Ik kijk achter me naar beneden of ik iemand van de anderen zie. In de verte zie ik Gerard aankomen, een kleine blauwe stip in dit overweldigende berglandschap. Ik loop een 15-tal meters verder waar de helling heel iets minder steil is en stap weer op de fiets.
Rechts van me loopt een grote kudde schapen. Hun vachten glanzen fraai in het zonlicht. De naaldbomen zijn grillig en donkergroen. De hoge bergtoppen in de verte zijn vanwege de warmte niet helemaal helder.
De lucht is intens blauw. Hier ben ik voor gekomen, de ‘strijd’ van man tegen de berg; zwaar, steil, hoog en warm. Maar bovenal mooi. Genieten met een grote ‘G’

 Op zaterdag 10 september stappen we rond 06.00 uur uit de bus (fietsslaapbus). Het is nog donker bij het oude stationnetje van Hendaye-Plage, vlakbij de Pyreneeën en gelegen aan de Atlantische kust. Aan de straat te zien heeft het geregend. Onder het verlichte afdak zitten op dit vroege uur al 3 andere fietsers te wachten terwijl de 2 begeleiders druk bezig zijn met ontbijt maken. Uiteindelijk blijken er dus 14 fietsers en 1 fietsster zich te hebben opgeven bij de kleine organisatie Col d’Extrême voor de Transpirinaika 2005. Iedereen monstert iedereen: afgetrainde koppen zijn erbij, maar, tot mijn grote verbazing ook een behoorlijke buik! Ik ben niet zo’n materiaalkenner, maar kan toch wel zien dat er een paar kostbare ATB’s tegen de muur staan.

Vandaag staan al gelijk ruim 100 kilometer op het programma met ruim 2000 meter klimmen, dus iedereen tast flink toe aan de uitgebreide keuze aan eten hier op de grond naast het station. Daarna moet alles worden ingepakt en ik vraag me af hoe de enorme berg met tassen die er staan in vredesnaam in de bestelbus moet. Het blijkt echter allemaal net te gaan en tegen 07.30 uur vertrekken we richting strand om daar de startfoto te maken in zee. Deze Transpirinaika staat voor ongeveer 1200 km op de Mountainbike, waarvan (achteraf uit de losse pols geschat ca. 70% onverhard) met – ook achteraf berekend, o.a. via mijn GPS – ruim 31.000 hoogtemeters! We hebben daarvoor 14 etappes tot onze beschikking en geen rustdagen. We beginnen hier in Hendaye en eindigen als het goed gaat over 2 weken in Argelès-sur-Mer aan de Middellandse Zee. Zo’n 14 dagen geleden hebben we de informatie over de tocht thuisgestuurd gekregen. Ondermeer een zeer gedetailleerd routeboek, met daarin o.a. kleurkopieën van allerlei soorten topokaarten, met daarop ingetekend de routes (en mogelijke alternatieven). Daarnaast kregen we een hele stapel compacte, geplastificeerde routebeschrijvingen, ter grootte van een ansichtkaart. Hiervoor krijgen we in Hendaye een kleine, maar in de praktijk, zeer functionele houder die we op het stuur kunnen klemmen.

 ….een waanzinnig prachtige dag hebben we tot nu toe achter ons. In het surrealistische gletsjerdal van de Aguas Tuertas vonden we een zeer oude ‘dolmen’. Er lag ook een dode koe, waar je nog niet op 25 meter bij wilde komen, oei wat stonk dat…!. Later vonden we nog een uitgeloogd en al volkomen wit gebleekt karkas. Te voet, met de ATB op de rug, hebben we een steil stuk van een GR afgedaald, we zijn hier ergens de grens met Frankrijk overgestoken. Na de doorsteek van een bos passeren we een rivier waar we even een pauze maken; fietsschoenen uit en lekker met de voeten in het koude water. Even later komen we op de grote weg die we rechtsaf omhoog volgen naar de Col de Somport op de grens met Spanje. Na 300 meter klimmen zijn we boven (1640 meter), we maken even een praatje met een fietser die vanuit Nederland in 2 maanden naar Santiago fietst. Hij maakt een foto van ons. De weg daalt nu in zuidelijke richting Spanje weer in, onze overnachting is op 900 m. hoogte, dus we hebben nog een mooi stuk te dalen. Ik schat dat de weg hier wel 20 – 30 meter breed is. Het grote blad gaat erop en achter schakel ik de 11. De droom van iedere fietser ligt hier voor me: een lange afdaling, droog asfalt, brede weg, overzichtelijke ruime bochten en zo goed als geen verkeer……
Tot nu toe heb ik iedere dag in een afdaling minstens 50 gereden, maar ik zie m’n teller nu verder gaan… 55 … 60 km per uur.
Het begint er op te lijken, de herrie van de wind begint langzamerhand oorverdovend te worden… 65…..68 km/u. Het gefluit van de banden begint mooier en mooier te worden.
Later vraag ik me af of ze door de snelheid vervormen en zo meer of ander lawaai maken??
Het gaat nu toch serieus hard, nog nooit zag ik 70 op m’n teller staan. Het stuk voor me lijkt nog iets steiler te dalen, ik kijk in een bocht achterom of ik niet word ingehaald, met mijn 63 kilo heb ik natuurlijk niet het postuur van de ideale daler.
De anderen blijven achter me, knijpen waarschijnlijk af en toe iets in de remmen. 
Ik ga er nu helemaal voor, kont naar achter, neus nog platter op het stuur…..72……75…. mijn hemel wat een snelheid, voor mij een record!  nog nooit ging ik harder dan 65!!.
Jammer dat ik zo’n grote rugzak op heb, ik durf niet meer op de teller te kijken, houd de ogen strak op de weg gericht op eventueel tegemoet komend verkeer. Het geluid van de banden is sensationeel, de helling wordt ietsje minder, ik kan de snelheid niet vasthouden.
De eerste huizen van Canfranc doemen op en langzaam loopt de snelheid terug. Wat een spektakel!
M’n GPS geeft aan dat mijn maximale snelheid 76,6 km/u is geweest.
Als onze volgbus hier had gestaan had ik gevraagd of ze ons nog een keer omhoog naar de col hadden willen brengen.
Ook dit is de Transpirinaika: spectaculair hard afdalen: wederom Genieten met een grote ‘G’

 De overnachtingen zijn veelal in albergues, eenvoudige pensions, waar we vaak op stapelbedden slapen. Omdat we aan het eind van het seizoen zijn, is het overal heerlijk rustig. Ook slapen we een paar keer in een berghut en zelfs een keer in een slaapruimte bij een kleine kerk boven in de bergen, Notre Dame du Coral.
We hebben de luxe dat onze bagage wordt vervoerd, anders lijkt me de tocht haast niet te doen.
Als we bij de overnachtingplaats aankomen is het meestal eerst douchen, daarna fietskleren wassen, zodat die nog kan drogen in de late middagzon en daarna fietsonderhoud.
De maaltijden zijn gemiddeld genomen goed, de ontbijten ook, op een paar ochtenden na dat het wat mager was.
Onze begeleiders staan vaak onderweg op een mooie plek met de lunch. Dat is altijd een feest, soms gebakken ei, versgemaakte salades, broodjes, drank, repen, kaas, soms gebak, fruit, je kunt het zo gek niet bedenken. Soms konden ze ons ook niet bereiken en namen we een lunchpakket mee in de rugzak.

Deze trip wordt in september georganiseerd en gaat bijna helemaal over Spaans gebied. Reden is het weer in deze periode. Wij hebben één ochtend regen gehad en verder prachtig mooi weer (in dezelfde periode was het enkele tientallen kilometers noordelijker aan de Franse kant erg slecht). De temperaturen varieerden van onder nul hoog in de bergen tot ruim 25 graden. In de zon en uit de wind op rotsige stukken kon het zelfs heet zijn.

 …na een paar honderd meter over de Route National gaan we er gelukkig al weer af en beginnen we aan de laatste klim van de tocht. We zitten nu op ca. 100 meter en de Col de l’Ouillat ligt op 935. Na een paar kilometer passeren we een ruïne van een kerk en al snel blijkt dat de kilometers op de routebeschrijving niet kloppen met de tellers, maar dat geeft niet want er is maar één smalle kronkelende asfaltweg naar boven.
Ik heb me voorgenomen om de laatste klim voluit te gaan, morgen hoeft er niet meer gefietst te worden. Het weggetje stijgt geleidelijk, ik schat een procent of 7- 8. Al snel rijd ik alleen en concentreer ik me op het niets, op de cadans van de benen, de ademhaling en op de interne toerenteller die net een klein stukje in het rood mag staan vanmiddag, maar niet teveel, want ook op zo’n helling kan maar zo een man met een grote hamer achter een boom vandaan springen.

Het is zonnig en lekker warm, maar erg vochtig, waardoor, eenmaal boven, het zicht beperkt is. Jammer.

 Boven op de col drinken we wat, het is uiteindelijk erg lang, bijna 40 minuten, wachten op de laatste. We zullen vanaf de col gezamenlijk afdalen en naar de kust rijden. Er volgt een zeer rotsige afdaling naar het dorpje Laroque en van hier is het alleen nog maar harde weg naar de kust.
Ik rijd achteraan en het is een prachtig gezicht, die mannen op een rij voor me (onze vrouwelijke deelneemster is eergisteren helaas al vertrokken). Vormeloze stoffige rugzakken op de rug, bruine benen en armen en een fiets die er in Nederland meestal anders uitziet. Het is een heerlijk gevoel, moeilijk te omschrijven, zoals we daar als een trein richting Middellandse Zee koersen.
Al die auto’s die langs ons rijden, de mensen in Argelès …., ze  hebben geen weet van wat dit groepje de afgelopen 2 weken heeft gepresteerd. Een groot gevoel van tevredenheid ervaar ik als we de laatste meters over de boulevard rijden. Het strand is te mul om te kunnen fietsen, dus de laatste meters gaan te voet.

Eduard Camping
Lochem
november 2005

http://www.travellers.nl