Een uitdaging van formaat

Begin 2005 kwam ik in contact met George en Ad en zij vertelden vol enthousiasme over een tocht van 14 dagen dwars door de Pyreneeën, van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee.
Die avond luisterden we naar hun verhalen en keken naar de foto's die ieder hun eigen verhaal vertelden.
Op dat moment was ik als fanatiek marathonloper alleen maar aan het hardlopen, een mountainbike had ik niet en fietsen deed ik überhaupt niet.
Voor mij is het belangrijk ieder jaar een uitdaging te hebben, waar ik naar toe kan werken. Dit leek wel een hele mooie.
Een paar maanden gingen voorbij en uiteindelijk besloot ik de uitdaging aan te gaan, echter niet voor 14 dagen, maar voor 1 week, dit vanwege privé-omstandigheden.
Vervolgens bleef ik hardlopen, want nog steeds had ik geen fiets.
23 Juni 2005 was de dag dat ik een mountainbike ter beschikking kreeg.
Vanaf dat moment ging ik met regelmaat fietsen, maar vooralsnog alleen vlak, want er moesten kilometers worden gemaakt.
In augustus kwam voor mij het “stevige werk” in de vorm van de Amerongse Berg en ATB-routes in Zuid-Limburg. Het hoogste punt van 330 meter vond ik het al heel wat.
Vervolgens vond ik dat ik er klaar voor was.
Woensdag 7 september vertrokken we naar de Pyreneeën, waar we de volgende avond aan de voet van de Aspin de auto achterlieten bij een sfeervol overnachtingsadres. Vrijdag vervolgden we onze reis per trein naar de kust, waar we in Hendaye de beide begeleiders van Col d'Extrême ontmoetten.
Zaterdagmorgen 9 september gingen we per fiets naar een piepklein station, waar de rest van de groep per bus rechtstreeks vanuit Nederland zou arriveren.
En daar begon een tocht die ik me altijd zal blijven herinneren ……
Eerst naar het strand voor een groepsfoto. De eerste etappe zou er een grotendeels over het asfalt zijn en ik dacht op die manier op een aangename wijze in m'n ritme te komen. Maar daar kwam niets van in, want er volgde direct al een berg van ca. 20%, waar voor mijn gevoel geen einde aan kwam (in ieder geval niet te vergelijken met de beklimmingen in Zuid-Limburg).
Waar ik ook snel achterkwam was dat er in Nederland überhaupt niets is dat de vergelijking aan kan met hetgeen ik hier meemaakte.
Achteraf was de eerste etappe voor mij de zwaarste, maar mijn doorgetrainde sportlichaam paste zich gelukkig zeer snel aan.
De etappes die volgden waren fantastisch. Samen met mijn schoonvader droeg ik vrijwel steeds de spreekwoordelijke rode lantaarn en dat ging ons (uiteraard) goed af.
We reden door verlaten dorpjes, door weilanden met paarden, schapen en koeien, door rivierbeddingen en tunnels, over onverharde paden van meer dan 20% en over oude gammele hangbruggen.Eigenlijk teveel om op te noemen.
We kregen een lunchpakket mee bij de etappes, waar de volgwagen ons niet kon bereiken.
Telkens na het beëindigen van een etappe kwamen de reserve-onderdelen en de onderhoudsspullen tevoorschijn. En begonnen weer de rituelen om de fietsen in topconditie te houden.
's Avonds tijdens het avondeten werden de ervaringen van de afgelopen dag uitgewisseld. Met iedereen werd contact gelegd en je kon zo met ons mee-eten.
Met de dag voelde ik me conditioneel sterker worden.
De laatste dag was ik zelfs aan het uitrusten op de fiets bij stijgingspercentages van rond de 5%.
Met dit verslag wil ik duidelijk maken dat, wanneer je over een redelijke basisconditie beschikt, je heel veel kan bereiken.
Ik heb nu 2 marathons gelopen en 2 extreme survivaltochten afgelegd. Deze tocht past zeker in dit rijtje thuis. Daarom wil ik langs deze weg de organisatoren van deze tocht (Ad en George) bedanken voor al hun inspanningen. Volgens mij kennen ze ieder weggetje in de Pyreneeën.

Verder wil ook de andere deelnemers bedanken, want met zijn allen maak je een dergelijke tocht tot een succes.

Ben Hendriksen
Oktober 2005