Coast to Coast off road
Soms bekijk ik de foto’s weer en realiseer ik mij wat een prachtige tocht het was. In het begin was ik een beetje huiverig van het feit dat je 14 dagen achtereen op de fiets zit, zonder dat je beenspieren en achterwerk de tijd hebben om te herstellen. Dat viel uiteindelijk mee, wel had ik ongeveer de 3e en 4e dag een dipje en heb ik met veel moeite de overnachtingplaats gehaald. Meerdere mensen hadden dat ook wel, zo’n mindere dag, maar als je stevig blijft eten, merk je dat je sterker wordt van het fietsen en kan je blijven doorgaan. Vanzelfsprekend worden er wel groepjes gevormd, afhankelijk van conditie en techniek. Aangezien iedereen dezelfde interesse heeft (fietsen dus.) is er snel een band onderling. Als er dan iemand achterblijft wordt er gewacht, zodat in feite niemand alleen hoeft te rijden. Handig was het ook wel om samen te rijden. Het was soms wat puzzelen, die routebeschrijvingen op de kaartjes, maar samen kwam je er dan wel uit.
Bagage en overnachtingen waren goed geregeld, zodat we ons voornamelijk konden concentreren op het fietsen zelf. De goed verzorgde lunches op strategische plekken waren altijd weer een verademing om op krachten te komen en de maag cq accu weer op te vullen.. Bij het organiserende comité zat ook een fanatieke biker, met een medische achtergrond en ruime technische kennis. Dit kwam van pas bij (nood) reparaties of verbinden van verwondingen. Mijn fiets kon niet gerepareerd worden, aangezien ik verzaakt had een reserve achterpad mee te nemen. Gelukkig was deze man bereid mij de ( zeer goede) reserve fiets te lenen, anders was ik gedoemd om de rest van de tijd in de bus door te brengen en daar was ik niet voor gekomen. Iedere dag was weer een avontuur, iedere dag was weer anders, mede door het variërende landschap, waarbij de zon grotendeels aanwezig was en voor een vakantiestemming zorgde. Meestal reden we over brede paden, zodat we flink de snelheid erin konden houden bij het afdalen, wel oppassen voor kuilen, losse stenen e.d. Soms wat technische stukken, met single tracks, oversteken van beekjes voor ieder wat wils. Ik heb zelf getracht een stuk moeras te doorsteken, maar daar waren mijn banden niet breed genoeg voor. Ik zakte tot de assen (en daarna tot de knieën) weg in de modder.
Naarmate we meer in het centrale deel kwamen werd het gebied ruiger en stiller. De verlaten dorpen met vervallen huizen gaven dit helemaal een desolate indruk. Soms waren de dieren de enige levende wezens die we tegenkwamen. Voornamelijk koeien en (wilde?) paarden, maar tam genoeg volgens mij om op verder te rijden als je fiets het begaf, bang waren ze in ieder geval niet, deden niet eens een stap opzij als je er langs wilde. Ook gieren die hongerig op zoek waren naar die ene ouwe koe die het begeven had. Die werd in snel tempo geconsumeerd, zodat alleen een groot formaat leren handtas overbleef. Opmerkelijk was die ene gier die we tegenkwamen langs de kant van de weg zittend op een helling. Deze bleef rustig zitten, terwijl we tot zeer dichtbij kwamen om foto’s te nemen. Ik dacht dat deze te vermoeid of verwond was om weg te kunnen vliegen. Uiteindelijk wist ik waarom deze vogel zo rustig en versuft bleef zitten. Na al die KMS vliegen had deze waarschijnlijk een hongerklop.
Fons de Rijcke
December 2007

