1200 km dwars door de Pyreneeën (Transpirinaika 2007)

“1200 km dwars door de Pyreneeën, is dat leuk dan?” “Das toch geen vakantie?” Dat waren een aantal opmerkingen toen ik vertelde dat ik uiteindelijk om was om mee te gaan met de Transpirinaika.  Met enige argwaan ging voor de heenreis de fiets in de aanhanger van de bus; zou hij wel heel aankomen? Maar wat voor later belangrijker zou zijn: blijft hij heel en dan vooral de banden? In de bus worden de eerste praatjes gemaakt over fietsen en voorbereiding, totdat rond tienen een slaappoging moet worden gedaan. Een uur of acht later sta je dan met je spullen bij een verlaten station en even later zit je te ontbijten op het perron. Na een sterke bak koffie en foto’s te hebben gemaakt op het strand, zit je op de fiets; nu gaat het beginnen. De eerste dag is een lange die vooral over asfalt gaat en zwaar is door de matige nacht en de afstand van meer dan 100 km. Gedurende de tocht zijn er delen over asfalt, maar off-road zijn er ook stukken die zo stijl en/of technisch zijn dat je moet lopen/klimmen met je fiets op je schouders. Dit hebben we vooral gedaan de dag in het gletsjerdal en het laatste stukje bij de terugkeer naar Frankrijk waar je over steile paadjes moet klauteren met de fiets op je rug. Het weer was op één dag na perfect en die dag hebben we met zijn allen een poos in een hooimijt gezeten in het donker tot het weer droog was en dat had wel iets. Het verblijf was in allerlei bijzondere locaties: hotels, refuges en een klooster met nog intakte kerk, maar de berghut van Rebost heeft de meeste indruk gemaakt. Na een zware off-road klim bereikten we net voor de regen de bijna Hans en Grietje achtige refuge, die gerund wordt door Anna die in haar eentje een verrukkelijke maaltijd voorzette. Na het uitgebreide ontbijt de volgende dag en nadat we genoten hadden van het uitzicht van de wolken in het dal, konden we direct aan de bak op een verschrikkelijke beklimming. Rebost is op meerdere vlakken indrukwekkend.Regelmatig fietsten we langs de bergkammen met net boven je de wolken en een la ding gieren. In een omgeving die zo indrukwekkend rustig is dat je wel een paar uur wilt gaan zitten. Maar echt warm was het er niet.

Na de dagrit stond de patjeran en/of een lekker biertje te wachten en was er tijd om je fiets te servicen. De een deed dat wat uitgebreider dan de ander; aan een lekke band kun je vooraf niets doen. Een keer had ik een scheur in mijn buitenband en Jan had het slimme plan om er een routekaartje in te stoppen en dit ging best lang goed tot de volgende afdaling op keien….Het bleef pittig tot de laatste dag. Met zijn allen gingen we, als een ontketend peloton, richting de Col de l’Ouillat. Ik was in de veronderstelling dat we bijna aan de top waren tot dat Hanneke zei dat we nog 12 kilometer moesten klimmen tot de top. Oeps!; dus weer omhoog naar de wolkengrens en daar de bevrijding dat je de laatste top van de Transpirinaika te pakken hebt. Gezellig met zijn allen wat gedronken in het cafeetje op de top waar iedereen binnen druppelde. Daarna nog een keer totaal door elkaar stuiteren in een lange super gave afdaling, tot op het asfalt dat uiteindelijk stopte aan het strand van Argelès-sur-Mer. Dat was het teken om overtollige kleding uit te gooien, fiets aan de kant en de zee in! Tijd voor het eerste nagenietmoment, want George en Frits stonden klaar met de champagne. En later op de avond een verrukkelijke paella als afsluitende maaltijd. Het is de moeite en de voorbereiding vooraf echt waard geweest. Het is een tocht om niet meer te vergeten. Je eigen trainingsrondje stelt nu echt niets meer voor, want bikkelen op 2000 meter is toch even wat anders.

Ronald Masselink,
Doetinchem  oktober 2007