Voor de derde keer op stap met Col d’Extrême
Na een voorzichtige start in 2003 (zie een eerdere reisimpressie) en de “customized Transpirinaika”in 2004 hebben we in de zomer van 2005 (jawel, midden in het bloedhete hoogseizoen) 2 rondes van een week gefietst. De keuze voor deze gebieden was ingegeven door de ervaringen van vorig jaar. Door onweer moesten we toen onze doorkruising van de Aguas Tuertas vroegtijdig opgeven en daarom vonden we dat we terug moesten; gefascineerd door de verhalen en het stukje dat we er vorig jaar van hadden gezien. Ook wilden we een indruk krijgen van het Nationale Park Aigues Tortes, een park dat (net als alle andere nationale parken) niet toegankelijk is voor fietsers. Col d’Extrême heeft rondom deze beide wensen 2 rondes voor en met ons ontwikkeld en net als de voorgaande 2 jaren waren ook deze tochten weer fantastisch. Hieronder volgt een beschrijving.
Route 1 speelt zich (globaal) af aan de rand van en ten zuidoosten van het Parc Nacional d’Aiguestortes. Het is een “echte”atb-tocht, hoewel ook te fietsen met een goede randonneur. Veel onverhard, maar geen singletracks en andere technische hoogstandjes. Herkenningspunten: La Seu d’Urgell, Espot, La Pobla de Segur, Organyá).
Landschap: zeer gevarieerd, van het koele hooggebergte met bergweiden vol koeien, paarden, schapen, marmotten (in de periferie van Aigues Tortes), tot gloeiend hete serra’s met veel roofvogels, herten (Cap del Boumort). Gemeenschappelijke elementen: de totale verlatenheid van de gebieden (en ook de accommodaties) en dat in juli, toch een toeristische hoogseizoenmaand (althans bij ons), de talloze roofvogels en gieren en bijzondere vlinders. Landschappelijke hoogtepunten: Val de Capdella, het “westernlandschap”rond La Pobla de Segur en de Cap del Boumort. Totale afstand: 325 km, waarvan 200 km onverhard, 7500 hoogtemeters, aantal fietsdagen 6.
Route 2 speelt zich af in de provincie Navarra en in Frans/Spaans Baskenland en bevat meer asfalt, met een moeilijke (onverharde) passage op de laatste dag door de Aguas Tuertas. Herkenningspunten: Col de Somport, Col de la Pierre St. Martin, Col de Bagargui ( waarschijnlijk heeft niemand daar ooit van gehoord, maar het is een “col monstrueux”), Hecho en de Escale d’Aigua Torte . Landschap: eveneens zeer gevarieerd, met de karakteristieke scherp ingesneden dalen van Frans Baskenland (met de daardoor gemeen steile beklimmingen, zoals de Col de Bagargui, die bekend staat als een van de zwaarste beklimmingen uit het arsenaal van de Pyreneeëncols), de kalksteenrotsen
rond Pierre St. Martin met daarin de zgn. gouffres (verticale grotten, waarvan enkele meer dan 1000m diep en vele kilometers lang), dat aan de Spaanse kant opvallend snel overgaat in een veel glooiender droog en heet landschap (Alto Lasa en Vallei van Roncal) en als indrukwekkend sluitstuk het oude gletsjerdal van Aguas Tuertas op 1600 m hoogte met grote aantallen koeien (en imposante stieren!) en dolmens. Opvallend: de relatieve drukte met wandelaars aan de Franse kant en de wederom totale verlatenheid aan Spaanse zijde. Totale afstand: 300 km, waarvan 100 km onverhard, 7500 hoogtemeters, aantal fietsdagen 6. Tussen de beide rondes in hebben we een paar dagen doorgebracht in Buerba, vlakbij de Añisclo-kloof (de evenknie van de Ordesa-kloof). Indrukwekkend, maar niet te fietsen vanwege de status van Nationaal Park; alleen de eenrichtingsweg door de kloof mag worden befietst en dat moet je dan ook zeker doen. We hebben verder voornamelijk gewandeld in dit gebied en talloze vale gieren gezien. Het logeersadres in Buerba was eveneens geregeld door Col d’Extrême en we kunnen Casa Lisa van harte aanbevelen, of je nu met de fiets bent of niet. De eigenaar en zijn vrouw en zoon zijn aandoenlijk vriendelijk en het is belachelijk goedkoop. Praktische informatie
Wij hebben gefietst met beperkte bagage, d.w.z. ieder met 2 tassen achter, met resp. 8 en ca. 12 kg. Overnachtingen in berghutten, gîtes d’étape, casa rurales, casa de pages (een iets luxere variant van de casa rurale) en hostals. De overnachtingsadressen zijn zonder uitzondering als bijzonder aan te merken: meestal prachtig gelegen, zeer gastvrij en goed voor de inwendige (fiets)mens. Volgend jaar weer? We zijn zeer verknocht geraakt aan de Pyreneeën, met name de Spaanse.
De formule van Col d’Extrême – kleinschalig, met persoonlijke aandacht op maat gemaakt, betaalbaar, met respect voor natuur en de mens, is voor ons ideaal. Het is dat we ook weer een keer andere landen en streken willen zien en beleven, maar we weten nu al dat het aanbod van Col d’Extrême vrij uniek is. En eigenlijk weten we stiekum al dat we nog weer een keer gaan, over een of twee jaar.
Roswitha en Rene van Wersch,
Boxtel december 2005

