Een paar hoogtepunten uit het reisdagboek …..
Coast to Coast west naar oost
Het is moeilijk deze reis in woorden te vangen. Het is niet alleen de mentale en fysieke uitdaging, maar ook de ongelooflijke schoonheid van de Pyreneeën en de gastvrijheid van de mensen die maakten dat van deze reis meer dan alleen een superconditie bij me is gebleven…
Een paar hoogtepunten, op basis van het reisdagboek…- Een enorm gastvrije ontvangst in de Nederlandse pelgrimsherberg L’Esprit du Chemin, na de eerste (regenachtige) dag fietsen, daarbij vechtend tegen de gemene klimmetjes (zelfs voor een import-Limburgse) en de bepakking. Heerlijk vegetarisch eten. Mensen die vol enthousiasme voor hun gasten zorgen, fantastisch.- De ‘avontuurlijke’ passages: “HIER naar beneden??? Lopend hoop ik dan toch?” “Ja, volgens de beschrijving wel…” “Hmmm, ik zie daar wel een roodwitte markering op de boom” “Tja, dan zal het wel hè..”- De ‘rust’dag in Saravillo.
Overgehaald door de eigenaar van het hostel, sla ik die rust maar over en begin ‘s morgens vroeg aan de 1950 hoogtemeters naar het Ibon de Plan (ook wel Basa de la Mora), een meer hoog in de bergen. Zonder bagage uiteraard, het is al zwaar genoeg. Na een mooie, zware klim kom ik boven en kijk uit over de vallei. Er is niemand om me heen, ik zie alleen kleine bordjes die de richting aanwijzen naar het meer. Mijn fiets laat ik staan, ik struikel over de rotsblokken verder. Een minuut of 20 later zie ik het meer. Tussen hoge, ruige pieken ligt het water er stil bij. Ik ga zitten en geniet van het immens mooie uitzicht. In de verte twee vroege wandelaars, wat paarden en verder niets. Jammer om weer naar beneden te moeten.- De etappe naar Refugio Cuberes.
Dit is echt, echt “in the middle of nowhere”. Een klim van 18 km en 600 hoogtemeters, over ruig terrein. Herten gezien. Weer een half uur op een rotsblok naar het uitzicht zitten staren…- Of de etappe naar Refugi Rebost. De etappe ernaar toe voorziet in een alternatieve route, waarbij er in principe gewandeld moet worden. Dat blijkt: na 1 km geef ik het fietsen op en begin met fiets en al te klimmen. Het is te doen, al hoop ik wel dat ik de goede route volg. Zoals telkens blijkt de beschrijving juist te zijn en de schaapskudde wegjagend kom ik boven. Die Spanjaarden in hun SUV keken wel een beetje raar…- De echte “stilte” die je onderweg opeens overvalt. Met als enige geluid, dat van een rondscharrelende kever.- En het vermelden waard is natuurlijk ook die zongebruinde Canadees (mooie ogen!) op de fiets, die ik tegenkom als ik na een vermoeiende etappe naar Tuixent een stukje ga wandelen.
En tot slot weer een Nederlandse overnachting. Nóg een bijzondere plek, diep in een dal, ’s nachts uilen gehoord (en verder helemaal niets….). De Nederlandse gasten en gesprekken over Nederland richten onze aandacht weer een beetje op Nederland…
Hanneke Boon
September 2006

