VUELTA DE TOURMALET

Reeds jaren sluimerde de gedachte om na vele Alpen- en Dolomietenritten met onze tourfietsvereniging (TC De Pedaleurs uit Malden) de Pyreneeën aan te doen. Het was ver, het weer zou er slecht zijn, kortom het kwam er niet van. Tot vorige winter ons oog viel op een advertentie van Col d´Extrême, een organisatie gespecialiseerd in fietsreizen in de Pyreneeën. Het idee was snel geboren en zo arriveren we in juni 2004 met 22 fietsers, 1 fietsster en 2 begeleiders in de buurt van de Col de Peyresourde voor onze eigen Vuelta de Tourmalet. Om het deelnemersaantal in de hand te houden, plannen we een redelijk pittige zesdaagse rondtocht van 750 kmilometer met 15.000 hoogtemeters. Wel hier en daar een afkortingsmogelijkheid voor het geval van zwaar weer of slechte benen. De route die we in gedachte hebben duikt richting Andorra Spanje in om langs de Spaanse zuidkant van de Pyreneeën westwaarts te gaan, over de Col du Pourtalet Frankrijk weer in en dan terug over de meer bekende cols als Aubisque, Tourmalet en Aspin.
We rijden in twee groepen om het overzichtelijk te houden. Iedere groep een volgauto met enthousiaste begeleider: Nic die ook nog handvaardig en hardhandig masseren kan en André die ook fotograferen als hobby heeft.

 
Gevolgde route(1 = overnachtingsplaats aan het einde van dag 1, etc.)

1e Etappe: Louderville – Son del Pi 110 km. – 2500 hm.

We starten in de mist vanaf onze eerste gîte, “La Sapinière”, 2 km. onder de Col de Peyresourde. De eerste col is dan ook in 10 minuten geslecht: eenvoudiger zullen we het niet meer krijgen. De mist trekt op om plaats te maken voor zes dagen stralend blauwe lucht. Hoezo slecht weer in de Pyreneeën? De Col du Portillon is een mooie slingerweg door het bos, een klim van “slechts” een kilometer of 8, maar meer dan steil genoeg. Na een fraaie afdaling rechtsaf de Spaanse grens over naar Vielha, waar het uitstekend pasta eten blijkt te zijn. De klim naar de Puerto de Bonaigua (2072 m.) is lang, bijna 40 km., maar nooit steil. Het is winderig en heerlijk rustig. In de afdaling koffie met gebak bij de refuge die 5 km. onder de col ligt. De waard informeert met hoevelen we zijn en snijdt de resterende twee taarten zingend en moeiteloos op in het gewenste aantal stukken. Na verder te zijn afgedaald duiken we rechtsaf de bush in voor een mooie slotklim van 4 km. naar het bergdorpje Son del Pi, waar we overnachten in de plaatselijke refuge, zeg maar berghut. Prachtig dorpje, wijds uitzicht, goed eten en een gezellig ronkende slaapzaal waar me met z’n vijfentwintigen + nog wat gasten slapen.

2e Etappe: Son del Pi – Siera 145 km. – 2100 hm.

Vandaag de langste etappe door een ruig en verlaten deel van de Pyreneeën. De wegen zijn meestal verrassend mooi. Na 10 kilometer. kronkelen over een fraai bergweggetje, duiken we de vallei weer in om vervolgens een kilometer of 40 over glad asfalt vals plat naar beneden te denderen. Als je het vals plat vergeet, is het net of je heel hard kunt fietsen. Dan ineens omhoog om vier cols van overzichtelijk niveau te beklimmen met exotische namen als Montcortés de Pallars, Coll de Perves, Coll de Espina en Coll de Fadas, steeds zo rond de 1200 tot 1500 meter hoog. De uitzichten zijn zo prachtig en de wegen zo afwisselend dat je de vermoeidheid niet voelt. Zelfs de laatste 10 kilometer voeren nog door een indrukwekkend nauwe kloof van Castejon de Sos naar Seira.

3e Etappe: Seira – Linas de Broto 130 km. – 2200 hm.

De Spaanse kant van de Pyreneeën is voor ons allemaal onbekend en nieuw en heel anders dan de Franse kant. Juist dat maakt de tocht zo afwisselend. Na het verder uitrijden van de kloof van de Rio Esera beklimmen we de Puerto de Foradada, die halverwege abrupt overgaat in een soort racebaan van breed en strak asfalt. Hier en daar wordt met Europese subsidie dit soort wegen aangelegd, blijkbaar voor verdere ontsluiting. Voorlopig is er zelden een auto te ontdekken. Jammer van de mooie col, voor snel afdalen is het wel leuk.
Uiteindelijk duiken we de Desfiladero (=kloof) de Vellos in, een steeds dieper en nauwer wordende kloof van 20 kilometer, waar een weggetje fenomenaal mooi doorheen slingert. De weg is niet te best met steeds korte klimmetjes, zodat je goed om je heen kunt kijken. Uiteindelijk zijn de wanden zeker 300 meter hoog. Aan het eind van de kloof is er een extra lus voor de enthousiastelingen onder ons: linksaf een steile klim van 3 kilometer de kloof uit en dan achterlangs door een desolaat gebied, waar we alleen gieren ontwaren die boven onze bezwete lijven rondcirkelen. De afdaling is geleidelijk en van ongeëvenaarde schoonheid. Ze voert ons terug naar het begin van de kloof die nog een keer wordt gereden. Aan het einde van de kloof, twee keer is zeker de moeite waard, gaan we nu rechtdoor omhoog naar de Collado de Fanlo. De afdaling is helaas opgebroken, zodat we al ATB-end op de racefiets de berg afhobbelen.
We overnachten in Linas de Broto, waar Nederland met meer geluk dan wijsheid 1-1 maakt tegen Duitsland.

4e Etappe: Linas de Broto – Laruns 140 km. – 2100 hm.

Na de overzichtelijke tweede helft van de beklimming van de Puerto de Cotefablo (Linas de Broto ligt halverwege) dalen we af naar Biescas om daar de lange gestage, onregelmatige klim met bijna stormwind tegen naar de Col du Pourtalet aan te vangen. Dat uit de wind rijden bergop prettig kan zijn! Op de Col ligt de grens en vandaar is het 25 kilometer fantastisch afdalen op Franse bodem, naar Laruns, waar ons overnachtingsadres is, zodat de verstandigen onder ons uitgebreid aan het plein gaan lunchen om daarna enige rust in het schema te brengen. De onverbeterlijken rijden nog een lus van 70 kilometer om de Marie-Blanque heen, zodat deze van de westzijde beklommen kan worden, wat als voordeel heeft dat je de laatste 4 kilometer van gemiddeld 13% niet mist. Het gaat geheel door het bos, zodat alleen je kilometerteller en je benen verraden dat het echt zo is en er verder niets met je mis is. De kant die we afdalen is landschappelijk veel mooier met wijds panorama.
In Laruns is het weer gezellig en goed eten.

5e Etappe: Laruns – Arrens-Marsous 115 km. – 3300 hm.

De laatste twee dagen vormen de finale met de uit de Tour bekende Pyreneeëncols. Vandaag de Aubisque, de Soulor en voor wie het niet kan laten de Hautacam. De klim naar de Aubisque is vanuit Laruns een kilometer of 18 (1200 hm.) en loopt mooi gelijkmatig met schitterende en steeds wisselende uitzichten. Boven verzamelen we en rijden gezamenlijk door de Cirque du Litor naar de Col du Soulor, wat meer dalen dan klimmen betekent. Onderweg gluren we, heel voorzichtig, over de rand waar Wim van Est overheen is gedoken. Sinds kort hangt hier een gedenkplaat. De afdaling van de Soulor is er één voor liefhebbers: een mooie asfaltweg met wijde bochten. Buiten Argelès-Gazost gaat onze Bourgondische groep aan het water picknicken en bestormen de verslaafden de Hautacam, gelijk Bjarne Riis, maar dan naturel. De Hautacam kent kilometers van 10% waar ook nog vlakke stukken inzitten, dus reken maar uit. Heel onregelmatig qua steilte loopt de klim. Ik hou er wel van.
Door de binnenlanden terug naar Arrens-Marsous dat prachtig is gelegen aan de voet van de slotklim van de Soulor.

6e Etappe: Arrens-Marsous – Loudervielle 110 km. – 3100 hm.

Vandaag de Koninginnerit, hoewel dat ook van de vorige vijf dagen kan worden gezegd. Nog steeds mooi weer, ongelofelijk! We dalen rustig de binnenweg weer af naar het dal, waarlangs we via de gorges vals plat omhoog naar Luz St. Sauveur trappen. Vanaf hier is het een kleine 20 kilometer klimmen naar de Col du Tourmalet (2115 m.), steeds redelijk gelijkmatig, zo’n 8%, tot de laatste kilometer die taai steil is. Dat ook klimmen gevaarlijk is, merk ik als ik moederziel alleen omhoog ploeter, zonder helm, die gaat bij de klim af, en een steen (formaat baksteen) onaangekondigd naar beneden komt fluiten om een meter voor m’n voorwiel 1x op de weg te ketsen en met een sierlijke boog in de diepte te verdwijnen. Het verschil tussen niets aan de hand en einde oefening is soms bar klein.
Boven verzamelen we bij het standbeeld van Octave Lapize die hier in 1910 de etappe won van, jawel 326 kilometer! Wij arme stumpers, die denken iets te presteren! Voort gaat het de berg af en de Col d´Aspin op. Het gaat nog goed met de benen. Boven pick-nicken; iedere dag krijgen we per persoon een pick-nick pakket mee dat onderweg, ergens op een Pyreneeënweide, wordt verorberd. Op de allerlaatste klim beginnen de benen van velen te breken. Een mens stelt zich blijkbaar toch precies in op zover als ie moet komen. Toch willen de meesten ook de Col de Peyresourde helemaal gereden hebben en rijden zonder blikken of blozen het overnachtingsadres voorbij, door naar de Col om pas daar om te draaien naar de warme douche.

Voor iedereen was het een indrukwekkende tocht om nooit te vergeten en zo weer over te doen.

Namens 25 Pedaleurs, Hans Blanjaar
juni 2004