Hier een verslag van onze week 19-26 juni 2004

Wat is er mooier voor een vrouw dan met louter gespierde (..) mannen op fietssurvival te gaan? Survival ja, want dat was het af en toe…

De kick-off was in Fos, waar we ons zaterdag 19 juni druppelsgewijs verzamelden. Velen hadden de nacht doorgereden en kwamen aan in een lege gîte (Frans voor herberg). Moe, koud en hongerig bekeken we onze stapelbedden. Philippe, de eigenaar van de gîte kon uitstekend koken, en daar moest natuurlijk op gedronken worden. Niet aan mijn vader vertellen, maar de eerste nacht bracht ik dus door met 11 vreemde mannen, begeleid door verschillende, zeer interessante geluiden.
Zondag 20 juni werden eerst de racefietsen grondig bekeken, gekeurd en getest. Het 'infiets'-rondje (Fos-Fos), zoals onze “reislijer” Bert voorstelde, resulteerde in een forse inspanning van 90 km, onder andere met de Col de Menté (1350 m.) en de Portet d'Aspet (1069 m.), waar we lekker wat aten. De terugweg ging over de minder hoge Col de Buret en de Col d'Ares (molshoop??, mooi niet!).
De beentjes moesten wel even omschakelen van het vlakke naar het klimmen; zeker de Col de Menté deed je terugverlangen naar het heerlijk vlakke met een zuchtje meewind. Waar was ik aan begonnen? Gelukkig kon ik de groep van 11 goed volgen: ik kwam rond de 8e positie boven en een last viel van me af. De herinnering aan Fabio Casartelli maakte ons bewust van het gevaar van het afdalen en in de motregen ging dat soms best lastig.
Maandag 21 juni was iedereen present en de rit ging van Fos naar Saint Lary-Soulan. We maakten een kleine, mooie omweg via Spanje (Col du Portillon) en verder bedwongen we de Peyresourde alsof het niks was.
Pech was er voor velen; lekke banden, een kapotte naaf, trapas kaduuk, etc. Het weer echter was heerlijk en niets kon de goede en sportieve sfeer teniet doen.
Dinsdag 22 juni fietsten we via Pla d'Adet (lang!), Piau Engaly en de Col de Portet (2215 m.) met mooi weer en zware benen de kilometers weg om de tweede nacht in Saint Lary-Soulan door te brengen.
De 4e etappe leidde ons naar Gripp, via de Col d'Aspin, de Hourquette d'Ancizan en tot slot de eerste 4 kilometer van de Tourmalet, waarna de volgende gîte op ons lag te wachten: prachtig gelegen en 2-persoonskamers met eigen toilet; wat een luxe! De naam was La Grande Champagne en de eigenaar was zeer gastvrij. Heerlijk gegeten, voetbal gekeken en geslapen.
Donderdag 24 juni was een dag die velen van ons lang zal heugen: 130 kilometer gefietst, via Bagnères-de-Bigorre naar Luz-Ardiden en terug via de westflank van de Tourmalet. Wel eens van de hongerklop gehoord? Als je dat eenmaal hebt ervaren, dan hoor je bij de club! Doordat we ervoor hadden gekozen elke dag de lunch zelf te organiseren, kwam een ieder vandaag stuk voor stuk zichzelf tegen. Al vloekend, kreunend en sommigen steun zoekend aan elke km/hoogtepaal gingen we omhoog. Met andere woorden: afzien in het kwadraat!
Eindelijk in de laatste 3 kilometer aanbeland, kregen we gemiddeld nog 10% als toetje. Meer dood dan levend kwamen we één voor één boven, alsof we de Mount Everest kruipend hadden beklommen! In dichte mist afdalen, met af en toe een koe op de weg, was de laatste beproeving voor we ons konden warmen aan een lange, hete douche en bed.
Vrijdag 25 juni maakten we de tocht van Gripp naar La Sapinière (effe zoeken naar de gîte), vlak onder de top van de Peyresourde, en de vermoeidheid was van vele gezichten af te lezen. Behalve bij Norbert, die begon net warm te draaien en probeerde zijn gemiddelde bergop met een niet gering verzet te verhogen; vier beklimmingen was toch zijn minimum elke dag..
Zaterdag reden we met gemengde gevoelens terug naar Fos. Hier aangekomen poetsten de mannen met ontbloot bovenlijf hun fiets met evenveel liefde als hun vrouw (..) en kwamen de echte gesprekken. Plannen voor Amerika kwamen boven tafel en het bier vloeide rijkelijk. We ontmoetten elkaar aan het begin van de week voor het grootste deel als vreemden; het voelde nu als een grote vriendengroep. In de vooravond laafden we ons voor de laatste maal aan de kookkunsten van Philippe…en daar moest op gedronken worden.

Gabriëlle Rovers
juli 2004