Een weekje genieten geblazen

Col d’Extrême: een impressie


Vrijdagavond 20 juni 2008. Turkije geeft in de tweede kwartfinale van het EK voetbal Kroatië partij. Voor mijzelf en mijn negen andere kompanen doet het er heel even niet echt toe. We staan vertrekkensklaar richting Pyreneeën voor een zesdaagse fietstocht over berg en dal aldaar. Rond de klok van tienen word onze gps geprogrammeerd met als eindbestemming Fos.  Twee wagens en een camionnette stomen richting Franse grens. Op de radio horen we de Turken opnieuw stunten in de slotfase. Ik denk er het mijne van en tracht op de achterbank wat in te dutten … Onze bolides vreten kilometers in de maneschijn.
We zien de zon de maan verdringen terwijl we Toulouse binnenrijden en ontwaren de eerste bergen in het steeds frequenter accidenterende landschap. Ongeveer een etmaal na het startschot in vaderland België arriveren we nog voor de middag in Fos.
Philippe is onze joviale gastheer en poogt ons een koffietje te offreren. De groep weigert vriendelijk. Ze wil zich meteen manifesteren  als een hechte groep Belgen door  naar de bierkaart te polsen. De bescheiden koelkast wordt meteen geplunderd. Philippe weet meteen welk vlees hij in de kuip heeft.
In de loop van de namiddag arriveren tevens onze twee noorderburen, Theo en Lodewijk, die ons de komende zes dagen zullen vergezellen op de flanken van menig Pyreneeëncol.
Al snel blijkt dat Theo en Lo niet aan hun proefstuk toe zijn. Al jaren trekken zij er samen op uit om zich te meten met Europa’s hoogste bergtoppen. Dat is bij onze jonge bende wel eventjes anders. Pieje, Yves en ikzelf teren op twee jaar Alpenervaring, Wim en Joeri moeten het stellen met één enkele ervaring. Koen, Fred, Lieven en Tijl debuteren in het hooggebergte. Onze tiende man, Stijn, waagt zich niet op de fiets. Hij volgt de karavaan met de camionette. De Pyreneeën zijn overigens voor iedereen nieuw, ook voor Theo en Lo. Tijdens het diner worden de nodige vitaminen en koolhydraten naarstig naar binnen gewerkt met het oog op de eerste etappe van morgen. Tsaar Guus wint met zijn Russen van de Nederlanders op het EK en wij kruipen onder de wol …
’s Morgens bij het uitgebreide ontbijt doet iedereen er goed aan zo veel mogelijk energie in zich op te nemen. Hier en daar loert wat stress om de hoek maar nog voor de zon goed en wel aan het firmament is verschenen, zitten een dozijn moedigen reeds in het zadel. Even lopen we vertraging op als Fred al na de eerste kilometers een lekke band dient te vervangen, maar dan gaat het in gestrekte draf richting allereerste opdracht: de Col du Portillon. Iedereen zoekt en probeert op die eerste hindernis zijn eigen tempo te vinden en dat schijnt vrij aardig te lukken. Zelf krijg ik twee kilometer onder de top te maken met wat ademhalingsproblemen. Hangt de lange autoreis nog in de kleren? Is het de almaar toenemende hitte?  Zijn het de eerste klimkilometers? Het zal vermoedelijk een combinatie van factoren zijn. Ik schroef mijn tempo wat terug en bereik net als alle anderen zonder veel moeilijkheden de top van de Portillon. De afdaling van de Portillon brengt ons naadloos bij de Col de Peyresourde. Dit wordt duidelijk andere koek dan het opwarmertje van daarnet. De temperatuur heeft zo pal rond de middag ook stilaan zijn maximum bereikt. Ik moet zelf als eerste de strijd staken, ergens tussen kilometer drie en vier, met hevige krampen in de spieren boven de knieën. Ik kan onmogelijk verder en gelukkig is Stijn snel ter plekke met de camionette. We rijden naar boven en rapen de lijken één voor één op. Lieven zwalpt van links naar rechts over het wegdek alsof hij de steiltegraad wil ontwijken op die manier. Helaas, de Peyresourde kent geen genade en Lieven wenkt noodgedwongen de camionette, die nu meteen ook vol zit. We sluipen hogerop en zien Joeri langs de kant zitten. Hij steekt de duim omhoog en maant ons aan verder te rijden. Tijl, Koen en Fred kruipen omhoog, meter voor meter. We komen Theo tegen en dat loopt nog vrij aardig al begint het gelaat stilaan ook een pijnlijke grimas te vertonen. Yves moet z’n kompanen Pieje en Wim laten gaan maar lijkt in schoonheid te sterven. Dat kopje oogt nog behoorlijk kwiek. Als we op drie kilometer voor de top Lodewijk bijhalen, houden we even halt om onze makkers aan te moedigen. Pieje en Wim staren doelloos voor zich uit. Een lach of een knipoog is er dan al lang niet meer bij. Yves lijkt makkelijk de top te gaan halen en ook Theo komt er wel. Fred zet net als Tijl even voet aan de grond bij de camionnette. Koen vermant zich en rijdt de camionnette voorbij. Joeri houdt het 3 kilometer voor de top voor bekeken. Tijl, Fred en Lieven nemen opnieuw de fiets wegens plaatsgebrek in de camionnette. Op pure wilskracht halen zij de top van de Peyresourde. Van daar af krijgen we de keuze om rechtstreeks naar het hotel te rijden in Vielle-Aure over grotendeels vlakke wegen of om nog een ommetje te maken langs de zeven kilometer lange Col d’Azet. Samen met Joeri en Koen kies ik er voor om de krachten te sparen voor wat nog komen moet de volgende dagen. De rest van de groep wil nog gauw even de Col d’Azet op z’n palmares bijschrijven. Maar met dat idee komen ze snel bedrogen uit. De Azet is dan misschien niet zo’n lange col maar wel geniepig steil. Van onze groep halen enkel Pieje en Yves de top op eigen houtje. De rest moet een beroep doen op Stijn en zijn camionnette. Velen onder hen weten dan al dat er morgen een rustdag zal volgen. We overnachten immers twee opeenvolgende dagen in het zeer aangename hotel Aurelia en dus hoeft niet iedereen de fiets op maandag. Ook het zwembad bij het hotel verleidt de meerderheid om het stalen ros even op stal te houden.
Onze noorderburen kiezen ervoor om de uitgestippelde route te volgen en zij schrijven Pla d’Adet en Piau Engaly bij op hun lijstje. Zelf kies ik ervoor om de conditie toch even te testen. Onze gastheer tekent ons een tochtje uit van om en bij de veertig kilometer met als enige echte hindernis de drie-kilometer-lange (mini) Col de Ris. Ik trek er samen op uit met Tijl, Lieven en Joeri en stel vast dat ik niet echt veel hinder meer ondervind hetgeen me hoopvol stemt voor de komende dagen. ’s Namiddags in het hotel is het ontspannen geblazen. Het zwembad wordt druk bezocht en tussendoor houden we een tafeltennistoernooi. Iedereen laadt zo de batterijen op en we zijn klaar voor dag 3. Spijtig overigens dat we hotel Aurelia nu al moeten verlaten, want het was er aangenaam vertoeven en het eten was er zeer lekker. Doch de Col d’Aspin lonkt al verleidelijk in onze richting en dus moeten we voort.
De derde etappe opent overigens knap lastig want in de beginfase krijgen we drie à vier zeer steile kilometers voor de wielen geschoven die geeneens deel uitmaken van één of andere col. De motoren slaan zo meteen lekker warm aan en we kunnen aan de dertien kilometer lange Col d’Aspin beginnen. Die loopt zeer aangenaam de eerste kilometers. Het is pas vijf kilometer onder de top dat het echt steil begint op te lopen en dat je echt in je krachtenarsenaal moet gaan putten. De top van de Aspin ligt vandaag trouwens verborgen in de mist en dat maakt dat het boven nogal fris is. Eenmaal iedereen boven, maken we snel voort want we krijgen er bezoek van enkele koeien en een kudde berggeiten. En schijnbaar is niet iedereen daar even tuk op. We moeten hier maar een kleine drie kilometer naar beneden om vervolgens de top van de Col de Beyrède te beklimmen. Deze leidt grotendeels over onverharde wegen en lijkt ons veeleer geschikt voor mountainbikers dan voor racefietsers. De afdaling die volgt is nog gevaarlijker. Bepaalde delen van het wegdek lagen helemaal opengebroken zodat iedereen van de fiets moest om door te kunnen. Stijn moest zich zelfs beroepen op enig stuntwerk om de camionnette heelhuids over deze hindernissen te loodsen. Uiteindelijk bereiken we zonder veel kleerscheuren – Fred viel weliswaar nog twee keer lek – Arreau om daar het middagmaal te nuttigen. Van daaruit zouden we dan over vlakke wegen richting Gripp trekken maar de bewegwijzering laat ons daar toch even in de steek. Na navraag te hebben gedaan in de streek blijkt dat we Gripp enkel kunnen bereiken door ofwel over de Hourquette d’Ancizan ofwel over opnieuw de Col d’Aspin te gaan. Dat vond de groep net iets te veel van het goede voor vandaag en dus werd nogmaals een beroep gedaan op hulplijn Stijn. We bereiken op die manier ook Gripp en de Auberge van Jean-Pierre en zijn hulpje Bouchon. Een schril contrast met het hotel Aurelia van gisteren maar we worden vriendelijk ontvangen en er is ruimte zat want we zijn de enige gasten. ’s Avonds wordt er gequizt en nadien is het dromen geblazen over het nec plus ultra – het absolute hoogtepunt – van onze trip: de Col du Tourmalet.
De eigenlijke etappe die werd uitgestippeld zou ons over 121 km leiden, over Tourmalet en Luz-Ardiden. Maar dat is van het goeie net iets te veel. Ook onze geoefende noorderburen passen voor Luz-Ardiden, al doen zij er in vergelijking met ons nog enkele extra kilometers bij door een ommetje te maken langs Lourdes. Wij houden het vandaag bij de beklimming van de Tourmalet. We rijden weliswaar eerst vier kilometer terug naar beneden om de klim volledig te kunnen doen. Die eerste vier kilometers stellen overigens weinig voor. Het is pas in het mini-dorpje Gripp dat het eigenlijk allemaal begint. Van daaraf volgen nog dertien kilometers die gestaag bergop lopen. De gemiddeldes flirten voortdurend met de 10% en quasi nergens toont de klim zijn uitdagers enig medelijden door een recuperatiestukje in te lassen. We klimmen ook voortdurend in een nogal dichte mist. Klimmen in een broeierige hitte zou nog verschrikkelijker zijn hier. Op vier kilometer van de top bereiken we het dorpje La Mongie en komen zo plotsklaps boven de mist uit. Het is zweten en kruipen geblazen die laatste kilometers. De verleiding is soms groot maar niemand wil voet aan de grond zetten, hier op dit monument. Ik klim samen met Lieven en we peppen elkaar voortdurend op om te blijven gaan tot de top. Uiteindelijk bereiken we, 2115 meters boven de zeespiegel, de top van de Tourmalet. Ons hoofddoel is dan eigenlijk bereikt want van alle cols die we hier rijden, spreekt de Tourmalet toch wel het meest tot de verbeelding. Hier regeerden bergkoningen met namen als Lucien Van Impe en Federico Bahamontes. Boven op de top blazen we even uit en we genieten er van het adembenemende uitzicht. We groeten er nog het standbeeld dat werd opgericht ter nagedachtenis van voormalig Tourbaas Jacques Goddet en duiken dan in een zeer dichte mist vervaarlijk terug naar beneden tot in Gripp. Vooraleer onze ogen dichtvallen, zien we nog net dat de Duitsers via de Turken de finale van het EK bereiken.
’s Anderendaags ontwaken we bij een stralende zon. Na de eerste kilometers op de fiets weten we meteen dat de ziedende hitte vandaag wel eens onze grootste tegenstander zou kunnen zijn. We openen etappe vijf met de Hourquette d’Ancizan. De Hourquette is een vrij lange klim, ruim zeventien kilometer lang, niet onnoemelijk steil maar vooral onregelmatig. Halverwege de klim gaat het zelfs even vol naar omlaag. Sommigen houden er van, anderen niet. Zelf hou ik er wel van, van dergelijke onregelmatige cols. Eenmaal boven leidt de trip ons naar de lichtjes gevreesde Col d’Azet. We bereiken het middaguur en de zon straalt loodrecht op onze knikkers. De Col d’Azet is een steile klepper zonder veel onregelmatigheden. We hebben nu nog geen combinatie Portillon-Peyresourde in de benen en dus is iedereen vastberaden dit keer wel de top te halen. Het is puffen, sleuren, trekken, harken om boven te komen. De passage rond het kerkje doet iedereen pijn met enkele super steile stukjes. De Azet kent weinig bochten en zo ziet iedereen quasi iedereen fietsen op eenzelfde stuk van de beklimming. Samen klimmen is hier echter zeer moeilijk daar iedereen zich verplicht ziet zijn eigen tempo te rijden. Zo komt iedereen ook boven, één voor één. Maar de missie is geslaagd want de Azet werd door iedereen bedwongen. Tot eenieders verrassing blijkt dat we nadien nog een stukje van de Peyresourde moeten overbruggen om onze volgende slaapplaats in Estarvielle te bereiken. Maar met de streep in zicht kan een wielrenner toch nog altijd dat ietsje meer, of hij nu stikkapot zit of niet. Het hotelletje aldaar, “Les Cimes” werd nogal Oosters ingericht. De binnenhuisarchitectuur was zeer de moeite waard al genoten wij op dat ogenblik veeleer van een verkwikkende koude douche. De magen werden vertroeteld met een heerlijke maaltijd. Nadien stelden we vast dat de Russen niet genoeg meer in huis hadden om ook, de latere winnaar, Spanje uit de finale te houden van het EK …
Bij de start van onze finale etappe valt de regen met bakken uit de lucht. We dalen dit keer niet meer af tot aan de voet van de Peyresourde en starten direct van aan ons hotel, goed zeven kilometer voor de top. De regen zorgt voor voldoende zuurstof in de lucht en maakt het klimmen best aangenaam. De afdaling van de Peyresourde daarentegen is zeer onprettig. Het slechte weer en de wind maken dat alles geweldig koud aanvoelt. We manen de camionnette spoedig aan om te stoppen zodat we iets stevigers kunnen aantrekken. Eenmaal beneden ziet het er naar uit dat het niet meteen zal uitklaren. Een deel van de groep lijkt stevig onderkoeld en ziet het niet echt meer zitten om de Portillon, met bijkomende afdaling, nog te doen. Uiteindelijk kiezen we er dan voor om het laatste deel van het traject met de camionnette te overbruggen. De moedigen onder ons die nog zin hadden, leggen zich neer bij de meerderheid, mede ook omdat de Portillon reeds werd beklommen op dag één.
Eenmaal in Fos klaart het dan toch uit zodat we nog een aangename namiddag krijgen in de zon. Onze noorderburen, Theo en Lo, nemen in de namiddag al hun biezen en we nemen afscheid van wat een aangename ervaring bleek. Tegen het vallen van de avond vertrekken ook Pieje, Wim en Joeri al huiswaarts. De rest geniet nog wat na en neemt de nodige rust die nodig zal blijken voor de lange rit richting Belgenland.
Na een laatste stevig ontbijt vertrekken we al vroeg in de ochtend richting vaderland.
Het stuur van de wagens richting noordoosten gemanoeuvreerd, een lekker muziekje in de cd-speler en rijden maar. Het landschap evolueert weer zienderogen maar nu dus in omgekeerde volgorde. We laten de bergen achter ons en rijden de heuvels voorbij om zo weer in ons eigenste vlakke land te eindigen.
Het was een weekje genieten geblazen . En het nagenieten? Tja, daar zijn we nu nog mee bezig. Col d’Extrême was een unieke ervaring en een aanrader voor eenieder die houdt van een fysieke uitdaging.

Jos Roelandts & Friends
Sint-Martens-Bodegem, België

Programma Luz-Ardiden – Portet d’Aspet , juni 2008