De weergoden waren ons ronduit gunstig gestemd
Na gedurende 15 opeenvolgende jaren de hoogste delen van Alpen en Dolomieten jaarlijks met een bezoek op de racefiets te hebben vereerd, waarbij zo ongeveer alle tot de verbeelding sprekende passen en cols werden bedwongen, werd het eens tijd naar andere oorden te gaan uitzien. Al dan niet toevallig viel mijn oog juli 2002 op een kort artikel in Op Pad en wat bleek: op een steenworp afstand van waar ik woonachtig ben, bleek een organisator van fietsvakanties te zitten, die zich gespecialiseerd had in de Pyreneeën. Het contact was snel gelegd en wat bleek: de mogelijkheden waren legio.
Een vakantie “op maat” was dan ook snel geregeld: overnachtingen op basis van half pension, het beklimmen van een aantal bekende (Tour de France) cols, met een maximum van 2000 hoogtemeters per dag en bovendien de gelegenheid om samen met mijn vrouw Elly af en toe een aantal wandelactiviteiten in het hooggebergte te ontplooien.
Een aantal ingrediënten hebben de vakantie van mijn vrouw en mij tot een bijzonder gebeurtenis gemaakt.
* Wat direct opviel was de overdadige rust, waarvan (in vergelijking met de Alpen) sprake was, mogelijk mede door het relatief vroege tijdstip. We vertoefden vaak in dorpjes waar de tijd leek te hebben stilgestaan en waar een welhaast absolute rust heerste. Voor ons ronduit een optimaal gebied om te fietsen en te wandelen. Bovendien was er sprake van een overweldigende natuurlijke schoonheid. Dit geldt in het bijzonder voor het gebied aan de voet van de imposante waterval nabij Gavarnie en de schitterende Cirque du Troumousse.
* De voor ons geregelde overnachtingen bevielen prima. Het waren bepaald geen extreem luxe onderkomens; het accent lag veel meer bij de persoonlijke ambiance en gastvrijheid en de kwaliteit van de maaltijden. Zelfs het ontbijt was uitgebreid en
wat hierbij opviel waren de grote kommen waar de koffie uit gedronken diende te worden. De avondmaaltijden waren altijd goed en soms van een onverwacht hoge kwaliteit. Hierbij werd de wijn standaard gratis geserveerd. Bijzonder voor ons was ook dat de maaltijden meer dan eens gemeenschappelijk werden genuttigd, zodat er ook gemakkelijk contact met anderen gelegd kon worden.
* De weergoden waren ons ronduit gunstig gestemd. Sterker nog: het begrip hittegolf was min of meer van toepassing op onze vakantie. Bijna naakt heb ik de Hautacam beklommen en boven op de Tourmalet gaf de fietscomputer 29°C aan. In tegenstelling tot wat ik in de Alpen gewend was (en wat later het geval was op de Mont Ventoux), leken aldus de temperatuurverschillen tussen het dal en de toppen van de cols, minder groot.
* En niet te vergeten de fantastisch mooie fiets. Dit net aangeschafte carbon raspaardje (Trek 5500, 8,3 kg) oogstte zodanige bewondering dat het af en toe bijna irritant werd, wanneer er wéér iemand wilde voelen (opbeuren) hoe weinig hij écht woog.
* Het spreekwoordelijke “puntje op de i” vond tenslotte plaats door de in de schitterende Pyreneeën opgedane klimconditie te verzilveren in de vorm van de beklimming van de Mont Ventoux. Inderdaad: van de steilste kant.
* Last but zeker not least dien ik de loftrompet te steken ten aanzien van mijn vrouw Elly, die zonder meer een unieke begeleidster als mede chauffeuse als ook stimulator is gebleken met betrekking tot mijn fietsfanatisme.
In totaal heb ik op een 59-jarige leeftijd binnen het tijdsbestek van vijf dagen 12 meer of minder befaamde Pyreneeëncols bedwongen. Wat mij betreft gaan we er volgend jaar nog een schepje bovenop doen. Uitgaande van het boekje van Alex Polfliet, waarin hij 30 Pyreneeëncols beschrijft, liggen er immers nog 18 op me te wachten …. (waarvan ik het merendeel nog slechts van één kant heb beklommen).
Was dit nu extreem? Wat mij betreft niet. Wekelijks fiets ik zo’n 60 km. Vanaf enkele weken vóór vertrek naar de Pyreneeën heb ik de trainingsintensiteit enigszins opgeschroefd, tot enkele ritten van 125 km.
Al met al kwamen we als herboren thuis en bovendien (inmiddels) in het bezit van een topconditie.
Herman & Elly Oosterkamp, Ede
juli 2003

