Coast to coast van west naar oost

In 1 week fietsen van Atlantische Oceaan naar Middellandse zee. Een tocht die ik in 1993 al eens met kamperen in 2 weken volbracht had. Door de tent te verruilen voor hotel, rustdagen weg te strepen en de rondritten achterwege te laten is de afstand zeer goed in 1 week af te leggen. In 2005 met een aantal schaatsvrienden de noordkant van de Pyreneeën gefietst, in 2006 aldus de zuidkant. De zuidkant vanwege de grotere kans op mooi weer en het onbekende van de route. De Franse kant, de noordkant dus, is iets gevoeliger voor regen en kent een aantal bekende cols als Aubisque, Aspin en Tourmalet. Bekend vanwege de Tour de France die er regelmatig doorheen fietst. De Spaanse zuidkant is minder bekend, maar herbergt uiteindelijk net zoveel cols als de Franse. Met namen die onbekend zijn, maar na het fietsen in ieder geval niet onbemind.

Zaterdagochtend 07:00 op de trein in Utrecht CS. Geplande aankomst in Hendaye 10 uur later. Knappe reistijd waarbij in de trein de beentjes gestrekt kunnen worden. Ruimte ook voor de fietstassen (met daarin de fietsen) in het bagagerek; hooguit enkele koffers anders stapelen en bij de enkele stop oppassen voor de Samsonites die blijkbaar boven op de derailleur geperst moeten worden. Het zal blijken dat we zowaar op heen- als terugweg de aansluiting in Parijs zullen halen. Aan de metroreis zal door menig Parijzenaar nog wel eens teruggedacht worden: een bepaald niet geheel lege coupé waar 7 fietsers met fietstas de gangpaden blokkeren doet in periodes waar scherp op terroristische aanslagen wordt gelet toch menigeen de wenkbrauwen fronsen. Maar niets van starende blikken of extra contrôles door de met machinepistool patrouillerende veiligheidsagenten. De op de Hollandsche polderwegen gebruinde gezichten en afgetrainde lichamen zijn blijkbaar vertrouwenwekkend genoeg.

Die eerste avond in Hendaye naar de boulevard gewandeld om een hapje te eten. Stevige wandeling maar tsja de zee en het strand toch even ruiken alvorens de bergen wordt ingetrokken. Aan het einde van de maaltijd belt gids Patrick Périssé op. Patrick heeft een eigen reisorganisatie “Natura y Aventura” en spreekt als inwoner van Andorra zowel Frans, Spaans, Baskisch als Engels. Hij komt gezellig kennismaken en wij stappen dankbaar in zijn busje op weg naar het hotel. De eerste fietsdag is een herkenning van een jaar eerder, maar al snel verlaten we de bekende route. Via de Col de Pinodieta en de Pas de Roland eindigen wij bijna in Spanje (Estérençuby). Hotel met zwembad in de zon. De volgende ochtend bij het ontbijt blijkt er een stevige wind te waaien en de hoteleigenaar meldt dat de wind vanuit die richting niet vaak voorkomt en zeer ongunstig voor ons is. Wind tegen en het ergste is dat de wind vanuit 3 dalen over 1 bergkam moet. Later blijkt dat wij inderdaad met nul in het uur voortploeteren en voor ons gevoel door rukwinden af en toe meters opzij worden geblazen. Daarnaast diverse cols, zoals het Plateau d’Iraty, de Col de Bagargui en de Col de la Pierre-St. Martin, waarna de etappe eindigt in het Spaanse Urzainqui, een dorp waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

De derde dag is een dag ogenschijnlijk zonder cols, maar met ruim 2100 hoogtemeters zullen wij meer dan alleen de Col de Zuriza beklommen hebben alvorens onze overnachting in Linas de Broto bereikt te hebben. De daarop volgende route naar Campo leidt door de indrukwekkende Añisclo-kloof. Was het niet vanwege het digitale tijdperk, menig fotorolletje zou hier volgeschoten zijn. Schitterende vergezichten op indrukwekkende rotspartijen. De weg wordt op meerdere plaatsen geasfalteerd en enkele stukken moeten we lopen. De asfaltmachines zijn net zo breed als de weg en de verschillen in afdaalsnelheid worden tenietgedaan doordat wij als groep de werkzaamheden passeren.

De volgende dag verlaten wij de pittoreske route en gaan de snelweg op. Een prachtig berggebied waar de wegen helaas met Europese subsidie zijn rechtgetrokken en betunneld. De tunnels mogen wij nog buitenom passeren en het contrast tussen de nieuwe en de oude weg is groot. De gesubsidieerde weg wordt gelukkig slechts door een handjevol auto’s gebruikt. Onderweg geluncht in een oud maar van alle moderne gemakken voorzien posthotel. Onze gids is een uitkomst en deze lunch zal mij lang bijblijven. Niet à la carte, maar een lange tafel gedekt en allerlei spijzen uitgestald. Het hotel is echter niet ons einde van die dag, dus de maag moet ook weer niet te vol. De tocht eindigt in een casa de pagès in Aramunt. De eigenaar houdt zwaluwen zoals een ander duiven melkt. Overal gaas om te voorkomen dat de zwaluwen de gastvertrekken binnenkomen. En natuurlijk, geen enkel insect of geen enkele mug die zal ontsnappen aan de aandacht van de vogels. Patrick neemt een aantal van ons in de bus mee naar het stuwmeer. De routeaanwijzingen van de casa-eigenaar zijn vermoedelijk iets te onduidelijk, maar hotsend en botsend langs weilanden bereiken wij het heerlijke water. Vissen die boven het wateroppervlak uitspringen moeten even plaats maken voor een stel fietsers. 

De volgende dag is het de rechtgetrokken weg terugfietsen. Toch wel spijtig dat het posthotel van de vorige dag niet als overnachting in de route is opgenomen. Niet zo zeer vanwege de Col del Cantó, maar eerder vanwege het heen en weer fietsen over dezelfde weg. De etappe van Tuixent naar Molló gaat deels over een zeer steile weg, waarvan pas in de afdaling blijkt hoe slecht het wegdek voor de racefietsbandjes is. Strakke carbonframes zijn hier niet echt voor bedoeld. Niet van de fiets gestuiterd, maar dalen met 10 in het uur om enigszins comfort te houden is iets waar je goed op ingesteld moet zijn.
Van Molló naar de kust is de laatste etappe. Naarmate de kust nadert, neemt de drukte weer toe. De stilte van de Spaanse bergpassen mis je opeens weer. De volgende ochtend brengt Patrick ons met fiets en bagage naar het TGV-treinstation in Perpignan. In de trein laten wij de vakantie nog eens passeren. Welke col was de mooiste, wat was de zwaarste fietsdag, welk hotel mag geschrapt worden. Voldoende variatie en uitdaging in ieder geval in de 908 kilometers en 19.400 hoogtemeters tellende tocht.

Na 3 maal west – oost misschien ooit nog eens de ondergaande zon tegemoet?

Erik van der Lippe (juni 2006)

Tips voor de treinreis:
- Koop in de Thalys de metrokaartjes voor Parijs voor zowel de heen- en terugweg. De Hollandse zuinigheid zal motiveren om bij een loket de kaartjes aan te schaffen, de praktijk leert dat er relatief weinig overstaptijd is.
- Laat de conducteur bij vertraging van de Thalys of TGV een opmerking op het ticket plaatsen. Bij een gemiste aansluiting met een kaartje dat omgeboekt mag worden kan dan een alternatieve trein worden genomen.